Verdwaald in de mensheid

Vertrouwen verloren.

Wie kan ik nog recht in de ogen aankijken? Ik deed het en verloor. Ik keek, maar men keek weg. Ogen die ik nu niet meer durf aan te kijken. Stemmen die ik nu niet meer durf aan te horen. Mijn wantrouwen vormt een torenhoge muur. Wie is er nog te vertrouwen? Het vertrouwen dat men mij gaf, heb ik nooit beschaamd. Geven en nemen. Men nam en ik gaf. Keer op keer. Men nam, keer op keer.

Ik ben leeg, leeg van binnen. Beschadigd, bang en alleen. Geen moed meer om mezelf uit te spreken, want wie luistert er zonder misbruik te maken van mijn woorden? Wie is er nog oprecht? Ik ben en ik heb verloren. Ik ben eenzaam. Ik sta alleen in een put vol schreeuwende demonen, die niet al te lief tegen mij zijn.

Kan ik nog praten? Ik heb zwijgplicht. Er is misbruik gemaakt van mijn vertrouwen. Het vertrouwen wat ik had in de mensen die ik liefhad. Het was zeldzaam. Het is kapotgemaakt. Ik was altijd al bang om verlaten te worden, maar nu sta ik alleen in deze boze wereld. “The winner takes it all, the loser has to fall.” Ben ik de loser in dit verhaal? Ik gaf toch alleen maar? Broos en breekbaar in mijn hoedanigheid. Kwetsbaar, en nu is het klaar. Ik sta weer alleen, daar waar ik begon, maar dan nog net ietsje dieper. Nóg meer beschadigd en verlaten.

De kille kou omarmt me. Ik voel het, maar ik ben het gewend, dus het voelt haast als thuiskomen van een lange reis. Ik heb pijn. Pijn van het verlaten zijn. Het gevolg van het beschadigde vertrouwen. Ik durf het niet opnieuw. Het was voor mijn eigen bestwil, maar het was niet eerlijk. Ik heb nooit het vertrouwen gebroken. Ik ben als een trouw puppy gedumpt in het asiel. “Dag, ik hoop dat je de juiste hulp krijgt.” Het doet pijn, dat in de steek gelaten worden en niet gezien. Ik besta niet echt. Ik ben slechts een marionet die nu bestuurd wordt door het lot wat in de handen van anderen heeft gelegd.

Ik zou wel willen schreeuwen, maar het lost niets op. Ik ben gekwetst. Door de kilte banen mijn tranen een weg. Ze bevlekken mijn gezicht met zwarte mascara. Ik heb nooit leren vertrouwen. Ik deed pogingen bij de verkeerde personen en eindigde eenzaam en alleen. Niemand bleef naast me staan. “Wacht maar, ik blijf bij je tot het beter wordt.” Die woorden ontbreken nog steeds en wat zou ik ze dolgraag willen horen.

Therapeuten en instellingen hebben me opgegeven. Mijn omgeving geeft me ook op, langzaamaan. Vertrouwen is een begrip wat voor mij van onschatbare waarde is, maar voor anderen is het slechts een woord met letters. Ik spartel in een ijzig koude zee. Wie vraag ik om hulp als er geen vertrouwen is? Als de hulpverlening me heeft opgegeven, en mijn vertrouwenspersonen niet meer te vertrouwen zijn? Ik blijf te vertrouwen, ik blijf geven.

Ik moet dealen met de pijn. Wéér iemand verloren. Iemand die me eindelijk begreep. Iemand die ik eindelijk vertrouwde, en waar ik nu om rouw. Ik ben bang dat ik nooit meer iemand aan durf te kijken. Ik kan mensen niet meer inschatten op hun oprechtheid. Ik ben te vertrouwen voor 100%, maar nu ben ik alleen. Er is niemand die mijn muren nog kan breken. Ik zwijg, ik durf niet meer. Verlaten en alleen gelaten. Wantrouwen en eenzaamheid.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.