Verlatingsangst

Ik zou je het liefste in een doosje willen doen
En je bewaren, heel goed bewaren
Dan laat ik jou verzekeren voor anderhalf miljoen
En telkens zou ik eventjes het deksel opendoen
En dan strijk ik je zo zachtjes langs je haren
Dan lig je in de watten en niemand kan erbij
Geen dief die je kan stelen, je bent helemaal van mij

(- Annie M.G. Schmidt)

De eerste keer dat ik erachter kwam dat ik verlatingsangst had, was tijdens mijn eerste relatie. In het begin verliep alles soepel, tot ik vreselijk bang werd. Als hij naar huis ging, klemde ik me aan hem vast, ging ik voor de deur staan. Als het hem toch gelukt was om buiten te komen, rende ik achter zijn fiets aan.
Het maakte me niet uit dat ik hem morgen of overmorgen alweer zou zien. Op dat moment ging hij weg en dat was even alles wat er bestond.
Soms dan was hij niet bij mij en dan voelde ik ineens zo’n afstand, dat ik besloot om hem als verrassing op te zoeken op zijn werk met een cadeautje. Dat lijkt lief en dat was het ook, maar eigenlijk deed ik het puur om mijn eigen onrust te temmen. Als ik hem weer even had kunnen zien, voelde ik me weer wat rustiger.
Het moment waarop ik het sterkste voelde dat het niet gezond was wat er gebeurde, was toen hij een week naar Amerika ging. Ik was daar maanden door van slag, kon er niet aan denken zonder een paniekaanval te krijgen. Ik heb zelfs gedreigd mezelf wat aan te doen als hij zou gaan. Gelukkig stond hij stevig in zijn schoenen en ging hij tóch.
Het viel allemaal reuze mee en de week vloog voorbij en daar leerde ik van, maar de angst bleef.

Ik bezocht een psycholoog en ik sprak met haar onder andere over de verlatingsangst. Het stomme is dat ik mij van deze therapiesessies bijna niks meer herinner, behalve dat ze me steeds zei dat ik in de ‘kindmodus’ schoot. Elke keer als ik verdrietig was of angstig zei ze me dat weer, waardoor ik denk ik geleerd heb om die angst dan maar weg te drukken.
Onderzoeken waarom ik zo bang was hebben we nooit gedaan. Hierdoor heeft het toen ook niet de kans gekregen om echt te verdwijnen, bleek achteraf.

In maart van dit jaar ging ik daten met een hele leuke vrouw. In het begin was ik euforisch, want na de eerste spannende beginfase, leek ik angstvrij te zijn. Ik voelde me niet afhankelijk en ik redde me ook nog zonder haar. Maar na een tijdje voelde ik het ineens: ik begon me te hechten. En dat hechten is iets prachtigs, want het zorgt ervoor dat je, na de eerste hevige verliefdheid, echt gaat houden van de andere persoon op een veel dieper niveau dan in de hormonale beginfase. Maar met het hechten kwam ook de angst weer terug. Soms is het even weg en kan ik rustig ademhalen, maar verder suddert het weer lekker overal doorheen. Ik ren niet achter haar aan en ik barricadeer de deur ook niet. Maar de angst is er. Ze kan duizend keer herhalen dat ze nergens heengaat en ik kan dat dan rationeel geloven, maar lichamelijk ben ik nog steeds als de dood dat ze weggaat.

Inmiddels ben ik erachter waar de angst vandaan komt. Dit zorgt ervoor dat het me niet altijd maar leidt en mijn acties en reacties voor me bepaalt. Maar het gevoel is nog niet weg en ik vraag me soms af of het echt ooit helemaal verdwijnen zal. Ik heb mijn luikjes geopend, maar ze klapperen en soms sla ik ze nog met een klap dicht in iemands gezicht. Want als ik alleen ben, kan niemand mij verlaten of pijn doen. Maar in die relatieve schijnveiligheid van mijn eigen gecreëerde eenzaamheid is het wellicht rustig, maar er is ook geen enkele ruimte voor groei of je laten raken door anderen. En dat mis ik dan toch hartstochtelijk. Ik gun mijzelf namelijk een leven met liefde en contact. Maar soms had ik dan toch het liefst dat doosje, waar Annie M.G. zo beeldend over schrijft. Om mijn geliefden in te stoppen en veilig te bewaren, zodat ze me nooit kunnen verlaten.

Lees ook: