Welkom bij de bijeenkomst…

‘Welkom bij de bijeenkomst. Ik wil graag beginnen met horen hoe ieder er bij zit vandaag.’ Help. Paniek. Hoe zit je er bij? Iets delen over mezelf? Ik had klamme handen, een bonkend hart en een versnelde ademhaling. Zo zat ik inmiddels een tijd geleden in een bijeenkomst.

Hoe zit ik er bij? Ik ga bij mezelf na hoe ik er bij zit. Vanochtend ben ik met lood in mijn schoenen opgestaan. Ik heb een bijeenkomst vandaag. Vorige week heb ik meer van mezelf laten zien. Nu is de allesbepalende confrontatie, althans, zo zit het in mijn hoofd. Het moment dat ik anderen mij stom vinden en ik een afwijzing ga krijgen. In mijn lichaam voel ik gevaar. Ik besef dat dit een oude reactie is.

Vroeger had ik deze reactie ook. Alleen al als gevraagd werd naar een antwoord op de leerstof. Er komt een herinnering naar boven dat ik in een werkgroep zat. Ik kreeg het woord om mijn antwoord te delen. Help. Wat als ik een verkeerd antwoord geef? Wat als ik het fout heb? Wat als ik iets stoms zeg? Vol wanhoop keek ik om me heen. Ik reageerde met een rood hoofd en een zachte stem dat ik het niet wist. Hopend dat de docent verder zou gaan en dat andere groepsgenoten graag hun antwoord wilde delen. Gelukkig, er was iemand anders die het woord overnam. De spanning nam even af. Snel probeerde ik het antwoord op de volgende vraag van degene naast mij te lezen. Ik wilde mijn antwoord vergelijken, voor als ik weer de beurt kreeg. De docent ging naar de volgende vraag. Ik voelde weer de spanning oplopen. ‘Vlucht’, zei mijn lichaam. ‘Gevaar’, zei mijn hoofd. Deze angst belemmerde me enorm en maakte het ook spannend om in therapie te gaan, uitgerekend groepstherapie.

Knikkende knieën, klotsende oksels en een verhoogde hartslag. Ik maakte mezelf zo klein mogelijk. Ik hoopte dat ik niet het woord kreeg. Wat als mijn antwoord verkeerd was. Ik mislukte. ‘Ik ben een mislukkeling’ was een veel voorkomende gedachte. Wat als de anderen erachter kwamen dat ik stom ben en hier niet hoor. Dit voelde als de werkgroep van hierboven, maar nog veel enger. Ik moest mezelf meer laten zien, daar was ik hier immers voor. Ik wilde het wel, maar ik wilde het ook niet. Ik was bang om anderen mij te laten leren kennen. Na verloop van tijd durfde ik in de groepstherapie meer antwoord te geven. Durfde ik andere beetje bij beetje dichterbij te laten.

Nu zit ik in een bijeenkomst. Ik voel opnieuw de paniek. Ik denk terug aan vroeger en aan de groepstherapie. Ik probeer te focussen op de momenten dat mezelf laten zien fijn was. Ik denk aan de verbinding die ik kon maken, wanneer ik iets over mezelf vertelde. Ik denk aan de dingen die ik over mezelf heb geleerd. Ik denk aan de warme en fijne reacties die ik heb gekregen. Ik haal diep adem en geef antwoord. Ik heb voor hetere vuren gestaan. Als ik groepstherapie aandurf, dan valt dit nog wel mee.

Ik geef antwoord.

Ook zin gekregen om te schrijven? Stuur een blog in naar dsmmeisjes!

Wat als extreme angsten je tegenhouden het leven te leiden dat je eigenlijk zou willen? In Gek van mezelf kruipen we in het hoofd van Alwin Ritstier, die al meer dan 20 jaar kampt met extreme angsten.