Zwevend door het leven: hoe ik dissociatie ervaar

Heel grof gezien zijn er voor mij twee soorten dissociatie te onderscheiden. Ten eerste de dissociatie ‘van alledag’, ten tweede de dissociatie die te maken heeft met de verschillende delen in mijn hoofd. Alles wat in de tweede categorie valt, is nog erg nieuw voor me. Ik ben me nog niet zo lang bewust van de delen en ben nog heel veel aan het ontdekken op dit gebied. Met ‘delen’ doel ik overigens op de verschillende fragmenten/’alters’ die bij DSNAO komen kijken. Ik worstel nog met de terminologie die ik wil gebruiken, maar ik geloof dat ik me het fijnst voel bij de term delen.

In deze blog wil ik meer vertellen over mijn ervaringen met dissociatie uit de eerste categorie – dissociatie van alledag. Ik noem het zo, omdat ik eigenlijk nooit had ingezien dat ik hier last van had. Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat het ‘klachten’ waren; ik dacht er niet bij na, en toen ik erbij na ging denken, dacht ik dat iedereen zich zo voelde. Mijn vorige therapeut heeft er erg op aangestuurd dat ik wat meer in contact met mijn lichaam kwam, wat met horten en stoten een (klein) beetje is gelukt. Naarmate ik daar kleine stapjes in zette, kwamen er eigenlijk steeds meer klachten naar voren.

Aangezien ik ook worstel met de term dissociatie (ik vind dat ik dat niet doe, ik worstel ermee mezelf serieus te nemen), blijf ik het stug ‘wazig zijn’ noemen. Tsja, elke gek z’n gebrek, toch? Het aantal keren dat ik deze discussie heb gevoerd in therapie is niet meer op twee handen te tellen en rationeel gezien weet ik ook wel dat wat ik ervaar onder de noemer dissociatie valt. Eigenlijk dissocieert iedereen wel eens, een klein beetje. Op de fiets zitten en, wanneer je op bestemming aankomt, niet de hele rit helder voor de geest hebben. Op de automatische piloot handelen zorgt er vaak voor dat dingen een beetje wazig worden. Maar wanneer wordt het dan een probleem? Ik denk dat het antwoord daarop heel simpel is: wanneer je er last van hebt en/of het je leven negatief beïnvloedt.

Hoe ervaar ik dissociatie?

Ik dacht dat de hele wereld last had van spaghetti-armen, een hoofd vol wolken, een gebrek aan aandacht, een centimeter of twintig boven je eigen lichaam zweven, de sensatie dat je lichaam gekke proporties en verhoudingen heeft óf gewoon je lichaam überhaupt niet voelen. Achteraf gezien moet ik er bijna om lachen: hoe was ik me niet bewust van deze dingen en hoe dacht ik daarna nog lange tijd dat iedereen dit had? Inmiddels heb ik er behoorlijk veel last van.

Ik hoor mensen praten, maar geen enkel woord komt binnen. Als ik ‘s ochtends wakker word, voelt mijn lijf vreemd: alsof mijn benen opgeblazen zijn zoals de ledematen van een ballon-poppetje (dat is de beste beschrijving die ik kan bedenken). Even met mijn hoofd schudden, in de hoop dat alle radartjes weer in beweging komen en ik kan verwerken wat er gebeurt in de wereld om me heen. Zijn deze handen van mij? Ze zien er zo raar uit, ik houd ze even onder een koude kraan.

Soms is het ‘niet kunnen inschatten hoe ver weg of dichtbij iets is’ en drie keer naast mijn kop thee grijpen. Soms is het niet weten of iets echt is gebeurd, of dat ik het heb gedroomd of eraan heb gedacht. Soms is het vijf keer vragen of iemand wil herhalen wat er is gezegd, omdat ik wel luisterde maar niet hoorde. Soms is het in bed liggen en niet weten hoe ik mijn lichaam ook alweer moet bewegen; me afvragen of mijn lichaam überhaupt wel bestáát. En soms is het gewoon drie keer tegen de deurpost aanlopen omdat ik niet kan inschatten waar mijn lichaam begint of eindigt.

Omgaan met dissociatie

Soms kan ik herleiden waar het vandaan komt: een opmerking, een plots geluid, iets in mijn agenda wat voor spanning zorgt. Maar meestal is het gewoon mijn staat van zijn: een beetje wazig door het leven hobbelen. Het wazige kan zich rustig opbouwen, als een mist die zich over het land verspreidt, maar het kan ook als een waterval over me heen komen. In het laatste geval is er vaak een trigger aan te wijzen (al kan ik het grootste deel van de tijd nog niet herleiden wat de trigger was). Al met al is het een hele ontdekkingstocht, dit dissociatie-gebeuren. Wat is normaal? Iedereen heeft immers wel eens momenten of dagen dat ze er niet helemaal bij zijn. Wat hoort bij een normale, gestreste masterstudent? Wat is níét normaal, maar wel míjn normaal? En hoe kan ik er dan het beste mee omgaan?

Ik heb me verdiept in grounding techniques, ik probeer mezelf ‘erbij te houden’ – maar meestal gaat het nog aan me voorbij. Pas wanneer iemand me vraagt hoe het met me gaat, realiseer ik me dat ik geen flauw benul heb. Dissociatie kan nog in verschillende categorieën opgedeeld worden: derealisatie en depersonalisatie. Dissociatieve klachten kunnen eigenlijk bij heel veel psychische stoornissen voorkomen, bijvoorbeeld bij angststoornissen, PTSS of depressie, maar ook mensen met een eetstoornis zijn vaak op een bepaalde manier gedissocieerd van hun lichaam. Het kan spannend zijn om minder te gaan dissociëren, omdat er een soort beschermlaagje wegvalt. Toch denk ik dat het uiteindelijk wel een stap in de goede richting is: meer contact met jezelf en de wereld om je heen zal uiteindelijk, denk ik, leiden tot een fijnere manier van leven. In deze blog worden tips gegeven om met dissociatie om te gaan.

Ook zin gekregen om te schrijven? Stuur een blog in naar dsmmeisjes!