Vrolijk meisje

Ik ben ongelukkig.

Zo, dat is eruit. Deze drie woorden zeggen, schrijven of alleen al denken, voelden maandenlang (misschien wel jarenlang) onmogelijk. Ik dacht dat ik het allemaal wel weer een beetje op een rijtje had: de dood van mijn stiefmoeder, een verbroken relatie, het plotselinge overlijden van mijn vader. Maar dat is verre van waar. Bovendien is het ontzettend kut om toe te geven dat je niet zo blij bent met je leven. Zeker als ‘niet zo blij’ een understatement blijkt.

Ik voel me namelijk dagelijks tamelijk ongelukkig.

Het is niet zo dat ik de hele dag ongelukkig ben, maar het gevoel van zwaarte is wel de hele dag als een soort sluipschutter aanwezig. Omdat ik niet weet wanneer het gevoel van ‘ongelukkig zijn’ weer boven komt, ben ik de hele dag op mijn hoede. Soms ben ik zo krampachtig geconcentreerd op dat gevoel, dat ik spontaan in paniek raak. Ik kan garanderen: paniek draagt niet bij aan het hebben van een goed gevoel. Dus eigenlijk is het één grote vicieuze cirkel.

Volgens mijn vrienden, de maatschappij en internet, ben ik depressief. De-pres-sief. Kak. Dat is echt het meest depressieve woord dat de Nederlandse taal ooit zal kennen. Omdat ik van het woord alleen al moet kotsen, weiger ik om mijn momentele gemoedstoestand depressief te noemen.

Al weet ik dondersgoed dat ik dat dus wel ben.

Als ‘s ochtends mijn wekker gaat en ik heb slecht geslapen, sleep ik mezelf soms huilend uit bed. Wanneer ik op mijn werk een aanvaring heb met een cliënt, kost het me zoveel moeite aardig te blijven. En na maanden uitgekeken te hebben naar een concert, wil ik op het moment suprème het liefst zo snel mogelijk mijn bed in.

De eerste keer dat ik deze dingen voelde, voelde ik mij intens verdrietig. Waar was dat vrolijke meisje gebleven? Ik werd en word er bang van. Want komt dat vrolijke meisje nog terug? Ze kan toch niet zomaar haar biezen hebben gepakt? Zonder enige waarschuwing zijn vertrokken? Ik heb haar geroepen, heb geprobeerd haar te volgen en beval haar terug te keren. Maar ze is er niet. Ze komt nog niet terug en zeker niet zomaar. Ik moet er wat voor doen, daar ben ik mij nu ten zeerste van bewust. Soms vang ik een glimp van haar op, alsof ze me wil vertellen hoe leuk het leven óók kan zijn. Alsof ze me eraan wil herinneren hoe fijn ik me kan voelen. Soms maakt ze me boos, want dat vrolijke meisje heeft makkelijk praten. Maar soms motiveert ze me.

Want ik wil zo ontzettend graag weer gelukkig zijn. Ik wil dat vrolijke meisje weer zijn, want die is echt gewoon het allerleukst. Ik wil genieten van de kleine en de grote dingen. Ik wil flirtend, dansend en zingend door het leven.

Dat vrolijke meisje…

Op een dag zal ik haar vinden en vragen thuis te komen.

Lees ook:

  • Vertellen is eng

    Soms kun je niets anders dan blijven ademhalen, omdat al het andere even te veel is. Soms is zelfs het opendoen van je ogen in de ochtend te veel, omdat de zwaarte je dan in één klap overvalt. Je realiseert…