notities

Zomaar wat ik dingen die ik leerde in therapie

Je leert veel in therapie. Althans, dat is voor mij het geval. Ik noem eens wat lessen. Doe er vooral niks mee, ik ben namelijk geen goeroe.

… Niemand komt me redden. Dat klinkt hard en dat is het ook. Ik kan me wel laten steunen door mensen, maar uiteindelijk moet ik het zelf doen. Dit is een cliché, maar het is waar. Anderen kunnen niet voor mij de trap oplopen en ze kunnen mij ook niet helemaal naar boven tillen. En zelfs als dat ze dat zouden kunnen… Zou ik het willen? Ergens komen, zonder zelf te lopen? Ik weet het niet. Ik geloof wel dat die weg naar boven ook lessen bevat, hoe zweverig dat ook moge klinken.

… Er bestaat geen wonderpil. In ieder geval niet voor mij. Je hebt van die mensen die zeldzaam goed reageren op een bepaald antipsychoticum of antidepressivum. Ik ben echter niet één van hen. Ik ben de pillen reuze dankbaar, dat wel, ze kunnen soms nét even een scherp randje ergens vanaf halen, maar in the end moet ik zelf leven met de pijn, de angst, de depressie, de suïcidaliteit.

… Het is oké om gevoelig te zijn, maar daarnaast ook een beetje hard zijn is niet slecht. Ik wil geen deurmat zijn waar je je vieze voeten aan kunt afvegen. Daarnaast wil ik ook geen stekelbosje zijn waar iedereen met een ruime boog omheen loopt. Iets daartussenin is fijn. Dat optimum bereiken is wel echt super lastig, maar ik vind het wel heel belangrijk om mondig te zijn. Het hebben van weinig assertiviteit is me niet goed bevallen. Ik ben blijer nu mijn tong iets scherper is geworden. Het voelt waardiger, alsof ik mezelf beter bescherm. Ik ben graag vriendelijk, maar niet meer ten koste van mezelf.

… Het is belangrijk om streng te zijn voor mezelf. Niet in de zin van mezelf afmatten of mezelf spreekwoordelijk om de oren meppen. Wel in de zin van tóch eten, ook al heb ik geen honger, tóch een rondje buiten lopen, al weet ik bij god niet hoe ik mijn ene voet voor de andere moet zetten, toch eens met een vriend afspreken, al krimp ik al ineen bij de gedachte aan een gesprek. Stiekem weet ik wel wat – rationeel gezien – goed voor me is, zelfs als mijn gevoel héél andere dingen roept. Rationeel mijn gevoel overwinnen gaat me niet lukken, daar ben ik een te groot gevoelsmens voor, maar ik kan mezelf wel een beetje sturen, zodat ik toch ineens buiten ben en mijn dagelijkse blokje om wandel. Helpt toch altijd wel, stiekem.

… Niemand heeft dé oplossing. Ik moet op zoek naar wat bij mij past. Natuurlijk ben ik op zoek naar bevestiging. Doe ik het wel goed? Hoe heeft Pietje het eigenlijk gedaan? Wat zegt Klaasje? Maar het werkt niet. Als ik naar ieders pijpen ga dansen wordt het een wilde, ongecontroleerde dans die niet van mij is. Ik kan me laten inspireren, ik kan me laten informeren, ik kan me laten steunen, maar uiteindelijk… bepaal ik zelf de route. Of de dans.

… Een hulpverlener kan niet toveren. Er zijn geen hulpverleners die mij op magische wijze van mijn klachten af helpen. Wanneer ik me echter niet op mijn plek voel bij een hulpverlener, ga ik weg. Zo ben ik. Ik ben kritisch, maar ook kritisch genoeg om te kunnen zien wanneer iemand (voor mij) goed is. Dan ga ik ook niet eindeloos zitten vragen om wonderen, al heb ik daar heus ook de behoefte toe, geloof me. Toch kunnen een goede hulpverlener en ik samen mooie dingen bereiken. Als ik kijk naar het verloop van de afgelopen jaren, dan kan ik toch wel spreken van een flinke vooruitgang. Geen tovenarij, wel een klein wonder.

… En toch ook weer niet. Want het is ook bikkelhard. Therapie is voor mij héél hard werken. Continu dingen doen die ik eigenlijk niet wil of denk niet te kunnen, om er dan achter te komen dat het uiteindelijk tóch lukt. Dat noemt men herstel. Of wacht, herstel… Ik weet niet of ik houd van het woord ‘herstel’. Het impliceert dat alles op een dag ‘hersteld’ is, terug bij het oude, of voorbij gegaan. Zo zie ik het niet. Ik zie mij me op mijn tachtigste nog steeds duidelijk doch liefdevol bijsturen, omdat ik anders hopeloos van het padje raak. Which is fine. Niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou worden. Niemand heeft gezegd dat er een dag zou komen waarop ik alles zou begrijpen.

Ik werd geboren 
en iemand kwam aansjokken, zette een ladder 
tegen mij aan en klom naar boven 
met op zijn rug mijn ziel en mijn gedachten

Het begon te regenen 
en hij sprong naar beneden, holde weg 
om te schuilen, riep nog over zijn schouder: 
‘Wees gelukkig! Wees maar gelukkig!’

De zon verscheen, 
maar er klom niemand meer naar boven. 
Niemand legde uit hoe ik mijn gedachten 
moest gebruiken, 
niemand bracht schaduw, 
niemand haalde de ladder weg, 
niemand zei dat er niemand meer zou komen.

Toon Tellegen

Lees ook:

  • Mailen is mijn therapie

    Met psychische problemen is het vaak zo dat je moet praten. Nu is praten vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Het is de zoveelste afspraak bij de zoveelste behandelaar. Elke keer worden er zoveel vragen gesteld,…

  • Hartjes en madeliefjes

    Ik ging mijn eerste therapiesessie in met een mengeling van hoop en wantrouwen. Hoop dat er een simpele oplossing zou zijn voor waar ik mee worstelde, een oefening, een pil, een antwoord. Wantrouwen omdat ik…

  • ik ben onaantastbaar rennend meisje

    Als je net zo lang doet alsof alles goed gaat verdwijnen alle narigheden vanzelf wel. Het is een strategie die goed voor me werkte in tijden dat het trappelen of verzuipen was. In tijden dat…

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.