auto op weg

Zelfzorg – een analogie

Vijf jaar lang heb ik geprobeerd om heel hard te rijden in een kapotte auto. Ik negeerde gewoon dat hij het niet goed deed, want ik moest zo nodig naar mijn bestemming toe. Ik gaf vol gas, terwijl ik ergens ver weg wel wist dat het niet goed voor hem kon zijn. Van tijd tot tijd werd ik boos op hem omdat hij niet hard genoeg vooruitging op de snelweg, dus gaf ik hem geregeld een harde trap, in de hoop dat hij het dan toch weer even beter zou doen. Van de buitenkant liep hij daarom steeds meer krassen en deuken op, daar schaamde ik me dan voor. Wat zouden de anderen over mij denken dat ik in zo’n lelijke oude bak reed? Ik probeerde de schade te verbergen, gewoon nog maar een beetje rode lak erop gooien en dan moest ik er wel weer even mee vooruit kunnen. Dat hij daaronder flink roestte zag niemand (dacht ik…), en daar ging het mij om. Intens vrolijk zwaaiend naar iedereen reed ik jaren door, stiekem in de hoop dat ik op die manier kon afleiden van wat er echt met de auto aan de hand was. Dat was namelijk mijn grootste geheim.

Maar op een dag in de kerstvakantie afgelopen winter wou hij opeens helemaal niet meer rijden. Toen ik op een ochtend de sleutel omdraaide in het slot hoorde ik alleen maar een piepend protestgeluidje en toen was het stil.
Te stil.
Doodstil.

Ik schrok ervan en verstijfde, wist niet meer verder. Blinde paniek overviel mij want ik wilde oh zo graag naar mijn bestemming! Maar ik raakte dusdanig in de war dat ik niet eens meer wist waar die bestemming gelegen was. Langzamerhand drong tot mij door, dat dat hem nu niet zou worden.

Met een knoop ik mijn maag stapte ik langzaam uit en ik keek voor het eerst in tijden naar mijn auto – niet helemaal natuurlijk, alleen met mijn linkeroog loerde ik door de wimpers heen van een afstandje. Daar stond hij dan, langs de weg, helemaal alleen in een dicht donkergroen bos in de stromende regen, en hij was er helemaal niet goed aan toe, dat zag ik zelfs met een schuin oog. De roest schemerde door de rode lak heen, rechtsvoren had hij een platte band, het nummerbord hing scheef en zelfs het licht deed het niet meer. En na een voorzichtige blik onder de motorkap zag ik dat ook zijn hart, de motor, nu toch echt helemaal stuk was. Een diep triest gezicht was het. Toen ik zo naar hem keek vond ik hem opeens zielig. Hoe had het zo ver kunnen komen? De pijn die omhoogkwam was heel heftig en soms te zwaar om te dragen dus liep ik van hem weg, maar regelmatig ging ik toch weer even bij hem kijken. Ik stond er met de handen in mijn haar. Dit had ik nooit gewild. Wat moest ik nou met hem?

Toen ik op een zonnige dag weer bij hem langsging realiseerde ik me dat hij eigenlijk best leuk is en dat ik in toekomst beter voor hem moet gaan zorgen, wil ik ooit nog in hem gaan rijden. Het moet maar net je smaak zijn maar hij heeft een mooie donkerrode kleur, de koplampen geven normaliter warm wit licht (niet van dat vreselijk felle LED licht zeg maar) en zijn vorm is een tikkeltje ouderwets. Waarom heb ik eigenlijk jarenlang zo vreselijk lelijk tegen hem gedaan? Mogelijk omdat ik, toen ik hem net nieuw had, zag hoe andere mensen vervelende dingen over hem zeiden. Hij zou nooit snel genoeg kunnen rijden, zeiden ze, en hij had te weinig beenruimte en was te hoekig, echt een beetje een vreemd ding vonden ze het. Op een gegeven moment durfde ik zelf ook niet meer om nog iets positiefs over mijn auto te zeggen. Maar nu ik me dit proces realiseer is er geen reden meer om het nog voort te zetten. Helaas kan ik nog niet op alle dagen zijn schoonheid zien, en dan kom ik toch weer even in de verleiding om uit wanhoop een trap te geven tegen de achterkant, omdat ik zo graag naar mijn bestemming had gewild. Maar toch weet ik meestal dat ik mijn bestemming voorlopig los zal moeten laten. Ik zal hem eerst moeten repareren voordat ik weer een nieuwe richting insla en dat zal wel een tijdje duren. Lief autootje, wil je mij alsjeblieft nog een keer vergeven?

Misschien moet ik op mijn huidige verblijfplaats wat meer om mij heen kijken. En misschien moet ik maar wat vaker gaan wandelen zodat hij ondertussen bij kan komen? Ook hier in de buurt is er vast wel wat moois te ontdekken. En misschien moet ik leren de pijn die ik nu heb te delen met anderen, hoe lastig ook. Wie weet zit er zelfs iemand bij die verstand heeft van donkerrode ouderwetse hoekige autootjes en kan helpen repareren? Ook ga ik wel nog een keer op rijles, heb ik besloten. En als ik eenmaal weer verder kan, zal ik voor de zekerheid maar liever de rustige 50-weg door het heuvelachtige landschap nemen in plaats van de snelweg. Want ook al hou ik hartstikke van hard rijden en zal die verleiding altijd wel blijven bestaan, zal ik serieus minder moeten gassen wil hij het duurzaam blijven doen.

Voor nu sta ik in ieder geval nog een tijdje stil, en misschien is dat wel even goed zo.

Hoe gaat het met jouw autootje? Zorg jij er wel goed voor?

Ook een keertje een blog insturen naar dsmmeisjes? Klik hier