Vergeten waar je vandaan komt

De afgelopen week liep ik tegen iets aan waar ik al eerder moeite mee heb gehad, maar wat ik voorheen niet goed kon plaatsen. Ik had het met mijn therapeut over mijn lichaamsbeeld en hoe dat aan mijn vader gelinkt is, en ik merkte dat ik erg aan de oppervlakte bleef. De dagen daarna bleef dit in m’n hoofd spoken en probeerde ik te achterhalen wat ik zo moeilijk vond. Opeens viel het kwartje: ik schaamde me.

Ik schaam me niet snel. Tuurlijk heb ik er af en toe last van, maar niet in de mate waarin ik me bijvoorbeeld angstig, onzeker of schuldig kan voelen. Ik kan mezelf prima voor schut zetten of om mezelf lachen als ik iets doms doe, maar tijdens therapie komt die schaamte sneller om de hoek kijken. Dit gebeurt met name als ik het over mijn ouders heb; als ik concrete voorbeelden van situaties moet geven, of als ik letterlijk herhaal wat ze tegen mij hebben gezegd. Ik schaam me ervoor dat ze mijn ouders zijn, omdat ik het idee heb dat het iets over mij zegt.

Het voelt alsof ik besmet ben met m’n ouders genen, alsof er iets aan me hangt wat ik nooit helemaal van me af zal kunnen schudden. Het lijkt alsof ik een deel van de schuld draag voor hun acties en iets namens hen goed moet maken. Alsof wat zij hebben gezegd en gedaan, betekent dat ik dat ook heb gezegd en gedaan of dat ooit zal doen. Het geeft me het gevoel dat ik altijd heel zelfbewust moet zijn, m’n aandacht niet mag laten verslappen, want anders eindig ik als m’n ouders. Hierdoor ben ik altijd kritisch op mezelf, laat ik mezelf niet tevreden zijn – ik moet in ontwikkeling blijven. Maar hoe hard ik ook m’n best doe, lijkt het alsof mijn achternaam en alle bijbehorende historie aan me vastkleeft.

Dit maakt dat ik soms graag mijn hele voorgeschiedenis zou willen wissen. Dan wil ik ervandoor, een nieuwe naam, een nieuwe start, vergeten wat er is gebeurd en nooit meer terugkijken naar waar ik vandaan kom. Tegelijkertijd wil ik wel graag deel uitmaken van een gezin of familie. Omdat mijn gezin nooit echt als een gezin heeft aangevoeld en na de scheiding al helemaal niet meer, mis ik het gevoel van ergens bij horen. Het is eenzaam en pijnlijk, en zorgt ervoor dat ik juist op zoek ben naar een manier om dit gat op te vullen.

Dit lukt me niet met de families waarin ik geboren ben. Met mijn moeders kant heb ik altijd minder contact gehad – tussen de ooms en tantes is er niet een hele hechte band. Het is een groot gezin waarvan mijn moeder de jongste is, waardoor er niet echt leeftijdsgenoten waren voor mij en m’n zus. Af en toe komt de familie bij elkaar en dan is het gezellig, maar ze hebben geen hele grote rol gespeeld in mijn leven. Ik ken deze kant van mijn familie een stuk minder goed, dus voelt het niet logisch om het onderdeel van mijn identiteit te laten zijn.

Met mijn vaders kant heb ik meer een familiegevoel. De neefjes en nichtjes verschillen weinig in leeftijd en we deden veel samen: Sinterklaas vieren, verjaardagen, kamperen, slaapfeestjes. Er worden allerlei eigenschappen aan onze achternaam verbonden: eigenwijs zijn, een bepaalde moedervlek op onze wang, met veel handbewegingen praten. Gelijktijdig brengt deze kant van de familie een boel zooi aan intergenerationeel trauma met zich mee. Ervoor kiezen om me met mijn vaders kant te identificeren voelt alsof ik moet kiezen voor een erfenis; alles of niets, alle schulden worden ook overgedragen. En de schulden van mijn vader en zijn gezin voelen als teveel voor mij om af te lossen.

Mijn therapeut raadde me aan om mijn identiteit los te trekken van mijn familie en in plaats daarvan te focussen op de positieve dingen die ‘van mij’ zijn. Ik heb een eigen relatie, eigen vrienden, een eigen huis, werk en hobby’s. Dit zou niet betekenen dat ik niet meer een relatie met m’n familie wil, maar dat ik het hebben van een bepaalde achternaam niet iets over mij laat zeggen. Volgens hem is mijn behoefte aan ergens bijhoren een oud gevoel, en is het loslaten hiervan een rouwproces. Je hebt als volwassene niet meer je oorspronkelijke gezin of familie nodig, je kan een eigen nieuwe familie creëren.

Ik ben groot voorstander van het idee van het kiezen van een eigen ‘familie’. Wat ik hieraan lastig vind, is de wetenschap dat ik wel een eigen familie kan kiezen, maar dat dit een eenzijdige beslissing is. Die mensen hebben nog steeds een eigen échte familie. Als het erop aan komt, sta ik bij hen niet op de eerste plek – daar staan hun ouders, broers, zussen et cetera. Dit vind ik logisch, maar betekent dat ik er dus op bepaalde hoogte alsnog alleen voor sta. En dat is precies het pijnpunt van het gemis, het gevoel dat ik nergens onvoorwaardelijk bij hoor.

Ik heb nog geen idee hoe ik dit moet oplossen. Ik weet niet goed hoe ik een balans kan vinden in het idee van mijn familie loslaten maar de mensen daarin niet. Ik weet niet goed hoe ik aan de ene kant mijn achternaam en mijn identiteit kan loskoppelen van elkaar, maar aan de andere kant mijn jeugd en hoe het mij gevormd heeft niet wil negeren. Hoe moet ik bijvoorbeeld leuke herinneringen aan mijn gezin en familie plaatsen? Hoe kan ik het onderdeel van mij laten zijn, zonder dat het me het gevoel geeft dat het iets over mijn toekomst zegt? Het voelt alsof ik iets een plekje moet geven, maar ik kan nog niet goed m’n vinger plaatsen op wat dan precies. Misschien is dat nou net het rouwproces waar m’n therapeut het over had.

Ook al is het ingewikkeld, ik denk dat het loslaten van mijn ouders, familie en de schaamte die ik er bij voel me veel zou helpen bij het accepteren van mezelf. Hoe de levens van mijn ouders en hun families waren zegt namelijk niks over mij, het zegt iets over hen. Ik ben een losstaand individu, een eigen persoon. Het enige wat ik zonder twijfel van ze heb geërfd zijn uiterlijke kenmerken, de rest kan ik invullen hoe ik zelf wil. Al het disfunctionele wat ze me hebben aangeleerd, kan ik weer afleren. Ik kan mijn leven om mij laten draaien, niet om een of andere achternaam.

Lees ook:

  • Toekijken achter muren van glas

    Voordat ik besef had van het gemis wat ik heb gekend in mijn jeugd was alle aandacht goed. Ik was niet lief voor mijn lichaam en leende het steeds weer uit aan een andere persoon. Ik had nog niet door…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer