‘Wie hecht zich nu aan een hulpverlener?’

Door het hele coronagebeuren was de zomervakantie ineens dichterbij dan ik dacht. Ik dacht, nee ik hoopte vooral dat de mensen aan wie ik me heb gehecht nu door het coronagedoe niet weg zouden gaan. Maar over twee weken heeft mijn psycholoog drie weken vrij. De gedachte dat ik hem die weken niet kan zien en spreken vliegt me aan, het maakt me bang en onzeker. Help, hoe kom ik die drie weken door? Kan ik het wel alleen?

Wat lijken die die weken nu al een eeuwigheid. Ik tel in mijn hoofd straks de dagen af tot hij weer terug is. Ik markeer de dagen in mijn agenda en elke dag denk ik: weer één dag minder. Natuurlijk weet ik met mijn hoofd heus dat ik die drie weken wel overleef en niet kopje onderga. Maar mijn gevoel is daar totaal niet van overtuigd, mijn gevoel heeft het nodig om hem te zien, om te weten dat hij oké is. Normaal kan ik iedere week mijn verhaal even doen bij iemand die me echt begrijpt. Als het nodig is kan ik tussendoor nog mailcontact met hem hebben.

Ik weet dat mijn moeite met zijn vakantie alles te maken heeft met mijn angst om verlaten te worden en mijn angst en onzekerheid dat hij me in de steek zal laten na die weken vakantie. Dat hij na zijn vakantie zal zeggen: ik ben wel klaar met je. Ik weet wel dat hij dat niet doet, maar de angst is er niet minder om! Vanbinnen voer ik een levensgroot gevecht; heb ik me niet te veel aan hem gehecht? Want dat ik me gehecht heb aan hem weet ik wel zeker. Dat is nog steeds doodeng, dat maakt me kwetsbaar. Dat is het probleem met een hechtingsprobleem als het mijne. Ik ben altijd bang dat mensen aan wie ik me gehecht heb me zullen afwijzen of in de steek laten. Ik heb geen controle over wat de ander doet met mijn gevoelens. 

Ik vind het ergens raar dat ik deze gevoelens heb; wie hecht zich nu aan een hulpverlener? Ik moet hem toch deze weken met zijn gezin gunnen. Ik moet niet zo raar doen, me niet zo aanstellen. Flink zijn, je kunt dit best. Wees nu eens een grote meid, stel je niet zo aan en zit niet zo te piepen. Je moet wel flink zijn hoor, je bent een grote meid en laat je niet zo gaan. Allemaal zinnetjes die ik een stem in mijn hoofd hoor zeggen. De stem van mijn moeder. 

De wekelijkse gesprekken met mijn psycholoog voelen als een houvast. Hij staat naast me aan het roer terwijl ik met mijn levensbootje door een storm vaar. God is daar gelukkig ook bij om mij te helpen terwijl ik met mijn bootje op die woeste zee ronddobber. Hij is het Anker van mijn gammele bootje, Hij helpt en gooit Zijn Anker uit als het water te woest wordt onder mijn bootje. Gelukkig gaat God nooit op vakantie! 

Mijn psycholoog is iemand die ik kan en durf te vertrouwen. Hij biedt me een stuk veiligheid. Ik vind het lastig dat ik dit nu even moet missen. Maar het gemis heeft ook een andere kant, ik kan me blijkbaar intens hechten aan iemand die voor mij veilig voelt (wat ook nog eens een man is, in mijn geval ook niet geheel onbelangrijk). Hechten op zo’n manier dat ik een enorme genegenheid voor hem voel. Dat vind ik lastig om toe te geven aan mezelf, maar dat mag, dat is oké. Ik wil me er niet voor schamen. 

