meisjes hand in hand

Wie vertel je over je diagnose?

Mijn psychologe is duidelijk: “Het is echt beter dat je ook met anderen over je diagnose praat.”
Eerder had ik gezegd dat ik het een eenzaam avontuur vond, het hebben van complexe PTSS. Alleen mijn man weet het. Hij is er ook vaak bij als ik paniekaanvallen heb, maar moet het ook vaak ontgelden als ik prikkelbaar ben. Of hij moet de dagelijkse dingen van mij overnemen als ik lamgeslagen op de bank lig, wanneer ik het even niet meer trek. Hij is best een goede steun op zware momenten. Maar is hij genoeg?

Ik vertel hem niet zo veel. Het is te erg. Zou ik het wel doen, dan zit het in zijn hoofd en wat kan hij ermee? Hij doet zijn best om er voor me te zijn, maar dat is vooral in praktische zin en alleen als ik duidelijk ben over wat ik van hem verlang. Eigenlijk is hij ook een trigger voor mij, al weet hij dat niet. Hij kost me veel energie. Dus belast ik hem zo min mogelijk met mijn sores.

Doordeweeks, als hij werkt, ben ik alleen. Op de eerste plaats heb ik niet zoveel mensen om me heen, ten tweede kan ik op dit moment niet zoveel prikkels verdragen. Ik vind het niet erg. Maar ook weer wel. Als je er voor kiest om geen mensen op te zoeken of uit te nodigen, is er ook niemand met wie je kunt praten. En dat maakt mijn PTTS nu een eenzaam avontuur.
Is het dus beter meer mensen in te lichten over de hel waarin ik me nu bevind?

Maar wie vertel je het? Wie kún je vertrouwen, wie vertelt het niet verder? Wie begrijpt je? Wie reageert op de manier die jij nodig hebt? Nog belangrijker: wie is er daarna nog voor je? Voor de buitenwereld ben ik de sterke stoere vrolijke vrouw die zich altijd wel redt. Ze zullen schrikken, maar worden ze niet afgeschrikt?

Mijn zusje, die zal me begrijpen. Zij is weliswaar een stuk jonger, heeft daardoor niet alles meegemaakt wat mij overkwam, maar komt wel uit hetzelfde gezin. Maar wat ik al dacht: ze had het niet verwacht. Is geschokt, verbaasd ook. Zij heeft heel andere herinneringen. De hare zijn overigens minstens zo erg. En die triggeren me ook weer. Ik was ze helemaal vergeten. Maar inderdaad, dát gebeurde ook! Ze herkent van mij ook wel het een en ander, maar dan vanuit haar perspectief.

Mijn zusje is net als ik het type ‘niet zeuren maar doorgaan’. Ze is druk met werk en gezin. Op een gegeven moment laat ze doorschemeren dat het toch wel meeviel. “Was het echt zo erg?”, vraagt ze. Ik realiseer me dat ik dat ook dacht, toen ik zo oud was als zij nu. Maar ik zeg het haar niet. Ik besluit ter plekke haar gelijk te geven en begin over een ander onderwerp.  Ze is zichtbaar opgelucht.

Ze weet niet dat ik geen zaadje bij haar wil planten (al is dat misschien wel gebeurd). Ik wil niet dat mijn PTSS haar PTSS wordt. Net als vroeger weet ik dat ik haar moet beschermen. Misschien komt haar tijd nog, als ze ouder wordt. Maar laten we elkaar nu niet samen die diepe beerput inpraten. Mijn zusje informeert daarna niet meer hoe het met me gaat. En ik vertel er niet meer over.

Veel vriendinnen heb ik niet. Nooit gehad ook. Door hechtingsproblematiek, weet ik sinds kort. Ik heb wel enkele kennissen en één heel goede vriendin. Ik was er voor haar toen ze kanker had. Ging mee naar chemokuren, toen haar man dat niet aankon. Was een schouder waarop ze uit kon huilen.  “Als ik ooit iets voor jou kan doen, doe ik dat graag”, zei ze toen. Voorzichtig vertel ik haar over mijn diagnose. En zij, zij begrijpt mij. Schrikt ook, maar luistert, oordeelt niet, geeft me de knuffel die ik zo nodig heb. Het is jammer dat we sinds kort twee uur rijden bij elkaar vandaan wonen. Maar we bellen. Ouderwets bellen.

