dsmmeisjes
Twee kleine meisjes

Verbinding met anderen

Verbinding. Als kind gaat dat behoorlijk automatisch. Je speelt een spel, samen. Giechelend.
Wij verhuisden in een zomervakantie van een stad naar een dorp. Ik was zeven jaar en belandde in een klasje van zeven meisjes. We speelden, we giechelden, iedereen hoorde erbij. Het was zo. Gezellig, iedereen gelijk.

Drie jaar later kwamen er twee meisjes bij. Meteen kwamen er kleine scheurtjes in de klas. Iemand niet verkiezen, iemand niet meetellen, uitsluiten en weer verbinding vragen werden plots thema’s die er waren en nooit meer zouden vertrekken. Ruzie tussen de meisjes, oh, wat trok ik mij dat aan. Ik promoveerde me prompt tot fixer. Onderhandelaar. In die periode begonnen de radars in mijn hoofd meteen op verhoogde versnelling te werken. Ik begreep het allemaal niet meer zo goed waartoe kinderen in staat waren. En waarom? Er kwamen zoveel vragen in mij op. Voor mij leken veel dingen eenvoudiger, zachter. Waarom is het ene meisje beter dan het andere?

Ik herinner me nog scherp dat ik eens keihard viel op mijn knieën (serieus, hoe hard zijn die tegels op een speelkoer!?) en gans het klasje ontfermde zich over mij. Ze wilden me dragen naar de klas, maar dat vond ik een stap te ver gaan (oei oei, zo erg was het niet, wat ‘roodsel’ in de vorm van een zon en dan wachten op een dikke korst. Punt, andere lijn.) Zoveel aandacht had ik nu ook niet nodig.
Een ander klasgenootje viel later dat schooljaar (sinds we dus met negen meisjes waren) van iemands rug tijdens ‘Schipper, mag ik overvaren?’, een spelletje dat we vaak speelden, jullie toch ook, hè?! Die val vonden velen grappig. We waren slechts met twee om het meisje te helpen. ‘Waar was de rest?’ vroeg ik me af. ‘Voor mij was iedereen er, waar was de rest toch naartoe?’

Dit soort herinneringen blijven plakken in mijn hoofd, ik kan de verontwaardiging precies nog voelen. Ik bedenk tijdens het schrijven dat dit naïviteit is die bij me hoorde en nog altijd hoort. Ik blijf maar denken (hopen?) dat iedereen voor elkaar zorgt, dat iedereen het voordeel van de twijfel krijgt, dat iedereen te vertrouwen is. Er vielen schakels weg in mijn hoofd. De radar in mijn hoofd bleef maar draaien, maar hij blokkeerde af en toe, er waren immers onderdelen te kort en er kwamen wel nieuwe in de plaats, maar het voelde alsof er geen olie meer was om alles gesmeerd te laten lopen. Of zo. Ik begon wat meer afstand te nemen; alsof het kind in mezelf de verbinding tussen mensen niet meer gerijmd kreeg met mijn eigen gevoelens. Oooh, die gevoelens, puur onbegrip, ik voelde het verdriet van kinderen en mensen dicht om me heen. Dit is dus steeds zo geweest.

Toen er ineens jongens op ons pad kwamen, werd de radar overgenomen door een nieuwe productie. Zo voelde het. Jongens kiezen meisjes. Meisjes kiezen jongens. Tot op vandaag kan ik schrikken hoe dat kan gebeuren. Oh ja, jongens kiezen natuurlijk ook jongens. En meisjes ook meisjes. Dat ontdekte ik wat later.
Ik kon niet goed om met aandacht die ik kreeg van jongens. Als ik verliefd werd, dan was dat meteen -euh- hopeloos verliefd? ‘TJAKKA’, meteen tot over mijn oren. Waardoor ik me er vaak in verloren heb.

Ik denk dat ik ongeveer twaalf jaartjes telde, toen pure angst me kon verkrampen. Door onbegrip, te veel aandacht, het omgaan met verliefdheid, veranderende vriendschappen… Het voelde aan alsof ik niet mee kon, de trein altijd nét miste. Ik veranderde stilaan in een meisje met nul zelfvertrouwen. Ik durfde niet alles meer uit te spreken, mijn woorden kwamen vaak niet overeen met het groepje waarin ik vertoefde. De aandacht van jongens die me niet kenden, voelde aan als een worsteltraining. Allemaal zaken die ik niet begreep, zoveel vragen die ik niet beantwoord kreeg. “Ze zouden het toch niet begrijpen.” – “Ik ben de vreemde eend in de bijt.” – De gedachten begonnen in sneltempo toe te stromen. Ik klapte helemaal toe. Een stil, verlegen meisje. Terwijl ik dat diep in mezelf niet ben.

Het is moeilijk om uit te leggen, dat merk ik nu tijdens dit typen (ik zit letterlijk met mijn hand in mijn haar). Vriendschap leggen, onderhouden, in theorie klinkt het eenvoudig. Ik denk dat het voor niemand eenvoudig is, er komt sowieso denkwerk en ‘voelwerk’ aan te pas.
Ik maakte fouten in vriendengroepjes, dacht er veel te veel (en misschien tegelijk ook te lang) over na. Ik kon daar zo zwaar aan tillen dat ik dat letterlijk aan voelde als pijn. ‘Misschien heb ik hem of haar wel gekwetst.’ – ‘Had ik anders moeten reageren?’ – ‘Elke toch, waarom zeg je niet gewoon wat je voelt?’ – ‘Ja, maar wat als dit niet overeen stemt met de ander?’ – ‘

Tot op vandaag struggle ik daarmee. Het voelt voor mij aan dat ik geen verbinding heb met de mensen rondom mij. Als we samen ergens naartoe gaan, dan is het alsof ik toe kijk op de rest van het gezelschap en er niet helemaal bij ben. Vaak wel, hoor, als ik volledig kan participeren, loopt alles veel vlotter. Als ik er te veel over na denk, dan ontwikkel ik een sociale angst. Vermijding. Niet meer durven afspreken. Mezelf de moeite niet waard vinden om effectief op de uitnodiging in te gaan. Zeer frustrerend.

Vaak gaat het wel, dat wéét ik ondertussen. Ik kan erg genieten van mooi, gezellig, samen zijn. Alsof alles op de juiste plaats valt. Mijn hoofd is er alleen nog niet heel erg goed in om deze succeservaringen te onthouden. De slechte ervaringen nemen al te vaak de voorgrond. Vicieuze cirkel, heet dat dan zeker?

Zo lang ik kan, blijf ik oefenen. En: je moet net zo lang oefenen, tot het spontaan gaat.
(Mijn cognitieve hersenhelft wil nog iets toevoegen, maar ik heb hem het zwijgen opgelegd. Assertief, toch?)

met liefs.
elkeschrijft


2 reacties

  1. De groep waarin je op jonge leeftijd participeert (basisschool) kan zo veelbepalend zijn voor je toekomst. Daar leer je hoe je erbij hoort. Of niet. Daar leer je je gedragen in sociale situaties. Of je leert vermijden. Ik vind dat heftig en zie daarom ook steeds meer in hoe belangrijk het is om hier veel tijd aan te besteden, naast het lesgeven.
    Maar weet je? Kijk naar jezelf. Die anderen hebben misschien wel niet gezien hoe prachtig je bent. En dat weet jij wel, hoop ik.

    1. Klopt! Merk ik ook op bij onze tienjarige dochter. Ik zie dat ze goed in haar vel zit op vele vlakken, dat maakt mij heel gelukkig.
      Kijk naar jezelf, ja, je hebt gelijk. Bedankt voor de reminder! X

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik toon graag een persoonlijke blog onder mijn reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Privacy Voorkeuren