Zomerse dagen

Wanneer de prachtigste zomerdagen voelen alsof er storm op komst is, weet je dat het mis is. Ken je dat gevoel? Dat je ‘s ochtends wakker wordt en dat je lamgeslagen hoopt dat ‘s nachts de wereld is vergaan, zodat je je bed niet uit hoeft? Dat je vurig wenst dat als je dan met pijn en moeite de gordijnen opent, niets anders zichtbaar is dan een grote zwarte aswolk, zodat het uitzicht buiten in overeenstemming zou zijn met wat vanbinnen voelbaar is? Het gebeurde niet. De wereld verging niet. Elke dag ging de zon weer op. Scheen ze weer. Soms verlegen verscholen achter grijze regenwolken, maar nooit zo zwart als de wolk in mijn hoofd. De wereld stopte niet. Sterker nog, ze leek sneller te draaien dan normaal. Ik hield haar niet bij. Ik had de energie niet om haar bij te houden.

Voor ik naar Italië vertrok, keek ik de wereld in met een zwarte, soms donkergrijze bril. Letterlijk alles was teveel. Te pijnlijk. Te zwaar. Als ik wakker werd, voelde ik direct dat weeïge gevoel in mijn maag. Ik wilde niks. Maar je moet dingen. Je moet werken, daten, drinken, dansen, kletsen. Dat is gedrag dat hoort bij gezonde jonge vrouwen. Ik sleepte mezelf onder de douche en deed meestal wat er van mij werd verwacht. Maar Jezus Christus, wat was ik ongelukkig. Het leven voelde gevaarlijk. Geen reëel gevaar. Geen écht gevaar. Maar ik voelde hoe het op loer lag.

Ik verslond psychologen, maar niets leek écht te helpen. Wanneer je als mens in staat van gevaar verkeerd, heb je gezien ons instinct feitelijk drie opties: vechten, bevriezen of vluchten. De eerste maanden probeerde ik te vechten tegen de donder in mijn hart en hoofd, maar dat was tevergeefs en bovenal veel te uitputtend.

Toen ik besefte dat er iets echt niet goed was, bevroor ik. Ik ontkende, ondermijnde en onderschatte alles. Ik lag verslagen ‘s avonds in bed te checken of mijn hart nog klopte. Huilde mezelf in slaap. Ook bevriezen had geen zin.

Na maanden van rouw, liefdesverdriet, stress, spanning, paniek en frustratie, besloot ik dat vluchten het laatste redmiddel zou zijn. Dus ik ging. Ik ging naar Italië met een koffer vol shit. Ik ontmoette nieuwe mensen, leerde een nieuwe taal, verdwaalde in een nieuwe stad en zag nieuwe beren op een weg die ik nooit eerder bewandelde. Vluchten van een depressie is simpelweg onmogelijk. Het is niet iets waar je zomaar voor weg kunt rennen. Want hoe harder je rent, hoe sneller je weer onderuit gaat.

Maar vluchten geeft wel ademruimte. Het geeft de rust om met andere ogen naar dezelfde problemen te kijken. En die rust is precies wat ik nodig had om te kunnen beseffen dat ik ook nog wist hoe het voelt om gelukkig te zijn. Ik kan niet zeggen dat ik niet meer depressief ben, domweg omdat dat niet zo is. Omdat ik soms dezelfde zwarte wolk zie en voel.

Alleen omdat ik heb mogen ervaren dat pijn niet voor altijd hoeft te zijn, zijn dingen behapbaar. Ik heb geleerd dat ik sterker ben dan ik dacht. Dat ik alleen mijn wereld aan kan. Ik leerde dat ik degene ben die mezelf kan redden en dat niemand anders dat voor je doet.

Ik heb weer mogen ervaren dat zomerse dagen soms ook gewoon voelen als zomerse dagen en dat zelfs in de zwaarste stormen, ergens op aarde nog een zonnetje haar best doet.

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.