Weer op zoek naar een autismecoach

‘Het lijkt mij echt het beste als je weer hulp zoekt voor je autisme.’ 
Het was mijn tweede gesprek bij de POH-GGZ, een sympathieke vrouw, naar wie ik mij door de huisarts had laten doorverwijzen omdat ik het allemaal niet meer wist. Ik maalde aan één stuk door, huilde veel, had telkens last van hartkloppingen, wist niet meer wat te zeggen en wat niet, liep achter met mijn huishouden en mijn administratie en was bovendien nog erg moe van een fysieke ziekte die ik achter de rug had. 

Maar vooral was ik moedeloos. Na al die jaren goed gedrag en inzet voelde ik mij terug bij af, of eigenlijk slechter af dan ooit. Ik moest iets doen, en een autismecoach leek – en lijkt nog steeds – de juiste persoon om mij te begeleiden richting een meer voldoening gevend leven. Want ik had weliswaar een leven opgebouwd de afgelopen jaren, maar het voelde meer alsof ik het leven van een ander aan het leiden was. Het hoorde niet bij mij en dat kon ik niet meer verdragen.

Al langer had ik het idee dat er dingen niet klopten, maar de weinige keren dat ik mij hierover uitsprak, stuitte ik op een muur van onbegrip en ongeloof. Hoe kon ik nu ontevreden zijn met mijn leven? Ik had het toch goed voor elkaar? Ik had een baan, woning, vriendschappen, relaties (uiteraard één tegelijk) en wist ik wel dat er zo veel mensen waren die dat niet hadden? Ik mocht wel wat dankbaarder zijn met wat ik allemaal had. En ja, ik had dan wel een autismediagnose, maar in de praktijk ging het allemaal goed, dus waarom deed ik nu zo moeilijk? Het was toch hartstikke goed dat ik mij uit die hulpverlenings- en uitkeringssituatie had weten te ontworstelen en nu gewoon meedraaide? Er was niets aan de hand. Dat ik, ondanks mijn klaarblijkelijke goede functioneren, nog wel in een doelgroepenregister stond, kon niemand goed onderbouwen, maar ook daar moest ik vooral dankbaar voor zijn. 

Na meerdere van dergelijke reacties kreeg ik het gevoel dat ik inderdaad de zeurende dertiger was waarvoor ik werd aangezien en nam ik mijn onvrede zelf niet meer serieus. Ik nam mijn autisme ook niet meer serieus. Mijn beleving deed er voor mijn gevoel toch niet toe. Ik moest gewoon doorgaan met waar ik mee bezig was, niet zo veel willen, niet naar mijn behoeften luisteren, maar juist netjes op mijn plek blijven en geen gedoe veroorzaken. Niemands leven was immers perfect.  

Dat ‘tevreden zijn met wat je hebt’ hield wel in dat ik niet serieus op zoek ging naar een baan waarin ik mij verder kon ontwikkelen. Dat ik nauwelijks verder solliciteerde, te weinig energie stak in netwerken, mezelf te weinig uitsprak en te weinig liet zien. Snel weer terug in mezelf keerde als ik wel zichtbaar was of mijn wensen uitsprak en vervolgens een neerbuigende of bagatelliserende reactie kreeg. Het betekende dat ik niet werkelijk voor mezelf en mijn toekomst ging; ik moest immers maar tevreden zijn met wat ik had.

Het betekende ook dat ik te veel in vriendschappen en relaties bleef investeren die totaal uit balans waren en waarin heel weinig ruimte was voor wat ik belangrijk vond. Het betekende veel steun, hulp, begrip, aanmoediging en waardering geven, maar in mijn eigen sociaal-emotionele behoeften grotendeels alleen staan. Het betekende klaarstaan voor de ander, maar weinig gehoor ervaren als er eens iets was met mij. Dat was tenslotte zo lastig voor de ander. En toch was mijn leven heel leuk en moest ik tevreden zijn met wat ik had. 

Het betekende een hoofd dat altijd druk en vol was en dat altijd maar doorging, en een lichaam dat overal op reageerde maar waar ik mij verder helemaal niet mee verbonden voelde. Het betekende zelden gezien of gehoord worden op sociale bijeenkomsten. Het betekende aan heel veel verwachtingen moeten voldoen, maar zelf juist heel weinig van anderen of van mijn leven mogen verwachten. Ik had het immers goed voor elkaar en moest tevreden zijn met wat ik had.  

Tot ik dat dus niet meer kon, niet meer wilde. Zo kan ik gewoon niet doorgaan. Ik ben er klaar mee zoals het de afgelopen jaren is gegaan. Zoals ik het de afgelopen jaren heb laten gebeuren. Ik verdien namelijk beter dan dit. Ik mag loopbaanstappen zetten en mij verder ontwikkelen. Ik mag vriendschappen en een relatie opbouwen waarin, naast de ander, ook ik belangrijk ben. Ik mag keuzes maken waar anderen het niet mee eens zijn. Ik mag doen wat goed is voor mijn lichaam en geest. Ik mag ruimte innemen op sociale bijeenkomsten. Ik mag ook iets verwachten van andere mensen of van mijn leven in het algemeen. 

De vraag is: hoe doe ik dat? Hoe word ik weer de hoofdrolspeler in mijn eigen leven, in plaats van enkel een verveelde figurant? Of, nog fundamenteler: hoe werkt het leven eigenlijk?
Met behulp van een autismecoach wil ik dat ontdekken.  

Wil je ook meeschrijven op dsmmeisjes? Lees hier hoe je een blog in kunt sturen.

Lees ook:

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer