Verlatingstrauma: verlaat me (niet)

Een tijdje terug benoemde mijn therapeute dat ‘verlating een rode lijn vormt in mijn leven’, met als toevoeging dat het al bij mijn geboorte is begonnen – daar schreef ik in een eerdere blog kort over. Ze noemt het zelfs een verlatingstrauma, een woord wat ik nauwelijks kan verdragen maar tóch maar in de titel heb genoemd.

In eerste instantie voelde ik me haast beledigd: bedoelde mijn therapeute nou dat al mijn problematiek waar ik al zo lang mee worstel simpelweg voortkomt uit het feit dat ik er niet mee om kan gaan als mensen weggaan? Dat ik bang (doodsbang, gebroken, verdrietig!) raak als mensen dreigen te verdwijnen? Of als het er zelfs maar op lijkt dat mensen me verlaten? Inmiddels zijn we even verder en heb ik er veel over nagedacht, met als pijnlijke conclusie dat ze misschien toch wel gelijk heeft.

Waarom heb ik het zo zwaar de afgelopen weken? Omdat ik overal zie gebeuren dat iedereen me verlaat. Ik ben waardeloos voor mensen, ze zetten me bij het oud vuil alsof het niets is. Ergens heel, heel ver weg weet ik nog wel dat het niet voor honderd procent waar is… Maar tegelijkertijd voelt het alsof ik nu eindelijk de waarheid zie: niemand geeft om me en ik ben voor niemand belangrijk. En als mensen al om me geven, geeft er nooit iemand zoveel om mij als ik om hen!

Vervolgens slaat mijn hoofd zo’n honderd stappen over, want de volgende gedachte is ‘dan kan ik mezelf maar beter preventief terugtrekken uit alle contacten’. Ik zal mezelf veiligstellen voordat ik onverhoopt – en onvermijdelijk – door iedereen verlaten wordt. Ga weg! Verlaat me! Ik weet heus wel dat je het wilt!

Ik weet nog precies wanneer ik voor het eerst besloot dat ik me simpelweg nooit meer moest hechten. Het is immers heel simpel: als ik me niet hecht en ermee stop steeds nieuwe mensen toe te laten in mijn hart, dan kan het ook geen pijn meer doen. Ik was 12 en ging na een moeizame basisschooltijd naar de middelbare school – waar het nog vele malen vaker ‘mis’ is gegaan, net als in de jaren daarna.

Toch kan ik niet precies uitleggen waar het dan misgaat. Rationeel gezien weet ik dat ik een bende geweldige mensen om me heen heb, het is alleen dat mijn angst-systeem op hol slaat zodra er ook maar één (waarschijnlijk door mij ingebeeld) signaal is dat iemand me niet meer hoeft.

Een week niet reageren op een berichtje? Even niet vragen hoe het met mij gaat? Een vriendin die een relatie krijgt en daar veel tijd aan kwijt is? Een stage in het buitenland? Een therapeut op vakantie? Een verkeerde toon, ademhaling, leesteken? Mijn hoofd en lijf zijn het voor de verandering met elkaar eens: dat zijn redenen voor paniek, grote paniek!

We zijn alleen, alweer! Hoe heeft het kunnen gebeuren? Hoe heb ik met mijn domme kop weer in de val kunnen trappen? Ik wéét toch dat het de moeite niet waard is, hechten? Dat mensen nooit evenredig van mij houden als ik van hen? Alles is één grote angstrespons, ik ga er bijna van geloven dat dit onder de noemer verlatingstrauma valt, maar dan stel ik me wel weer heel erg aan – of niet?

Maar ik wil het zo graag… Een paar aardige woorden richting mij en ik ga voor je door het vuur. Ik ben loyaal, ik sta altijd voor iedereen klaar en ik denk (hoop) dat de mensen om me heen weten dat ze op me kunnen rekenen.

Die dingen doe ik graag, maar er zit ook een onderliggend probleem: misschien als ik heel hard mijn best doe en heel nuttig ben, misschien dat mensen me dan belangrijk vinden. Dat ze dan van me houden. Dat ze me dan niet zomaar vergeten als het leven nieuwe wegen inslaat – misschien mag ik dan mee in hun leven, in plaats van ergens achtergelaten te worden op een zijweg van wat ooit hun leven was.

Ik weet niet in hoeverre ik teveel verwacht van mensen (omdat ik ook (te)veel geef aan anderen) en in hoeverre ik daadwerkelijk heel, heel veel pech heb gehad in mijn leven wat betreft mensen die in mijn leven kwamen. Ik ben – denk ik, alles wordt nu in twijfel getrokken – vaak ‘gedropt’, buitengesloten, vergeten. Tegelijkertijd vind ik mezelf ook wel een flinke aansteller als ik dit opschrijf… Zo erg is het allemaal niet! Ik moet gewoon niet zo moeilijk doen. Toch?

De afgelopen weken zijn heel zwaar geweest en dat zijn ze nog steeds. Ik vergelijk mezelf met alles wat ademt en praat en zie keer op keer de bevestiging dat andere mensen betere vrienden hebben, mensen die ze liever zien dan mij. Ik denk te zien dat andere mensen wel gehoord worden, waar ik word genegeerd. Dat andere mensen wel tijd en ruimte en liefde krijgen, waar ik het zelf uit moet zoeken.

Gelukkig blijft dat iele, kleine stemmetje in mijn achterhoofd: dit is niet écht zo, het is niet zo zwart-wit als het voelt. Er zijn heus nog mensen. Maar wie dan? Mijn hoofd raakt zo op hol, dat ik vergeet wie er nog wél is om mij heen.

Het is een brute confrontatie, want diep van binnen weet ik misschien wel waar deze angst uit voortkomt. Ik ben niet goed genoeg, ik ben verkeerd geboren en die achterstand kan ik nooit meer inhalen. Desondanks probeer ik met alle macht de wereld ervan te overtuigen dat ik wel genoeg ben. Het vervormde aspect is dat de wereld misschien wel helemaal niet zit te wachten op mijn overtuigende aanwezigheid… Ik ben de enige die wanhopig op zoek is naar bewijs: ik mag er zijn.

Kan ik dat bewijs vinden als de meest basale basis ontbreekt? We zijn weer terug bij vroeger. Hechting, pijn, een klein verloren kind. Nooit kan ik inhalen wat ik heb gemist, maar hoe kan ik dan leven? Hoe kan ik zijn als alle anderen als mijn basis bestaat uit drijfzand?

Deze vragen maken nog meer paniek los, want met de beste wil van de wereld kan ik hier geen positief einde aan breien. Toch hoop ik dat ik hier nog wel stappen in kan gaan zetten. Eén ding weet ik heel zeker: ik zal de laatste zijn die mij in de steek laat. Ik blijf, tot het beter wordt. Want dat wordt het. Toch?

Lees ook:

Meer informatie over dissociatie en DIS

E-book over dissociatieve identiteitsstoornis:

DIS mini uitgelicht

Misschien heb je net te horen gekregen dat je een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) hebt, of ken je iemand die dit heeft. Maar wat is DIS eigenlijk precies en hoe kun je ermee omgaan? Wat zegt de wetenschap en welke therapieën zijn er? En… hoe is het eigenlijk om DIS te hebben, valt er een beetje mee te leven?

Aan de hand van wetenschappelijke artikelen, het psychiatrisch handboek DSM én ervaringsverhalen geeft Rivka Ruiter je in deze dsmmini antwoord op bovenstaande vragen. Een dsmmini is een klein e-bookje dat inzicht geeft in een stoornis uit de DSM. De ervaringsverhalen zijn van Daniëlle (31), Hannah (26) en Melissa (26), drie jonge vrouwen met DIS of AGDS (andere gespecificeerde dissociatieve stoornis).

Dit e-book is een PDF, je kunt hem lezen op je computer of telefoon zonder e-reader!

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer