Kauwgom onder schoen op straat

De valkuil van verkeerde keuzes.

Soms baal ik van de manier waarop ik mensen toelaat in mijn leven.

Ondanks overduidelijke onderbuikgevoelens ga ik vaak op mooie praatjes af. Op de zogenaamde belofte dat ik mij gehoord mag voelen. Dat iemand zegt mij te begrijpen. Dat hij of zij graag iets voor mij wil doen. Ongevraagd hulp aanbiedt.

Totdat diegene zich ineens midden in mijn gezin en in mijn leven bevindt. Op een heel centrale plaats. Soms zelfs in plaats van waar mijn kind zou moeten staan. Met meer rechten toegekend, of zich toegeëigend, dan zou mogen. Dan redelijk is, gezien de werkelijke rol ten opzichte van ons gezin en mijn leven. En dat ik mij ineens afhankelijk voel, terwijl ik dat niet ben.

Het moment dat ik niet meer weet wie ik ben.

Grenzen aangeven lukt mij dan helemaal niet meer. Dat kan ik normaal gesproken slechts schrijvend, niet live en al helemaal niet verbaal, omdat ik dan niet meer uit mijn woorden kom, ook al spreek nog zo veel talen. En toch ga ik de confrontatie aan. In levende lijve. Open ogen. Open vizier. Lafheid past mij niet. Oplossen wil ik.

Telkens weer. Maar ik kan het eigenlijk niet hanteren. Paniek slaat toe. Ik sla dicht, begin te trillen, te zweten en zie niks meer op zo’n moment. Krijsend gilt mijn innerlijke stem mij in mijn oren “nee, Nee, NÉÉ!!!”. Ik word lichamelijk ziek. Stort neer… Ben weg.

Ik ben weg

Dat is vaak het moment waarop de hardste klap wordt toegediend.

Dan zit zo iemand zodanig in mijn leven, heeft mijn energie zo diep weggezogen dat hij denkt dat hij of zij nu alles wel kan maken. En in een verwoestende klap wordt er dan een finale slag uitgedeeld. Mijn grenzen tellen niet meer, alleen de grenzen van die ander. Ikzélf tel niet meer, alleen die ander, die zich op dat moment alle vermeende rechten in mijn gezin en leven toe-eigent en schreeuwend en eisend over mij en mijn gevoelens heen stampt.

Dan word ik, ook al ben ik nog zo leeggezogen, keihard wakker. Te laat.

Maar beter laat dan nooit.

Op zo’n moment is voor mij in één klap de connectie verbroken. En komt het niet meer goed.

Ik ben namelijk niemands eigendom!

Op die momenten verstoot ik diegene. Want niemand, buiten mijn eigen lieve gezin, mijn kind, mijn katten, ja, ikzélf (!) heeft het recht op mijn energie. Dat mag ik beschermen. En niemand heeft het recht mij daarna ook nog te beschimpen, te vertrappen. Zichzelf in leugens naar boven te werken, ten koste van mij!

Ik heb te weinig energie en heb weken nodig om van één gebeurtenis te bekomen, zelfs al is het een leuke. Ik heb niet alleen PTSS, ik ben ook lichamelijk niet in orde. En dat komt nooit meer goed. Ik kan niet mijn energie verstrooien en denken ‘ik doe het even een middagje rustig aan en ga goed slapen’. Mijn aanwezigheid kost mij veel meer dan het een ander oplevert. Altijd. Het kost mij weken van opbouw en herstel.

Maar telkens opnieuw stap ik in de valkuil.

Laat ik mensen toe die naar mijn gevoel misbruik van mij maken. Jaar in jaar uit. Ook al voel ik dat het weer gebeurt, het lijkt alsof ik het niet kan stoppen. Het lijkt bij mij te horen geen grenzen aan te geven, wat er ook met mij gebeurt. Wat mij ook wordt aangedaan door een ander. Ik liet het toe. Altijd. Ging pas voor mijzelf opkomen als het veel te laat was, veel te ver was gegaan.

Maar ik wil het niet meer. Ik kán het niet meer. Accepteer het niet meer.

Dus per vandaag ben ik er wel definitief uit: als ik bij iemand een onderbuikkriebel voel op dat verkeerde vlak, ligt diegene er bij voorbaat al uit in mijn leven. Simpelweg omdat ik zelf moet overleven en ik niet langer wil toestaan dat het risico bestaat een ander mij mijn leven overneemt ten koste van mij en mijn gezin. Dat ik moet gaan koorddansen om mensen in mijn leven te behouden. Om mijzelf in mijn leven te behouden.

Ik wil dit niet langer.

Dan maar geen zalen vol vrienden. Die paar echte die ik al jarenlang heb, die zijn mij genoeg.

Dus ik ga afstand nemen.

Van een aantal mensen had ik het al gedaan, maar het lijstje wordt langer.

Ik kan het niet meer opbrengen om mensen die laf zijn en zichzelf proberen te verschonen van hun fouten door gebeurtenissen in hun eigen voordeel te verdraaien en tegen mij te gebruiken, in mijn leven toe te laten. Leugens wil ik niet meer aanhoren. Onzinverhalen ook niet. Gemanipuleerd worden ook niet. Emotionele chantage laat ik ook niet meer toe. Aan niemand ben ik dat verplicht! Ik wil niet meer gebruikt worden door mensen die mijn spullen gebruiken, maar niet goed teruggeven en waar ik achteraan moet hollen om mijn eigendommen smekend terug te verdíenen! Zij die mijn passies en talenten beschimpen komen mijn drempel niet meer over.

Ik laat niet meer toe dat mensen mij onaangekondigd en ongevraagd telkens vastpakken, optillen, betasten en overal zoenen! Ik heb daar een grondige hekel aan, maar durf het zelden te zeggen! Mijn lijf is van mij. Niet van een ander. En het is al helemaal geen gebruiksvoorwerp wat je naar eigen believen kunt beetgrijpen en bepotelen.

Mensen die te pas en te onpas mijn huis binnen komen lopen en hun eigen drama’s over mijn vredige avond heen spuien zijn niet meer welkom. Zeker niet degenen die mij pijn doen, mij kwetsen en beschimpen, nadat ik maandenlang, ongeacht dat waar ik zelf mee zat, hun laffe en eentonige verhalen heb moeten aanhoren en ze mij hebben gesmeekt om een zogenaamd advies voor hun problemen. Advies dat ik niet kan geven omdat ze van mij slechts één simpel antwoord willen krijgen: De Oplossing. Kant en klaar gekruid en afgebakken. Door mij.

Nee. Niet meer. Nooit meer.

Misschien ooit vertrapt en verpletterd, maar ik kom nu op voor mijzelf!

DUS STOP!

Vanaf nu doe ik het anders.

Ik zeg tegen al die mensen die de afgelopen jaren, de afgelopen maanden op zo’n manier met mij zijn omgegaan:

“Het is niet van mij. Jouw leven is van jou, jouw fouten zijn van jou. En jouw gebreken zijn van jou. Jouw lafheid is van jou. Ik wil jouw rommel niet. Ik wil jouw leugens niet. En ik geef je alles hierbij terug.”

In tegenstelling tot veel van de mensen hierboven beschreven ga ik de confrontatie aan met mijzelf. Werk ik aan mijzelf. Met intensieve begeleiding.

Heel hard. Zo hard dat ik er meestal misselijk van word. Dat ik er hoofdpijn van krijg. Dat ik er gezichtsproblemen van krijg. En heftige angstaanvallen krijg. En paniek. Dat ik niet meer kan slapen omdat ik bang ben om alles opnieuw te beleven in mijn dromen en weer wakker word in een onmogelijke werkelijkheid. Zodat dat ik pillen moet slikken om mijzelf niet van de hoogste toren te werpen omdat ik zo schrik van wat ik ontdek. Schrik van wat mij is aangedaan. Schrik van wat ik heb toegelaten in mijn leven. Jaren lang. Decennia lang. Telkens opnieuw. Ontzetting over alles wat ik nog moet doen om de cirkels te doorbreken.
Maar ik kijk in de spiegel en zie wie ik ben. Ik zie mij met al mijn gebreken, mijn angsten, maar ook met mijn goede kanten en mijn kracht. Ik zie wie ik ben en wat ik kan. En ik zie wat ik wil doen.

Wat van een ander is, is van niet van mij. Wat van mij is, mag ik houden.

Mijn radar is van mij. Een radar, die mij telkens opnieuw onfeilbaar laat zien wie mijn vriendschap waard is en wie niet. Wie ik toelaten kan en wie niet. Wie er misbruik van mij dreigt te gaan maken en wie niet. Ik hecht er helaas niet genoeg waarde aan en dat moet ik veranderen. Dat ben ik aan mijzelf verplicht.

Mijn eigen fouten om daarin te falen zijn van mij. Maar dat ik daarvan leer is een feit. Als ik daardoor eerdere verkeerde keuzes rechtzet waardoor ik bepaalde mensen laat vallen, die zich daardoor gekwetst of gepijnigd voelen, dat hoort dat gevoel toch niet bij mij. Dat hoort bij diegene die zijn valse hoop, zijn eigen fouten en zijn eigen mankementen aan mij heeft proberen te geven. Dat hoort bij degene die heeft geprobeerd mijn energie van mij te stelen. Die heeft geprobeerd een te centrale rol, een niet gepaste rol, in mijn bestaan op te eisen.

Daar doe ik niet meer aan mee.

Ik werk aan mijzelf.

De Gans