baby eendje en moeder

Verwarrend hechtingsgedrag

Allerlei levende wezens, mensen én dieren, hebben een kritische bindingsperiode na geboorte. Bij eenden bijvoorbeeld is die kritische periode tussen het dertiende en zestiende uur na het verlaten van het ei, volgens Kees Moeliker, bioloog en directeur van het Natuurhistorisch Museum en bijgenaamd De Eendenman. ‘Een kuiken hecht zich aan wat beweegt en beschouwt dat als moeder en volgt dat. Normaal gesproken is dat de eend die de eieren gelegd heeft; de biologische moeder. Want die wijkt in die periode niet van de eieren. Soms gaat het mis en hechten de kuikens zich aan iets anders. Aan wie of wat in die luttele uurtjes in de buurt is en beweegt. Dat kan ook iemand met groene kaplaarzen zijn…’

Mijn therapeut refereert graag aan deze anekdote als het gaat om mijn hechtingsgedrag. Dat is niet erg, want hechting is nu eenmaal een belangrijk onderdeel van de behandeling. Al sinds maart 2018 volg ik dezelfde therapie (wat tegenwoordig bijna onmogelijk lijkt – een langdurige behandeling mógen volgen), namelijk: Intensive Short-Term Dynamic Psychotherapy. ISTDP is geschikt voor mensen waarbij problemen met autonomie en intimiteit, vaak onbewust, een rol spelen. ‘Op basis van hun pijnlijke levenservaringen hebben deze mensen vaak “geleerd” om intimiteit met zichzelf en/of met anderen te schuwen en/of uit de weg te gaan’ (bron: NVPP).

In de sessies werken mijn therapeut en ik aan het steeds weer naar de kern brengen van mijn klachten, namelijk: een patroon van het uit de weg gaan van (emotionele) intimiteit en daar ongelukkig van worden, en het niet komen tot autonomie vanwege verlatingsangst en daar ook ongelukkig van worden. Dan heb ik het over klachten als ‘krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden’, ‘een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren’ en ‘identiteitsstoornis: duidelijk en aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel’. Toevallig (of niet?) kenmerken van een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS).

Relatie met de therapeut

In 1994 werd in het Tijdschrift van Psychiatrie een klinische les beschreven, waarin ‘het reguleren van de psychologische afstand tussen de hulpverlener, de leden van het netwerk en de persoon met een BPS’ centraal stond. Het doel van de klinische les was te komen tot een beleid (!) dat ‘gericht is op het handhaven van voldoende distantie tussen de persoon met de BPS’. Oké, dat klinkt mij nogal eng en vooral onpersoonlijk in de oren.

Het artikel uit 1994 is hier en daar dus nogal stigmatiserend, maar ik ontdek ook dingen die ik herken. Zoals: ‘als de relatie losser wordt ontstaat verlatingsangst, en als de relatie vaster wordt, ontstaat de angst gedomineerd te worden. (…) Daarbij voelt de patiënt zich vaak het slachtoffer van anderen die verondersteld worden de macht te hebben om te domineren of te verlaten.’ Dit ervaar ik onophoudelijk in contact met mijn therapeut. Ik ben zo ontzettend bang iets fout te doen, onaardig tegen hem te zijn of te saai te zijn, waardoor hij me niet meer wil zien. Die angst weerhoudt me ervan om spontaan mezelf te zijn en alles tegen hem te zeggen. Ik ben altijd bezig de sfeer te peilen en ik hou zijn gemoed tijdens de sessies scherp in de gaten.

De andere kant is er ook; ik kan ook juist weg willen rennen. Dat komt voort uit mijn idee dat hij de macht over me heeft. Hij beslist over mijn therapie, hij is de deskundige op het gebied van ISTDP, hij weet zo veel meer dan ik, hij is ouder, heeft meer levenservaring en lijkt me een gelukkige man. Kortom, hij heeft de macht om me te overtroeven, om me in zijn ban te houden en om me te verlaten.

Ik wissel continu tussen een enorme genegenheid voor mijn therapeut, omdat hij het zo lang met me volhoudt en me nog steeds wil begeleiden (of: dwing ik hem hiertoe?), en een enorme boosheid, omdat hij me zo in zijn greep houdt en niet begrijpt hoe intens dat voor mij voelt.

Onveilige hechtingspatronen

Het gebrek aan zelfwaardering en inzicht in het eigen ‘zijn’ (voor mij specifiek: wil ik m’n eigen zijn wel zijn?) leidt tot deze verwarrende hechtingsgedragingen, tot deze complexiteit van liefde (idealisering) en boosheid (kleinering). Ik weet niet precies waar het mis is gegaan (al kan ik steeds beter wel bepaalde gebeurtenissen aan elkaar verbinden), maar ik ben soms echt zo’n eend die in iemand anders een moeder denkt te zien. Niet per se een moeder dan, maar een persoon bij wie ik mezelf kan zijn. Bij wie ik kan uitrusten, me met alles wat ik meebreng veilig kan voelen. Maar helaas loop ik vaak genoeg achter de verkeerde mensen aan en ontstaan er hechtingsrelaties die onveilig of niet-passend zijn.

Het gevoel dat die relaties teweeg brengt, is zo onbeschrijfelijk waardeloos. Hoe meer ik die onveilige of niet-passende ( ‘sociaal onwenselijke’ of gewoon niet handige) verhoudingen meemaak, des te eenzamer ik me ga voelen. Want juist in deze verhoudingen is er geen ruimte om te oefenen met nabijheid, met emotionele intimiteit. Daarnaast groeit de afkeer die ik voor mezelf voel, omdat ik vaak achteraf wel bewust ben van m’n patroon. Ik zit voor mijn gevoel al honderd jaar in de fase ‘bewust onbekwaam’. Nu ik dit opschrijf word ik weer zo woedend op mezelf. In plaats daarvan moet ik mezelf eigenlijk ‘liefdevol uitlachen’ (zo van: ‘dat heb ik weer’), maar wie dat heeft verzonnen, wil ik slaan.

Vertrouwen

Ik zit vast in een vicieuze cirkel: ik voel me ongelukkig en eenzaam omdat ik een bepaalde mate van eigenwaarde/identiteit mis, daardoor zoek ik als een afhankelijk konijntje onveilige verhoudingen op en die leiden er weer toe dat ik me ongelukkig en eenzaam voel. Hoe ga ik dit doorbreken?

Laatst beloofde mijn therapeut dat ik na afronding van de therapie af zal zijn van het onveilige hechtingspatroon. Ik vroeg hem hoe dat dan zou gaan, want ik zie niet in hoe dit opgelost gaat worden. Als ik nou maar een stappenplan had dat ik kon volgen, of een recept! Hij kon me niet precies vertellen hoe het therapietechnisch allemaal zou verlopen, maar het belangrijkste is dat ik met hem in een veilige setting kan oefenen met hechten, met ‘gewoon zijn’ en waar genoeg ruimte is voor mij en mijn verlangens en behoeftes.

Toen ik nogmaals vroeg hoe we dat dan precies gaan doen, vroeg hij me hem te vertrouwen. Daar ligt mijn talent niet, maar ik zou me er toch eens aan moeten wagen.

Lees ook:

  • Soms dan denk ik bij mezelf, 'ach Sam, die klotehechting, lekker belangrijk, laat vroeger gewoon achter je joh, geen enkele ouder is perfect!' Ik wil sterk zijn, niet zeuren, moedig voorwaarts, al die dingen. Blijkbaar is het niet zo makkelijk,…

    Ach, die klotehechting
  • Iedere keer als ik iets schrijf met betrekking tot hechtingsstoornis of de invloed van mijn jeugd, voel ik een steek van schuld. Ik heb een hele lieve moeder. Net zoals iedere moeder slaat ze de plank soms volledig mis, maar…

    Dochter en moeder
  • Het is even geleden dat ik mijn vorige blog schreef, en ik moet eerlijk zeggen dat ik niet precies weet wat er is gebeurd met de afgelopen maand. Ik ben druk bezig geweest met de afronding van het studiejaar en…

    Help, hechting! (en waarom doet het toch zo’n pijn?)

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.