Wat doe je dan nog meer?

Afgelopen weekend had ik afgesproken met iemand om een koffietje te gaan drinken. Aanvankelijk begon het gezellig en hadden we het over hoe het leven ervoor stond, iets waar ik over het algemeen vrij open over ben. We praatten over dingen die gebeuren in de wereld, in onze stad, in de kerk, in onze levens… Er kwamen verhalen over vroeger voorbij, en ook toekomstplannen werden niet geschuwd. Al moet ik wel zeggen dat mijn toekomst zich beperkt tot hooguit volgende week, maar dat mag de pret niet drukken. Maar toen, halverwege het gesprek merkte ik ineens een omslag in de gezelligheid. Althans, in mij veranderde er iets.

Mijn gesprekspartner weet van mijn huidige situatie af. Zo weet hij dat ik mijn studie gestopt ben en dus thuis zit momenteel, en dat ik daarnaast eindelijk in behandeling ben. Toch vraagt hij elke keer weer wat ik nu eigenlijk doe zo dagelijks. En dat is best confronterend, eerlijk gezegd. Het lijkt namelijk nooit goed genoeg.

Het klopt dat ik op het moment niet studeer of werk of ook maar enige daginvulling heb. Het klopt ook dat ik dus voornamelijk thuis rondhang, of toevallig die twee halve dagen in dagbehandeling ben. Ik heb maar een halfbakken structuur, ik ben behoorlijk somber, en ik heb vaak totaal geen fut om maar iets te doen, dus die paar dingen die ik dan al doe zijn enorme overwinningen.

Ik vertel dus dat ik mezelf bezig probeer te houden met creatieve projectjes: ik schilder, ik haak, ik probeer muziek te maken. Mijn gesprekspartner lijkt het niet genoeg te vinden, want hij vraagt herhaaldelijk wat ik nog meer deed: “En wat doe je dan nog meer? Ik kan me voorstellen dat je niet een hele dag aan het schilderen of haken bent”. Nee, inderdaad. Soms lig ik een hele dag op de bank, tv te kijken, of zelfs dat niet. Soms doe ik niks en is zelfs dat te veel. Maar dat zeg ik niet. Oh nee, dat zou natuurlijk schandalig zijn. Dus ik bazel iets over schoonmaken, koken, de dagelijkse huishoudelijke zaken.

Waarschijnlijk komt het serieus vanuit oprechte belangstelling, maar het komt erg controlerend over. Overleven alleen al is een dagtaak, en alles wat ik extra doe, is mooi meegenomen. Voor mijn gevoel moest ik mij gaan verantwoorden voor de dingen die ik al dan niet doe of kan doen. Dat maakte dat ik ineens een onbehaaglijk gevoel in mijn buik kreeg tijdens het gesprek. Ik vind niet dat ik mij zou moeten verantwoorden voor mijn depressie. Het is alsof je vraagt aan iemand die de griep heeft: “Wat doe jij nu zoal op een dag? Is dat alles? Ja, maar serieus nu, wat doe jij allemaal op een dag?” Echter, we weten van die griep dat het maar een tot drie weken duurt. Iedereen heeft wel eens griep, en is het niet griep dan is het wel een flinke verkoudheid. De symptomen zijn bekend, iedereen heeft er sympathie voor en iedereen begrijpt dat je even moet uitzieken voordat je er weer tegenaan kunt.

Bij depressie is dat anders. Een psychische aandoening is al gauw iets abstracts, iets vaags. Er is nog veel onwetendheid. Van al die Nederlanders die de griep of verkoudheid krijgen, krijgt er slechts twintig procent van de volwassenen te maken met depressie. Ik zeg dan wel ‘slechts’, ik bedoel ‘gelukkig maar’ voor de overige tachtig procent. Maar die overige tachtig procent heeft soms nog veel te leren. Zojuist las ik in een artikel over ‘mensen die aan een depressie leiden’. Noem me een taalpurist, maar ofwel kent de persoon het verschil tussen leiden en lijden niet, ofwel heeft hij ook totaal geen idee gehad van het idee dat een depressie nog aardig afzien is.

Om een depressie te duiden, worden altijd de volgende symptomen genoemd: erg moe, verlies in interesses, eetlust neemt af of neemt juist toe, slaappatroon verandert, negatief zelfbeeld, concentratieproblemen, somber of suïcidaal. Alsof de uiteenzetting van de depressie daar stopt. Mijn inziens vertel je daarmee het verhaal niet. Iedereen die onder de tachtig procent valt, kan zeggen dat hij wel eens moe of somber is en eens ergens geen zin in heeft. En al die symptomen bij elkaar klinken niet echt leuk, nee. Maar om nou te zeggen dat depressie daarmee duidelijk wordt… Iedereen heeft toch wel eens een dipje?

De onwetendheid is dus nog groot, en die zal ook niet zo makkelijk veranderen als daar niet actief iets aan gedaan wordt. Daarom ben ik ook zo ‘blij’ met programma’s als #jesuisdepri waarin depressie bespreekbaar gemaakt wordt. Zulke programma’s zijn nodig: programma’s waarin dieper ingegaan wordt op wát die depressie nu daadwerkelijk met je doet, dat het niet een kwestie is van positief denken of je eroverheen zetten, dat zoiets je helemaal kan lamleggen tot het uiterste kan drijven, wat het doet met je vanbinnen. Dat zijn zaken om duidelijk te maken.

Terugkomend op mij en mijn gesprekspartner. Ik kan niet boos zijn op de belangstelling die hij in me toont natuurlijk. Ik denk dat ik mij best mag uitspreken. En ik vind dat ik mag aangeven dat ik niet kan voldoen aan bepaalde verwachtingen. Ik hoef mij niet te schamen voor mijn depressie, en voor de dingen die ik al dan niet doe. Ik doe genoeg, ik vecht hard genoeg, en dat mag ik best kenbaar maken. 

3 Comments

  1. Erg herkenbaar! Ik merk ook dat ik weinig op social media durf te zetten als ik een keer een goede dag heb en wel dingen onderneem. Bang dat mensen een verkeerd beeld krijgen van wat ik doe en daardoor meer verwachten dan dat ik de meeste dagen kan. Terwijl het anderen eigenlijk niks aan gaat, zelfs niet iemand met goedbedoelde adviezen om je in beweging te krijgen. Sterkte met je struggles!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge