Welkom bij de club, ik vind het niet leuk dat je er bent

Een paar weken geleden ging het in therapie over mijn basisschooltijd – een periode waar ik bar weinig herinneringen aan heb. Ik werd wat wazig en dissocieerde een beetje, maar in principe gebeurde er niets bijzonders, dacht ik. Tot ik me achteraf realiseerde dat ik mijn therapeut had verteld over gebeurtenissen die ik mezelf tot dat moment niet had kunnen herinneren. Een rare situatie, maar ik probeerde het van me af te zetten. De dagen na deze sessie bleef ik op de meest vreemde momenten een soort ‘fotobeelden’ zien in mijn hoofd. Hoe ik als kind met de rest van mijn gezin aan tafel zat voor het avondeten. Hoe het schoolplein van mijn tweede basisschool eruit zag.

Stuk voor stuk beelden die nieuw voor me zijn. Ja, ik weet dat het theoretisch gezien mijn herinneringen moeten zijn: ik heb in dat huis gewoond, ik heb op die school gezeten. Emotioneel voel ik echter geen band met deze beelden. Niet geheel vreemd, gezien mijn herinneringen ongeveer beginnen vanaf mijn twaalfde en de herinneringen die echt “van mij” voelen, beginnen pas rond mijn negentiende. Ook raakte ik de dagen na de therapiesessie steeds meer uitgeput. Ik sliep een paar dagen 15 uur per dag en begon me af te vragen of ik misschien een burn-out had opgelopen door de combinatie van sociaal leven, studie en therapie.

Ik zou niet meer kunnen vertellen hoe het precies ging, maar een paar nachten later lag ik in bed te piekeren. Ik was midden in de nacht wakker geworden en mijn hoofd wilde zich maar niet stilhouden. Iedereen was druk met elkaar in gesprek en het was een geschreeuw van jewelste. Ik wilde slapen, dus legde me er knorrig bij neer: het zou kunnen dat ik een nieuw deel, een nieuwe alter leer kennen (lees meer over alters in DIS).

De naam die al een paar dagen ongewenst door mijn hoofd gonsde, kreeg ineens een plek. Tot mijn grote walging, overigens, want ik heb geen fijne associaties met de naam – al ontbreken de herinneringen, dus ik kan niet vertellen waarom de associaties negatief zijn. De naam past bij de periode van mijn leven waar de ‘fotobeelden’ uit komen die zich aan me bleven opdringen.

De volgende ochtend heb ik in paniek mijn therapeut gemaild: dat ik het vermoeden heb dat er een nieuw deel is – of nou ja, nieuw… Het zal ongetwijfeld al langer bestaan, maar ik was me tot voor kort nog niet bewust van het bestaan ervan. Maar ook dat ik, sinds ik schoorvoetend erken dat er misschien nóg iemand in mijn hoofd woont, ineens niet meer die volledige uitputting ervaar. Alsof al mijn energie opging aan het onderdrukken en negeren, en nu dat niet meer (of minder extreem) nodig is, heb ik ineens weer wat meer energie.

Daar zat ik dan, met al mijn vragen. Verzin ik dit niet? Nu loopt het toch wel écht uit de hand! Dit is te gek voor woorden! Ik heb niet eens trauma’s, dus waarschijnlijk verzin ik deze hele problematiek bij elkaar en ‘verdien’ ik deze diagnose niet eens! Kan dit wel zomaar, een nieuw deel ontdekken? Hoe kan het dat mijn hoofd nog niet is ontploft van ‘volheid’? Zou mijn therapeut me uitlachen, belachelijk vinden? Zou mijn therapeut nu eindelijk doorhebben wat een walgelijke bedrieger ik ben?

Maar mijn (geweldige) therapeut reageerde vol begrip, zoals altijd. Dat het passend kan zijn dat de binnenwereld toegankelijker wordt door middel van therapie. Mijn therapeut moedigt me aan om nieuwsgierig te blijven in plaats van afkeurend en negatief. Ik doe mijn best. Daarnaast probeer ik te onthouden: ook als ik me over een paar weken of maanden realiseer dat het toch geen nieuw deel is, dat het simpelweg herinneringen zijn waar ik nu ‘toegang tot krijg’… Dan is dat ook oké. Het is een hele ontdekkingstocht, dit leren kennen van mijn hoofd, dus ik hoef niet alles zeker te weten. Maar hè, voor het geval dat:

Hé, jij daar, in mijn hoofd; welkom bij de club.
Ik vind het maar moeilijk dat je er bent,
maar zal proberen aardig voor je te zijn – probeer jij dat dan ook?

Lees ook:

  • meisje bij zebrapad

    “Dus, tot over drie weken”, zegt ze. “Prima," antwoord ik, “en fijne vakantie ook. Geniet ervan”. Ik tover een glimlach op mijn gezicht, maar diep vanbinnen sterf ik van angst. Mijn therapeut gaat met vakantie. En hier zit ik dan.…

Meer informatie over dissociatie en DIS

E-book over dissociatieve identiteitsstoornis:

DIS mini uitgelicht

Misschien heb je net te horen gekregen dat je een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) hebt, of ken je iemand die dit heeft. Maar wat is DIS eigenlijk precies en hoe kun je ermee omgaan? Wat zegt de wetenschap en welke therapieën zijn er? En… hoe is het eigenlijk om DIS te hebben, valt er een beetje mee te leven?

Aan de hand van wetenschappelijke artikelen, het psychiatrisch handboek DSM én ervaringsverhalen geeft Rivka Ruiter je in deze dsmmini antwoord op bovenstaande vragen. Een dsmmini is een klein e-bookje dat inzicht geeft in een stoornis uit de DSM. De ervaringsverhalen zijn van Daniëlle (31), Hannah (26) en Melissa (26), drie jonge vrouwen met DIS of AGDS (andere gespecificeerde dissociatieve stoornis).

Dit e-book is een PDF, je kunt hem lezen op je computer of telefoon zonder e-reader!

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer