Wij willen spreken

Wij willen spreken

Het lukt me niet om dit te posten. Niet met een hashtag met daarachter de naam van hetgeen waar ik last van heb. Een hashtag voor mijn stoornis klopt niet. Ik vind de classificaties al moeilijk, ik wil DIS niet maken tot iets wat gemakkelijk opzoekbaar is, benoembaar.

Ik weet ook niet of ik hier wil schrijven, of ik wil schrijven op een website opgericht voor ieder die wat wil schrijven over zijn psychisch ziek zijn. Ik weet niet of ik mijn DSM-label tot onderwerp van een artikel wil maken. Ik wil niet over mezelf schrijven.

En toch ga ik over mezelf schrijven. Ik wil open kunnen zijn. Alles kunnen zeggen.

Ik wil alleen mijn positieve kanten uiten.

Ik wil ook eens kunnen zeggen dat ik me naar voel.

Ik wil begrip en erkenning.

Incoherentie is ons eigen. Zoveel ikken. Ik ben hen niet. Wij, en daarmee ook dit stuk, is niet één geheel.

Ik weet niet of ik mijn anders-zijn, zoals ik mezelf ervaar, een stoornis wil noemen. Misschien heb ik een talent, één waarmee ik mee moet leren omgaan. Hoe dan ook is het een gave die mij nu regelmatig behoorlijk dwarszit.

Onze fantasie is een wereld in ons hoofd, en het hoofd hebben we opgedeeld in meerdere stukjes. Ik ben 30 jaar inmiddels. Er zijn veel delen in de kleuterleeftijd. Een baby. Pubers. En een deel van 18 jaar dat zichzelf geen puber vindt. En omdat ik mijn fantasie zo lang geleden heb ontwikkeld, en mijn geheugen zo goed heb kunnen opsplitsen, leven deze delen hun eigen leven waar ik niet altijd van af weet.

Ik heb geen kind-deel; ik heb zo’n 15 kinderen rondscharrelen. Dat verschil benoemen vind ik lastig, maar zorgt dat ik eindelijk kan verwoorden waar ik mee zit. Of beter gezegd: waar wij mee zitten. (Waar zij mee zitten: ik heb nergens last van. Dit stuk is een spel. Een vraag om aandacht.)

De binnenwereld erkennen betekent echter ook dat ik ga voelen.

Het was een gave om een deel te hebben dat niets voelde. Er gebeurde dingen die ik als kind niet aankon, dingen die ik niet mocht voelen wanneer ik de volgende ochtend gewoon weer op school moest functioneren. Het gevoelloze deel heeft mij toen gered. Alle klappen liggen bij hem.

Het was ook heel handig dat ik snel volwassen werd en al mijn behoeftes wegschoof. Alle kinderen heb kunnen verstoppen. Het was ook fijn, dat ik een dom deel had om niets te begrijpen van alle pijn en onmacht. Het was ook handig om dader-imiterende delen te hebben, zodat ik 1 van hen was, hen schijnbaar begreep, minder eenzaam was, omdat misbruik nog altijd meer aandacht gaf dan helemaal geen lichamelijk contact.

Ik heb niets meegemaakt. Over een jaar zal blijken dat het allemaal verzonnen is, om zo aandacht te trekken.

Ik heb buikpijn, pijn in mijn kruis.

Ik trek me niets aan van deze tekst. Ik handel en voer uit wat nodig is.

Ik voer nog steeds de pijnlijke handelingen uit die wij vroeger ook moesten dragen.

Ik spreek niet. Ik mag niet bestaan.

Samen zijn we ik. Ik weet niet of ik 1 geheel wil worden. Althans, nog niet. Niet voordat ik de anderen allemaal ontmoet heb. Eerst wil ik samen een team vormen. Met zijn allen beslissingen maken. Elkaar helpen met het verwerken van alle pijn. Daarna zien we wel verder. Misschien ga ik ze ooit daadwerkelijk als ‘ik’ voelen.

Lees ook:

  • Duizend stukjes

    Ik ben bang. Bang voor iedereen, bang voor alles. Ik zet een masker op als ik mijn deur uitstap. Niemand ziet mijn tranen, niemand voelt mijn pijn. Ik lach, en ik doe alsof. Ik voel me verscheurd. Uit elkaar gevallen.…

Meer informatie over dissociatie en DIS

E-book over dissociatieve identiteitsstoornis:

DIS mini uitgelicht

Misschien heb je net te horen gekregen dat je een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) hebt, of ken je iemand die dit heeft. Maar wat is DIS eigenlijk precies en hoe kun je ermee omgaan? Wat zegt de wetenschap en welke therapieën zijn er? En… hoe is het eigenlijk om DIS te hebben, valt er een beetje mee te leven?

Aan de hand van wetenschappelijke artikelen, het psychiatrisch handboek DSM én ervaringsverhalen geeft Rivka Ruiter je in deze dsmmini antwoord op bovenstaande vragen. Een dsmmini is een klein e-bookje dat inzicht geeft in een stoornis uit de DSM. De ervaringsverhalen zijn van Daniëlle (31), Hannah (26) en Melissa (26), drie jonge vrouwen met DIS of AGDS (andere gespecificeerde dissociatieve stoornis).

Dit e-book is een PDF, je kunt hem lezen op je computer of telefoon zonder e-reader!

7 reacties

  1. Hallo ikjes, welkom hier. Allemaal :). Fijn dat jullie durven, of gewoon maar handelen, of vragen om aandacht, Mag allemaal hier.Weer wegrennen ook, als je dat het liefste wil. Maar ik vind het verschrikkelijk mooi dat je hebt geschreven, en wat je hebt geschreven.

  2. Hallo ikjes,
    Anne wees me er op dat ik hier kan reageren! Lekker snugger, niet gezien.
    Op insta had ik gereageerd:
    Wat een duidelijke warboel! Erg knap geschreven! Succes en sterkte

  3. Dank je wel Maria! Ik kwam inderdaad maar niet tot het maken van een consistent verhaal. Maar ja, dat is nu precies de strekking van wat ik wil vertellen, dus heb ik het stuk maar zo gehouden 😉

  4. Ik vind je verhaal juist super herkenbaar. En het rare was, of is het is net alsof ik mijn eigen woorden lees.. Die tegenstelling over de diagnose, het aanvaarden (maar ook juist niet) van de delen.. en ook wat je schrijft aan het einde.. – over een jaar zal uitkomen…- die herken ik ook heel erg!! Bedankt voor je bijdrage lieve ikjes!!!

    1. Graag gedaan applefreak. Fijn dat er herkenning is.
      (En ondertussen wordt er gedacht: als iemand anders met DIS herkenning voelt in mijn verhaal, misschien heb ik het dan ook?) 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.