moeder en kind

Weekendmama

December 2019

Ik kan het me gewoon niet voorstellen. Het komt er niet bij in m’n botte kop. Dat ik ‘de weekendouder’ ben. De ouder die het meest heeft gefaald. De ouder die het minst met haar kind heeft gedaan. Die haar kind het minst aandacht heeft gegeven en nagenoeg niet heeft getroost. De ouder die het te druk had met zichzelf, mede door een zware depressie.

En dit is dan mijn straf. Mijn straf om mijn eigen kind zo weinig te zien dat ik hem nooit echt leer kennen. En hij mij ook niet. Dat mama een zieke vrouw is die al teveel aan zichzelf heeft. Die nooit tijd voor haar zoon had en hem naar papa liet gaan. Die een aai over z’n bol kon geven en met hem kon praten maar nooit zei: ik hou van jou, ik hou van jou tot de maan en terug. Een mama die hem nooit in bad deed en vol liefde afdroogde. Ik was een mama die er was als hij naar bed ging en samen met papa een verhaaltje voorlas. Die zei: welterusten bolle buik. En dan even over z’n buikje aaide. En mama die pas een eerste kus aan haar zoon gaf toen ‘ie al bijna 2 was. Een mama die het diep in haar hart best wel wilde maar het gewoonweg niet kende. Niet wist hoe het moest. Niet wist hoe je warmte aan zo’n klein huilend frummeltje moest geven. En daarom, allemaal daarom is het mijn straf om de zoon die ik heb gedragen en gebaard niet te leren kennen.

December 2020

Het stuk hierboven is van een jaar geleden en gelukkig zijn er dingen veranderd. Ik voel soms iets voor die leuke peuter die kan lachen en kletsen, het liefst de hele dag. Ik zie een ventje dat op me lijkt en mij heel lief vindt. Hij ziet me als zijn moeder, ‘mams’ zoals hij zelf zegt.

Ik ben zo blij dat ik een moeder-kind opname heb gehad toen hij nog maar 2,5 maand oud was. Ik ben blij dat ik ouder-kind therapie kreeg tot de maatregelen van corona. Ik ben blij dat er echt iets is veranderd in mijn kijken naar hem. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat niet alleen de tijd me heeft geholpen ,maar ook de ggz. Hoe moeilijk het soms voor me was.

Voor nu ben ik er nog lang niet, maar ik erken dat hij mijn zoon is en dat ik hem gelukkig wil maken als hij bij me is. Dat ‘ie een goed leven heeft, ook al is dat vaak zonder mij. Dat deel zal veel pijn blijven doen, maar als hij bij mij is dan ben ik zijn wereld en zorg ik ervoor dat hij het gelukkigste mannetje van de wereld is. Want tussen alle zwarte spoken, zweven ook stukjes liefde en strijd.