Het lastige van vakantietijd is dat er meer mensen waar ik een hechtingsband mee heb (tegelijkertijd) weggaan. Mijn beste vriendin gaat met haar gezin in de laatste week dat mijn psycholoog weg is ook een weekje weg. Dat gun ik ze van harte. Maar voor mij voelt het alsof er weer een stukje veilige haven weg is. Weer een baken van veiligheid waar ik in de lastige drie weken dat mijn psycholoog weg is niet naartoe kan vluchten. Weer iemand aan wie ik me heb gehecht die zomaar een week weggaat. Wie zegt dat onze relatie na die week nog hetzelfde is? Ik ben ergens diep vanbinnen bang dat ze na die week heeft bedacht dat ik toch niet zo leuke vriendin ben.

Mijn broer, met wie ik een hechtingsband aan het opbouwen ben, gaat ook in die week weg. Help, weer iemand die me in de steek laat, weer iemand naar wie ik niet toe kan vluchten in die toch al moeilijke weken zonder psycholoog achter de hand. De angst dat hem wat kan overkomen, vliegt me naar de strot. We leren elkaar steeds beter kennen en ik wil hem nog niet kwijt. Stiekem hoop ik dat zijn vakantieplannen niet door kunnen gaan. Niet omdat ik het hem niet gun, maar voor mezelf. Zodat niet iedereen tegelijkertijd weg is. Ik weet wel dat het de angst is die deze gedachten voedt, mijn hoofd en mijn gevoel gaan twee verschillende kanten op.

Als klap op de vuurpijl hoorde ik gisteren dat ook mijn psychiatrisch verpleegkundige in die ene week op vakantie is. HELP, alle vakanties van de mensen die veilig voelen overlappen elkaar in die ene week! In mij schreeuwt alles NEE, niet nog iemand die veilig voelt die week weg! Ik heb het gevoel dat ik steeds dieper val, al mijn vangnetten zijn in die week weg.

Waar en op wie kan ik terugvallen? De kerk, de dominee, een ouderling? Nee, daar hoef ik het niet van te verwachten. Mijn vriendin kan niet komen, want haar scootmobiel mag door corona niet mee in de taxi. Mijn tante met wie ik een goeie band heb is net de weken daarvoor op vakantie geweest. Het voelt alsof er uitwegen dichtklappen. Ik weet wel dat er zijn mensen bij wie ik terecht kan, maar dat zijn niet de mensen met wie ik een hechtingsband heb.

Met mijn psycholoog en psychiatrisch verpleegkundige wil ik handvatten zoeken en plannen bedenken over wat ik kan doen om deze lastige periode door te komen. Dat zal ik nodig hebben! Gelukkig gaan ze geen van allen ver weg dit jaar. Dus hoef ik niet bang te zijn voor neerstortende vliegtuigen, gemiste vluchten of immigratieplannen. Ze blijven gelukkig veilig in de buurt. 

Vertrouwen, veiligheid, gezien en gekend worden zijn de basisvoorwaarden voor een veilige hechting. Iets wat ik niet heb gekend in mijn jeugd en wat ik nu aan het leren ben met bovengenoemde mensen. Maar wat is het eng en zwaar om de komende weken zonder ze te moeten en erop te vertrouwen dat ze me niet in de steek laten of afwijzen…. 

Ik zou willen dat de vakantieperiode al voorbij was of dat ik alleen maar kon slapen tot hij en alle anderen er weer zijn. Als ik dan na die zes weken zomervakantie wakker wordt, is alles weer normaal. Niet het nieuwe normaal, maar het oude normaal. Dan zijn alle coronamaatregelen weg. Dan mag ik weer mensen knuffelen en aanraken en hoef ik ook niet meer bang te zijn dat ik iemand ziek maak. 

Lees ook:

  • meisje tussen muren

    Vertrouwen doe ik mensen niet zomaarZelfs hulpverleners, heb ik al ervaren, vinden dat raarIk hoor ze dan zeggen: je kunt ons vertrouwenMaar ondertussen proberen ze wel hun eigen mening er door te douwenNiet elke hulpverlener ervaar ik als passendMaar dat…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer