Grijsmeisje

Wat depressie met me deed

Ik vind dit een lastige blog om te schrijven. Het gaat over een periode in mijn leven die ik me amper herinner. Als ik eraan terugdenk, zie en voel ik een grijze waas. Wat ik precies deed of voelde toen? Geen idee. Maar gisteren sprak ik een vriendin. Zij wist het nog wel.

“Het was net alsof je dood was,” zegt ze. “Alles wat je zei was zwart en je was continu verschrikkelijk moe. Je trok je terug in je huis en in jezelf. Ik vond gisteren een mailtje dat je me toen schreef en ik schrok er weer van, ik las alleen maar pijn.”

Ik herinner me vaag momenten op stations, op straat of in koffietentjes. Rondzwervend, terwijl ik me voelde alsof ik permanent gevangen zat in een slaapzak die over mijn hoofd zat getrokken. Alles was dof, gedempt. Ik zie mezelf zitten op de grond in de stationshal. Waarom zat ik daar? Ik weet het niet meer, maar volgens mij wilde ik niet naar huis. Een huis is bij uitstek de plek van jezelf en misschien wilde ik dat zelf, dat zoveel pijn leed, even ontlopen.

“Je hing inderdaad altijd rond op het station en dan had ik je wel eens aan de telefoon. Ik was regelmatig bang dat je er een einde aan zou maken,” zegt die vriendin. “Ik wilde dat je hulp zocht, maar je vond zelf dat het allemaal wel meeviel, dat je alles had verwerkt en dat het vanzelf wel weer over zou gaan. Ik wilde je niet pushen, want je moest het uiteindelijk zelf willen, maar ik heb echt op mijn tong moeten bijten om je niet ogenblikkelijk naar een psych toe te sturen.” Ik moet er een beetje om gniffelen met terugwerkende kracht. How little did I know.

Ik herinner me ook nog dat die vriendin me op een dag heeft opgehaald bij mij thuis. Ik voelde me zo naar, zo vermoeid, zo alleen. Ze kwam me halen met de auto, de bel ging en daar stond ze voor mijn deur. Ik zal dat moment nooit meer vergeten. Ze pakte me vast en heeft me heel lang vastgehouden. Vervolgens heeft ze me met zich mee naar huis genomen en met een kop thee bij haar open haard gezet. Daar zat ik dan, met een lijf dat al niet meer aanvoelde als van mij. Zo ver weg, zo uitgeput.

“Ik kwam ook een keer bij je je langs en toen had je je opgesloten in de kast,” zegt ze. Oh ja, dat was ook zo, die verdomde kast. Ik ging daar altijd in zitten als ik me totaal overweldigd voelde door angst, verdriet of pijn. In die compacte donkerte kwam ik tot rust, maar door de veiligheid van de kast in contrast met de ‘boze buitenwereld’ wilde ik er soms niet meer uitkomen. “Uiteindelijk kwam je er toch uit en toen heb je urenlang als een soort opgekruld katje tegen me aangelegen.” Ik weet het weer. Er zat gewoon geen leven in mij, maar wel in haar en door dicht tegen haar aan te liggen, kon ik een heel klein beetje van dat leven in mezelf voelen. Heel gek, ik had soms het idee dat ik mezelf aan haar kon koppelen om even ‘bij te tanken’ qua energie. Ze moet lachen om die vergelijking, zelf had ze er geen erg in gehad dat ik het op die manier ervoer.

Uiteindelijk brak ik toch zodanig dat ik eindelijk open ging staan voor hulp. Die vriendin raadde me een psychiater aan waar ik schoorvoetend heenging, want die psychiater zou zich vast afvragen waarom ik in godsnaam hulp nodig had. Het viel allemaal reuze mee met mij, dacht ik, en ze zou vast vinden dat ik gewoon een aansteller was.

Vanaf het begin af aan was het de psychiater echter al duidelijk dat het een lange weg zou gaan worden en pas drie jaar later rondden we de therapie af. Iets wat ik nooit had verwacht had, aangezien ik dus totaal niet doorhad hoe erg ik er eigenlijk aan toe was. Ergens misschien maar goed ook, want ik weet niet of ik de moed had kunnen vinden als ik van tevoren had geweten wat me allemaal nog te wachten stond.

“Het is zo anders om je nu te zien. Er is zoveel veranderd in de afgelopen jaren. Het doet me zo ongelooflijk goed om te zien hoe het nu met je gaat,” zegt die vriendin. Ik besef het ineens ook. Ik ga nog steeds door moeilijke periodes en veel dagen zijn nog een worsteling. Maar zo zwart als toen is het gelukkig bijna nooit meer.

Soms vind ik het raar dat ik me zo weinig herinner van die tijd, dat mijn geheugen me op dat vlak zo in de steek laat. Maar misschien is het ook maar beter zo, want ik hoop het nooit meer te hoeven voelen. Het is eigenlijk iets wat ik me niet eens wíl herinneren.

Lees ook:

  • Verdrietigmeisje

    In november 2017, op een hotelkamer in New York, drong het tot me door dat mijn depressie veel erger was dan ik besefte. In eerste instantie ging ik al met een leeg en somber gevoel…

  • Ik vind depressie stom

    Ik houd heel erg van kracht en optimisme en licht in duisternis, dat soort dingen. Het hoeft niet alleen maar positief en ik moet wel geloven wat iemand zegt. Of er moet iets moois besloten…

  • Staartje depressie

    Soms voel ik me vreselijk rot en heb ik een ongelooflijk klotedag. Ben ik geenszins de persoon die ik zou willen zijn. Maar kan ik er niks aan veranderen. Het is het staartje van een…

2 reacties

  1. Het terugtrekken is erg herkenbaar. En inderdaad, misschien is het ook wel ‘beter’ dat je je niet alles uit zo’n zwarte periode kunt herinneren. Mooi om te lezen dat er veel veranderd is!
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Weekendhoofd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.