Waar is het misgegaan?

Waar is het onlangs weer misgegaan? Waar ben ik over gestruikeld? Wat heeft mij plat op mijn muil doen gaan? En waarom sta ik niet op? Deze vragen schieten de afgelopen tijd regelmatig door mijn hoofd. Ik was zo op de goede weg in mijn eetstoornisherstel. Calorieën boeiden me lang niet meer zoveel als voorheen. De allesoverheersende paniek die ik had als ik naar mijn mening teveel calorieën had gegeten, was er vrijwel niet meer. Soms, bij vlagen, kwam die paniek nog even langswaaien. Dan groette ik hem vriendelijk en ging ik weer verder.

Maar waarom is nu die alles overheersende paniek , inclusief de meest destructieve gedachten, in vol ornaat terug? Waarom krijg ik er geen grip op? In plaats van ze te groeten en verder te gaan, heb ik ze een stoel met een kop thee aangeboden: “Ga maar lekker zitten, voeten op tafel, wil je nog wat drinken? Gezellig zo hè?”

Strak mijn eten bijhouden en afwegen deed ik ook niet echt meer. Hapje hier, hapje daar, soms hield ik helemaal niets bij. Lekker boeiend. Lekker boeiend, ik zou willen dat ik dat nu kon zeggen, op het moment dat ik mijn havermout tot op de gram nauwkeurig sta af te wegen.

Spontaan uit eten? Gezellig! De kaart bekijken en dan iets kiezen waar ik ook écht zin in heb, of kiezen voor iets veiligs? Iets waarvan ik weet dat het een veilige keuze is omdat het minder calorieën bevat? Een t-bone steak, omdat bij de gedachten eraan het kwijl me al in de mond loopt, of een smakeloos stuk kabeljauw omdat het calorie-technisch zo lekker laag is? Voorheen koos ik zonder twijfel de steak, maar nu ga ik steeds vaker als vanouds voor de veiligste optie.

Ook had ik geen verboden voedsel meer en luisterde ik naar mijn lichaam. Als ik honger had dan at ik, bij geen honger at ik niet. Over het algemeen ging dat vrij soepel. Nu heb ik constant honger en schreeuw ik tegen mezelf bij elke hap die ik neem dat het er één teveel is.

Mezelf thuis wegen heb ik iets meer dan een jaar geleden definitief afgezworen. Thuis wegen is voor mij hetzelfde als mezelf in een ravijn werpen, het domste wat ik kan doen. Maar de weegschaal schreeuwt inmiddels elk uur van de dag mijn naam. Hij roept me, verleidt me met mooie woorden: “Ahhhh kom even wegen. Eén keertje maar. Je wilt toch weten of je bent aangekomen?” Ik moet mijn uiterste best doen om er niet aan toe te geven.

Ook sluipen de leugens er weer in: “Nee ik hoef niets, ik heb al gegeten”, “We zouden uit eten gaan, maar er komt een spoedafspraak van mijn werk tussendoor”, “Nee, ik ga niet  met de hond lopen omdat ik chocolade heb gegeten, ik wil er gewoon even uit”, “Ik heb geen honger”.

Ik ben terug in een vicieuze cirkel van ontzettende zelfdestructieve gedachten die ik niet lijk te kunnen doorbreken. Alles in mij schreeuwt dat ik moet stoppen met eten, of op zijn minst een heel stuk minder moet gaan eten. Alles om de weegschaal naar beneden te krijgen. Mijn verstand weet het, maar mijn gevoel krijg ik niet samen met mijn verstand op één lijn. Er is continu een idioot luide stem die tegen mijn trommelvlies aan staat te beuken en er de meest afschuwelijke woorden in schreeuwt: “Je bent niets waard. Niemand houdt van je. Je bent maar goed in één ding, afvallen!”

Ja, daar heeft de eetstoornisstem wel een punt. Dát heb ik immers in het verleden wel bewezen, ik ben goed in afvallen. Behoorlijk goed ook. De complimenten die ik kreeg vanwege de ijzersterke discipline die ik had, waren intens fijn. Het gaf mijn zelfvertrouwen een kleine boost. Ik voelde me gezien. Mensen zagen eindelijk iets waar ik goed in was. Iets té goed, achteraf gezien.

Momenteel probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat tegen mijn eetstoornis te vechten, maar ik merk dat ik aan de verliezende hand ben. Ik kan niet de vinger op de zere plek leggen. Wát heeft opnieuw mijn eetstoornis in deze heftigheid doen opleven? Waar is het mis gegaan? Zodra ik dat weet, kan ik het misschien oplossen.

Ik sta op een onwijze tweesprong. Proberen op te staan, opnieuw de ring in, handschoenen aan en knokken. Of blijven liggen, wat zo ontzettend verleidelijk is. Ik ben mentaal zo onwijs uitgeput. Ergens wil ik het liefst terug naar dat wat voor mij zo ontzettend vertrouwd en veilig voelt. Terug naar datgene wat me houvast en controle geeft in mijn leven: mijn eetstoornis. Controle waar ik zó ontzettend naar hunker.

Maar ik weet ook dondersgoed dat deze vorm van controle schijn is. Ik weet dondersgoed dat de controle die mijn eetstoornis me geeft, niet mijn problemen oplost. Ik krijg er enkel meer problemen bij. Ook weet ik dat niet voedsel, maar zelfhaat mijn vijand is. Ik kan niet blijven liggen. Blijven liggen is opgeven. En ik haat opgeven.

“Vallen is niet erg, blijven liggen wel.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge