meisje kijkt over haar schouder

Wantrouwen richting andere mensen

“Leuk om elkaar weer gezien te hebben!” zegt een vriendin tegen me. Bij zo’n op het oog onschuldige opmerking slaat mijn hoofd op hol. Ik geloof niet dat die vriendin het meent. Nee, ze zegt die alleen maar omdat het netjes is. Of omdat ze denkt dat ze mij langer aan het lijntje kan houden als ze zoiets zegt. Wat haar redenen dan ook mogen zijn, tegen mij liegt ze.

Een andere situatie: “We hadden het net over je”, zegt iemand tegen me als ik bij een groep bekenden aan kom. Mijn hoofd: Wat?! Hadden ze het net over me? Ze zullen vast negatief over me gepraat hebben. Ze zullen wel besproken hebben dat ze blij waren dat ik er nog niet was en dat ze hopen dat ik niet kom. Ze hebben elkaar verteld wat een rotwijf ze me vinden. Ze hebben met elkaar bekokstoofd hoe ze me zo snel mogelijk de tent weer uitwerken.

Ken je dat, dat je de ander voor geen meter vertrouwt? Regelmatig kan ik ontzettend wantrouwend, achterdochtig en argwanend zijn. In deze blog wil ik bespreken welke overtuigingen hieraan ten grondslag liggen. Ik zal me beperken tot wantrouwen richting andere mensen. Wantrouwen kan namelijk ook voorkomen richting voorwerpen of jezelf, maar zelf heb ik vooral last van wantrouwen richting andere mensen.

De basis van mijn schema Wantrouwen is de overtuiging dat iedereen tegen me is. Het gaat hier om een diepgaande overtuiging dat het nooit voor zal komen dat de ander en ik samen aan een betere toekomst voor ons beiden werken. De ander is er nooit op uit om mij een betere toekomst te geven. De ander doet niet wat in mijn voordeel is. Het gaat de ander alleen om zijn of haar eigen geluk en om het verpesten van mijn geluk. Het gevolg hiervan is dat ik in m’n eentje tegen de hele wereld zal moeten knokken om te overleven. Ik ga er nooit vanuit dat de ander me zal helpen.

Een andere ‘helpende’ overtuiging om anderen te wantrouwen is dat mensen zich sociaal wenselijk gedragen. Als iemand iets positiefs tegen me zegt, dan geloof ik dat niet. Dat zegt de ander dan alleen maar omdat dat sociaal wenselijk is. De ander meent dat niet. Hij of zij liegt tegen me om bij mij of iemand anders in een goed blaadje te komen. Ik word in de maling genomen. Gezichtsuitdrukkingen zijn ook sociaal wenselijk. Daarop kun je dus ook niet vertrouwen.

Nog zo’n vergelijkbare overtuiging is dat mensen negatieve bijbedoelingen hebben. Mensen geven me geen compliment omdat ze het goede voor mij zoeken, maar omdat ze er zelf beter van worden. Mensen spreken niet met me af, omdat ze mij een leuk persoon vinden. Nee, ze spreken met me af om zelf onder iets uit te komen. Dat uurtje met mij nemen ze dan op de koop toe.

Een laatste overtuiging is dat ik altijd op m’n hoede moet zijn. Op elk moment kan ik bedrogen worden. Ik moet altijd alert zijn of dat het geval is. Ook al ken ik iemand al vijf jaar en heeft diegene nog nooit mijn vertrouwen beschaamd, een keer moet de eerste keer zijn en daar moet ik altijd alert op zijn. Maar niet alleen moet ik op m’n hoede zijn voor de ander, ik moet ook opletten wat ik zelf doe. Alles kan namelijk tegen me gebruikt worden. Dus moet ik opletten welke informatie ik aan anderen geef. Ik kan er onverwachts op gepakt worden.

Er zijn dus vier overtuigingen die maken dat ik de ander niet vertrouw: 1. Iedereen is tegen me. 2. Mensen gedragen zich sociaal wenselijk. 3. Mensen hebben negatieve bijbedoelingen. 4. Ik moet altijd op m’n hoede zijn. Deze overtuigingen belemmeren me in het contact met anderen. Het is een soort schaken. Tijdens een interactie met een ander ben ik constant bezig met vooruitdenken. Waar werkt de ander naartoe? Wat gaat er over drie stappen gebeuren? Waar en wat is het addertje onder het gras? Dit is vermoeiend en maakt eenzaam. Als ik de ander niet kan vertrouwen, sta ik er altijd alleen voor.

Daarom werk ik er in therapie aan om de ander wel te leren en durven vertrouwen. Dat is een klus, maar gelukkig niet onmogelijk. Wat was het een paar maanden geleden fijn om te beseffen dat ik een vriendin echt vertrouw. Langzaamaan ga ik meer mensen vertrouwen en wordt mijn wantrouwen richting nieuwe mensen minder. Ondanks dat ik mensen meer ga vertrouwen, wordt het wantrouwen toch nog zo makkelijk getriggerd. Bij sommige personen ben ik constant aan het switchen tussen vertrouwen en wantrouwen. Maar toch, het gaat beter dan een paar maanden geleden…

Herkennen jullie wantrouwen richting andere mensen?

Lees ook:

  • meisje liggend op bed

    AU. Ineens is het er. Het neemt me volledig in beslag. Het zorgt dat ik niet goed na kan denken. Het doet zo’n ontzettende pijn. Zo’n pijn dat ik niets liever wil dan weg ervan.…

  • meisje kijkt in spiegel

    Door het schema Emotioneel tekort heb ik een onverzadigbare behoefte aan aandacht als gevolg van emotionele verwaarlozing. Omdat die behoefte onverzadigbaar is, is het nooit goed genoeg. Altijd verlang ik naar meer. Gaat het niet…

  • surreal 402830 960 720

    Een aantal maanden geleden schreef ik voor het eerst een blog over mijn stempeltjes. Ik voelde me namelijk best wel onbegrepen. Mensen kennen het woord persoonlijkheidsstoornis wel, maar vaak wordt er direct gedacht aan borderline.…

2 reacties

  1. Het blijft moeilijk voor mij om therapie te volgen. Steeds als iemand een confronterende vraag stelt dan schiet ik direct in dissociatie. En omdat ik zoveel wantrouwen heb; durf ik dat ook niet openlijk te tonen. Ik durf me niet klein gezien te worden, want dan voelt het alsof mensen me pijn willen doen. Dat wil ik niet.

    Edit: Omdat het vaak zo’n pijn doet, ontwijk ik therapie ook heel vaak. Dan wil ik wel graag dat ik iemand kan vertrouwen om toch iets verder te komen maar ik word tegen gehouden. Het is heel erg eenzaam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.