hand met sondevoeding

Zorg zonder strijd

Na twee eerdere opnames met sondevoeding weet ik het zeker: dat echt nooit weer. Maar toch word ik – ernstig verzwakt – met spoed in het ziekenhuis opgenomen, en is er toch geen andere uitweg dan een infuus en sondevoeding.

De sondevoeding had ik bij eerdere opnames op een somatische afdeling van de ggz gekregen. Het inbrengen was een hel, de pomp die maar doorpompte een drama. Nooit mocht de pomp even uit, ook niet als ik volledig in paniek raakte. In flink tempo werd de voeding opgebouwd, en vrijwel net zo snel werd sondevoeding afgebouwd en gewoon eten en drinken opgebouwd. Dat alles met dwang, strijd, tranen, ruzie, vechten, boosheid en veel paniek. Ik herinner me uren huilen, omdat ik niet meer kon, niet durfde. De meesten verpleegkundigen waren vooral streng voor me. Daarnaast was er een flinke portie wantrouwen, naar mij.  

Zat de pleister (die de sonde op z’n plek moet houden) wat los, dan had ik dat vast gedaan om de sonde eruit te kunnen trekken. Bleef ik iets te lang onder de douche, dan was dat vast om te braken en te knoeien met de voedingspomp. Bij de ggz werd bij knallende hoofdpijn de paracetamol voor me neergelegd en no way dat het via de sonde mocht, eigen keuze immers om het te nemen. Net als het ongelofelijk vieze kaliumdrankje. Nee, we maken het haar vooral niet te makkelijk. Dan maar onder toezicht innemen, ook al levert dat uren tranen en ellende op.

Bizar dat binnen de ggz zo gehamerd werd op eigen regie, eigen verantwoordelijkheid en eigen keuze, en dat dat zo gepaard ging met veel dwang en weinig zorg. Maar dat besef ik nu pas. Want ik vond het toen ook lief dat de verpleging mij steeds bijstond in alle strijd, ellende en verdriet.

Maar wat een andere ervaring nu! Het kan echt anders!
De sonde wordt ingebracht door een lieve, ervaren arts, en, het belangrijkste: met een roesje. Met verpleegkundigen om me heen, die me troostend vasthouden. Ze begrijpen dat het ingrijpend en spannend is. Door het roesje krijg ik niet veel mee. Dat scheelt zoveel! Op de afdeling aangekomen, is iedereen echt lief voor me. Geen dwang, geen strijd. In het ziekenhuis wordt er gewoon nuchter en praktisch gezorgd. Daarmee geven ze me ook niks om tegen te moeten strijden. Bij pijn of misselijkheid wordt er een oplossing gezocht en komt er niet eerst een mentaliserend neuzelgesprekje over de betekenis van de pijn en waarom ik het nodig vind daar aandacht voor te vragen.

Dus het infuusnaaldje doet zeer en het wordt gewoon verplaatst. Ook de vieze kalium gaat via infuus en sonde. En bij hoofdpijn krijg ik de paracetamol opgelost door de sonde. Ik ben werkelijk stomverbaasd; ik word serieus genomen. Er wordt gewoon voor me gezorgd! En het moment in de late avond dat ik toch in paniek raak, krijg ik een pammetje en wordt de voedingspomp stilgezet. Omdat ze me de ontspanning gunnen. Ook mag ik afgekoppeld douchen, omdat het me ontspant. Nergens strijd. Nergens over mijn grenzen. Nergens wantrouwen. Nergens die heel diepe paniek en zeker geen uren huilen van ellende.  Zo kan ik me er zoveel beter aan overgeven.

Nu ben ik met sondevoeding thuis. Met de allerbeste zorgverleners die er bestaan. Het blijft (bijna) zonder stress, zonder krampachtige strijd, zonder ruzie, zonder paniek. Ik mag nu ook alle tijd nemen om gewoon eten en drinken weer op te bouwen. Er wordt niks geforceerd. Stapje voor stapje. Geen protocol, maar eindelijk eens mijn tempo. En ja, dat wordt een lange weg terug. Maar het is mijn eigen weg. En dan kan het niet anders dan beter worden dan het ooit geweest is.