En dan is daar mijn buurvrouw. Mijn lieve, twintig jaar oudere buurvrouw. Ze heeft het niet gemakkelijk met haar beginnend dementerende man en het onbegrip van haar kinderen. Zij moet zichzelf ook redden. Haar vertel ik het niet. Bij haar luister ik naar haar verhalen. Had ik me voorgenomen. Tot ik op een dag haar hond nog een heel lange knuffel geef, bij het weggaan. “Zeg, hoe is het eigenlijk met jou?” Ze overvalt me zo, dat ik mijn verhaal eruit gooi.  “Ach, dat dacht ik al.” Mijn lieve buurvrouw, zij wil er ook graag voor mij zijn. Gelijk oversteken, besluiten we. Wat voelt het fijn.

Het is goed mijn verhaal te kunnen delen. Al is het, los van mijn man, slechts met twee mensen. Misschien weinig, maar voor mij genoeg. Ik vertel ze niet alles,  wel de hoofdlijnen. Ik kan ze vertrouwen. Ze begrijpen mij en zijn er voor mij. Hoe belangrijk is dat!

Ook meeschrijven op dsmmeisjes? Stuur hier je blog in.

Lees ook:

  • Dit wordt mijn eerste blog en ik merk aan mezelf dat ik het toch best een beetje spannend vind.Iedere keer als ik een stukje heb getikt zijn mijn vingers toch weer geneigd om het te deletenEn ik heb dan nu…

5 reacties

  1. Als het veilig voelt bij mensen, komt het delen misschien ook ‘vanzelf’. Ik zou een diagnose niet zomaar bij een kennismaking delen, maar mensen die je goed kennen, snappen als het goed is echt wel dat je meer bent dan je diagnose. Jij bent jij. Een diagnose kan helpen om je beter te begrijpen en/of te kunnen helpen.
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Het uitgehongerde monster

    1. Hallo Naomi,
      Dankje voor je antwoord. Persoonlijk vind ik mijn diagnose cptss nogal schokkend. Het maakt me op dit moment heel erg kwetsbaar. Het liefst hield ik het voor mezelf. Nu is een klein aantal mensen op de hoogte. Dat is moeilijk maar ook weer fijn. Ik blijf het dubbel vinden. Groetjes Willemijn.

  2. Het is knap van u dat u er open over durf te schrijven. Ik heb ook een lichte vorm van PTSS en weet paniek aanvallen zijn. Mijn ervaring als man is niet possitief om het mensen te vertellen omdat je niet gelooft word of bijna geen steun krijg. Mensen hebben altijd een vervelend beeld hierover of reageren vaak raar of ontwijken heb. Het is goed dat deze site bestaat en je kan lezen dat je niet alleen ben. Zels op mijn vrijwilligerswerk in de zorg reageren ontwijkend. En weten niet wat ik heb. Behalve dat ik een paniekaanval had tijden hun aanwezigheid. Mijn advies vertel het aan naaste die je denk te vertrouwen.

  3. Willemijn ,
    Bij mij is het mijn man ook die dit weet , en 1 goeie vriendin die ik al ken vanaf mijn kleuter tijd . Nu ben ik wel zover dat ik het soms wel vertel , als ik denk dat ik dat wel kan doen , waar ik wel achter ben gekomen dat het zeer moeilijk is voor mensen om dit te begrijpen en ieder doet het op zijn of haar manier . Helaas zijn er ook ooit mensen bij , waar je dan niks meer van hoort mij kan dit dan heel diep raken , maar gelukkig praat mijn man dan met me en probeert me uit te leggen dat deze mensen niet van toegevoegde waarde zijn in mijn leven .
    Ik ben nu ondertussen wel zover dat ik het deel want het hoort nu eenmaal bij mij en het is niks om ons voor te schamen .
    Heb ook al best wel lezingen en voorlichting gegeven maar wel altijd samen met mijn Buddy hulphond want met hem lukt me dit wel .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.