Zij is niet mij

Het meisje op de foto maakt me bang. Het is bizar hoe ze me op deze afstand naar de keel kan grijpen. Ik wil haar foto verscheuren, verbranden en verwijderen, maar ze houdt mij zó in haar greep, dat ik naar haar blijf kijken. Ik zoom in om enige herkenning te vinden in haar ogen. Wanhopig en tevergeefs op zoek naar een glimp van mij.

Het fascineert me bijna dat ik niets van mezelf in haar herken. Tegelijkertijd benauwt het me. Het maakt me bang dat ik feitelijk weet dat zij mij is, maar dat ik het gevoelsmatig niet geloven kan. Haar kleding zou ik nooit gedragen hebben, de blik in haar ogen past niet bij mij, haar houding zou ik mij nooit hebben aangemeten, haar leegte ken ik niet.

Zij draagt niet eens dezelfde naam als ik. Met een schuilnaam ging zij door het leven. Blijkbaar vond zij ook dat ze los van mij moest staan en dat ze een andere identiteit nodig had. En onder die naam deed ze de walgelijkste dingen undercover. Het was haast alsof ze mij had weggegooid en een nieuw persoon had gecreëerd in mijn lichaam. Ze was mij blijkbaar zat. Ze kon mij niet gebruiken op haar pad van vernieling. Haar motto luidde “Zorg ervoor dat je niet lager kunt komen, zodat je niet meer vallen kunt. Maak jezelf kapot, zodat niemand anders dat kan doen” Als ik zie wat ze gedaan heeft, word ik misselijk. Als ik zie waar ze is geweest, duizelig. Ik haat haar. Ik haat het dat zij mijn lichaam gebruikt heeft en herinneringen heeft gecreëerd, die mij nog dagelijks storen in flitsen.

Ze is gevaarlijk, meedogenloos en eng. Ze kende geen grenzen. Ze keek gevaar recht in de ogen en rende erop af, in de hoop geraakt te worden. Maar het raakte alleen mij. En telkens als ik dat haar liet weten, als ik haar een teken gaf van leven, dronk ze me weg me alcohol. Ze dronk nét zo lang, tot ik compleet verdwenen was en zij weer kon doen, waar zij dacht ‘oh zo geweldig’ in te zijn.

Inmiddels heb ik mijn eigen naam weer terug en bescherm ik mij tegen alle mogelijke gevaren, zelfs als dat betekent dat ik daardoor niet langer naar buiten kan. Ik heb haar achtergelaten, verbannen en mijn lichaam teruggeëist. Ik denk dat ik mij inmiddels zó intens bescherm, dat ik haar letterlijk niet als mij kan zien. Als zij mij was, zou ik het haar namelijk nooit vergeven. Ik zou niet met haar, als mezelf kunnen leven. Als ik haar als een gedeelte van mij zou zien, zou ik nu niet kunnen zijn wie ik ben. Ik ben nu mij, die last heeft van haar en van alles wat zij met mij gedaan heeft.

Ik kan van mezelf houden, omdat ik haar als een ander zie. Ik kan haar niet meer anders zien…

2 Comments

  1. (Veel te) herkenbaar.
    Ik zou het liefst een aantal delen uit mezelf willen schrappen. Maar ze zijn ook deel van ons, van onze geschiedenis. ik moet ze erkennen, inzien dat ze ook mij zijn. Zo niet, informerren ze mij en de buitenwereld van hun bestaan, achter mijn rug om, of zonder er controle over te hebben. Lastige boel, is het niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge