Vals alarm

Vol goede moed begon ik aan de vrijwillige quarantaine vanwege het coronavirus. Vorig jaar ben ik aan mijn enkel geopereerd en toen kon ik ook enkele maanden bijna niet naar buiten. De omstandigheden van nu lijken dus verdacht veel op vorig jaar – op persoonlijk vlak dan. Ik weet wat te verwachten en waar op te letten wat betreft mijn psychische gezondheid. Daarnaast heb ik het geluk dat ik mijn werk thuis kan voortzetten, mijn therapie doorgaat via videobellen en ik niet alleen woon. Over het algemeen voelde ik me voorbereid op het lange thuiszitten, het sociale isolement en de mogelijke gevoelens die daardoor zouden kunnen worden opgeroepen.

Ik was dus verrast toen er gevoelens naar boven kwamen uit een hoek die ik niet aan had zien komen: de nieuwsberichten over kinderen en huiselijk geweld. Het begon met de gedachte dat ik blij was dat deze crisis niet pakweg twintig jaar geleden plaatsvond, maar hoe meer krantenkoppen en nieuwsitems erover langskwamen, hoe meer herinneringen en gevoelens me overspoelden. 

Voor de buitenwereld functioneerden wij als gezin. Mensen die mijn vader kenden wisten wel dat hij ‘niet makkelijk’ was, maar daar bleef het dan ook bij – hij gedroeg zich prima als er andere mensen bij waren. We deden wat normale gezinnen deden, mijn zus en ik deden het goed op school en er waren geen blauwe plekken te zien die zouden kunnen verklappen wat er binnenshuis gebeurde. Niemand wist hoe het er thuis aan toe ging en kon daardoor ook geen hulp bieden. De enige die ervan wist en in de positie was er iets aan te doen was mijn moeder, en die deed niets. 

Elk bericht over huiselijk geweld voelde als een steek en nam me terug naar vroeger. Ik voelde de spanning weer door m’n hele lichaam, het op m’n hoede zijn, het niet kunnen ontsnappen aan de onveiligheid. Ik dacht aan de vele dagen die ik met mijn zus doorbracht in haar kamer, A2 Racer spelend op haar computer met de radio zo hard mogelijk aan om de ruzies te overstemmen; schuilend voor de narigheid die door de rest van het huis rondzwierf. We kwamen de kamer alleen uit voor het hoognodige en om dit zo ongezien mogelijk te doen, slopen we de kamer uit en schoten zo snel als we konden weer naar binnen. Het deed me denken aan de verbouwing, wat ons veroordeelde tot het gebruikmaken van de zolder als woonkamer, met z’n vieren opgesloten op enkele vierkante meters. Ik herinnerde me mijn uitbarsting tijdens het logeren bij mijn neefje en nichtjes omdat ze kibbelden tijdens het buitenspelen, zoals kleine kinderen dat doen. Ik weet nog dat ik snikkend riep: “En nou moeten jullie stoppen, thuis maken ze ook de hele tijd ruzie en nou doen jullie het ook nog eens!” Er was niet zoveel aan de hand, maar waar ik ook heen ging, ik nam de spanning en het gevaar van thuis opgeslagen in m’n lichaam met me mee. 

De dreiging die ik nu opnieuw voelde zorgde ook voor een oud gemis aan bescherming. ’s Nachts droomde ik over situaties waarin ik beschermd moest worden door iemand anders om in veiligheid te komen; overdag voelde ik me eenzaam, verdrietig en paniekerig. Als een domino-effect werd ik steeds banger dat mensen me zouden verlaten. Het was als een alarm wat maar af bleef gaan en waarvan ik de uitknop niet kon vinden. Ik was de verbondenheid met anderen kwijt, omdat het me niet lukte veilig te voelen bij ze. Ik wilde zo graag getroost en beschermd worden, maar wist niet hoe. Wat ik kreeg was niet genoeg; mijn gemis was groter dan ik kon krijgen. Ik voelde me als een klein kind op zoek naar een moeder, maar kon haar nergens vinden. 

Een extra sessie met m’n therapeut bracht me weer terug naar de realiteit. Samen liepen we mogelijke scenario’s af en onderzochten we wat ik nodig had vanuit de oude negatieve gevoelens. Ook al was de oplossing ‘bedacht’, want ik kreeg niet echt de troost en bescherming waar ik naar verlangde, toch voelde ik de onveiligheid langzaam wegtrekken. Het herinnerde me eraan dat ik het niet meer alleen hoef te doen en ik vond het vertrouwen weer wat terug dat mensen er voor me zijn en zullen blijven. 

Gelukkig gaat het voor mij om oude gevoelens die ik tijdelijk herbeleef, ik zit niet meer in een onveilige omgeving. Maar voor veel kinderen is het momenteel wel hun dagelijkse realiteit en dat maakt dat ik het moeilijk kan loslaten. Ik voel me verdrietig en machteloos als ik denk aan de kinderen die opgesloten zitten met een gevaar waar geen ontkomen aan is, nog onzichtbaarder voor buitenstaanders dan normaal. Op dit moment vrees ik dat ik moet accepteren dat er akelige dingen gebeuren die buiten mijn macht liggen, maar misschien kan ik na de coronacrisis een manier vinden om kinderen in onveilige thuissituaties te helpen. Voor nu houd ik me vast aan de hoop dat ze ooit, net als ik, kunnen ontsnappen en veiligheid, troost en bescherming kunnen ervaren, net zo lang totdat de nare herinneringen niet meer zijn dan tijdelijke gevoelens.

Lees ook:

  • moeder en dochter op afstand

    De psychiater. Ze is mijn moeder en vader ineen. Ze leerde me groot zijn en groots zijn in het verdragen van emoties en groter zijn in mijn aanwezigheid. Ze leerde hoe ik gezonde banden kan aangaan, waardoor ik nu in…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer