Wanneer wachten lang duurt

In januari besloot ik voorzichtig te onderzoeken of er überhaupt mogelijkheden waren om een nieuwe therapeut te vinden – ik was bang dat het met aanmeldstops en alle andere ellende in de ggz nogal moeilijk zou zijn om een vrijgevestigde therapeut te vinden met én ervaring met dissociatieve stoornissen én plek op de wachtlijst. 

In februari besloot ik toch maar in het diepe te springen en vertelde ik mijn toenmalige therapeut dat ik bij haar wilde stoppen – ondanks dat ik nog steeds geen idee had of ik überhaupt een nieuwe therapeut zou kunnen vinden. Na maanden en maanden van strijd, had ik besloten dat het voor mij niet meer werkbaar en houdbaar was. Het was een afgrijselijke beslissing, maar ik ben nog steeds trots op mijn besluit.

Begin april nam ik afscheid van mijn toenmalige therapeute en half april hoorde ik (na 2 videobel-intakes) dat er een therapeute plek voor me zou hebben – waarschijnlijk begin oktober.

Inmiddels heb ik mijn alshetgoedis-nieuwe-therapeute één keer in het echt gezien, zodat we even konden kijken of er ook in het echt een klik was. Ik ben tegelijkertijd doodsbang en woestenthousiast: deze therapeute lijkt enorm ervaren, aardig, menselijk… Eigenlijk precies wat ik zocht, ze lijkt zelfs gevoel voor humor te hebben! Maar dat betekent ook dat ik straks, als ik ooit bij d’r kan starten, echt hard aan de slag zal moeten met mezelf. Iets wat ik heel graag wil, maar ook heel eng vind.

Het wachten viel me al zwaar, maar nu eigenlijk alleen nog maar zwaarder. Er gebeurt zó enorm veel van binnen bij het vooruitzicht van (weer) een nieuwe therapeut. Wat als het weer misgaat? Wat als ik gewoon een afgrijselijke cliënt ben? Wat als ze een hekel aan me krijgt? Hoe enorm confronterend wordt het om te werken met een therapeut die écht veel ervaring heeft in het werken met dissociatieve klachten en delen? Ik ben zo bang, zó onwijs bang. En tegelijkertijd kan ik niet wachten… ik wil verder, ik wil stappen zetten, ik wil de confrontatie aangaan – mét al mijn angst.

Ik probeer zo goed en kwaad als het gaat aandacht te besteden aan mijn binnenwereld en mijn haptotherapeut helpt me enorm – maar, hoe geweldig ze ook is, ze is geen ‘echte’ therapeut. Ik loop ook een beetje vast in haptotherapie nu, omdat ik bepaalde dingen simpelweg niet aan durf te gaan zonder de ondersteuning van een therapeut die me kan helpen met bijvoorbeeld interne communicatie. Wanneer er een enorm bevroren en woordeloos deel naar voren komt in haptotherapie, baal ik dat ik geen therapeut heb die me kan helpen uit te zoeken waar dat deel vandaan komt, bijvoorbeeld. Op dit moment maken dat soort ervaringen me alleen maar angstig omdat ik niet kan werken aan wat er vanbinnen gebeurt.

Het is een stomme paradox. Het niet hebben van (praat)therapie zorgt voor chaos, maar die chaos durf ik niet te onderzoeken zonder therapie. Het wachten op therapie zorgt voor triggers, maar ik durf en kan er niets mee zonder therapeut. Tegelijkertijd kan ik ook wel door de grond zakken van schaamte: wat voor afhankelijke troela heeft nou al moeite met therapie voordat de therapie überhaupt is begonnen?! 

Ik schaam me. Er is nog geen enkele therapeutische relatie, maar ik ben nu al een chaos van delen die verschillende dingen voelen, denken en willen. De boze beschermer wil überhaupt geen nieuwe therapeut vertrouwen – voorzichtig zegt ze “oké, we mogen naar een nieuwe therapeut, maar ze mag NIKS van ons weten. Geen namen, niet hoeveel delen er zijn, niks!” Na één face-to-face afspraak heeft het blije (en soms stampvoetende) kindje besloten “ik vind haar lief! wanneer mag ik met haar praten??” Ergens in mijn hoofd huilt iemand “ze gaat toch wel weg, we maken iedereen stuk”. En zo zijn er nog een paar reacties – en dat zijn dan alleen nog maar de reacties waar ik me bewust van ben. Ik heb mezelf de laatste maanden zodanig afgesloten van de binnenwereld, dat er vast ook nog een hele hoop gebeurt wat ik niet meekrijg. 

Dus we wachten. Ik streep week na week af, maar het voelt niet alsof 1 oktober ook maar iets dichterbij komt. En dan ben ik me er nog van bewust dat de wachttijd die ik nu moet overbruggen absoluut in het niet valt in vergelijking met de wachtlijsten van een jaar of twee die helaas óók bestaan. Maar waar ik voor andere mensen boosheid kan voelen over de oneerlijkheid van het systeem en het lange wachten, voel ik me naar mezelf toe vooral verslagen. Ik heb echter besloten dat ik niet op mag geven voordat het überhaupt is begonnen – ik schrijf dit op een zaterdag, dus morgen mag ik weer een week afstrepen. Het voelt misschien niet zo, maar de tijd verstrijkt.

Lees ook:

  • Meisjesmetparaplu

    We zijn niet de meest geduldige persoontjes. We hebben eerlijk gezegd altijd een beetje een hekel aan wachten op veel dingen. Met carnaval bijvoorbeeld. De gemeente is dan dicht, maar ons hoofd niet. Alles gaat als een malle tekeer zeker…

Meer informatie over dissociatie en DIS

E-book over dissociatieve identiteitsstoornis:

DIS mini uitgelicht

Misschien heb je net te horen gekregen dat je een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) hebt, of ken je iemand die dit heeft. Maar wat is DIS eigenlijk precies en hoe kun je ermee omgaan? Wat zegt de wetenschap en welke therapieën zijn er? En… hoe is het eigenlijk om DIS te hebben, valt er een beetje mee te leven?

Aan de hand van wetenschappelijke artikelen, het psychiatrisch handboek DSM én ervaringsverhalen geeft Rivka Ruiter je in deze dsmmini antwoord op bovenstaande vragen. Een dsmmini is een klein e-bookje dat inzicht geeft in een stoornis uit de DSM. De ervaringsverhalen zijn van Daniëlle (31), Hannah (26) en Melissa (26), drie jonge vrouwen met DIS of AGDS (andere gespecificeerde dissociatieve stoornis).

Dit e-book is een PDF, je kunt hem lezen op je computer of telefoon zonder e-reader!

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer