Toekijken achter muren van glas

Toekijken achter muren van glas

Voordat ik besef had van het gemis wat ik heb gekend in mijn jeugd was alle aandacht goed. Ik was niet lief voor mijn lichaam en leende het steeds weer uit aan een andere persoon. Ik had nog niet door dat dit verband hield met mijn gezinssituatie. 

In therapie leerde ik over mijzelf, over de relatie tussen mijn ouders en mij. Zij hebben mij niet gegeven wat ik zo hard nodig had. Het vertrouwen, een veilige band, warmte om naar terug te keren, ik heb het niet gevoeld. Ik voelde afstand.

Nu ik een relatie heb gaat het meer over ‘ik wil lieve aandacht’. De door de hechtingsstoornis nooit gekende aandacht. Geen seksuele aandacht maar de ‘hoe was je dag’ aandacht. De ‘arm om je heen’ aandacht. De ‘niets verwachten maar gewoon er zijn’ aandacht. Liefkozend. Warmte. Maar ik ga het nergens vinden, nergens terug krijgen. Niet in mijn relatie, in vriendschappen, in de relatie met mijn schoonouders en zeker niet in de relatie met therapeuten. Niet in de mate die ik van mijn ouders mee had moeten krijgen. Ik weet dat ik door de hechtingsstoornis en het gemis van vroeger nu een enorme druk op mijn relatie leg. Wat eigenlijk bij mij nog meer boosheid en gebrak aan acceptatie triggert. Ik wil het graag goed doen, ik wil normaal doen maar het verlies knaagt aan mij. 

Maar ik blijf op zoek. Misschien naar een stukje wat dit gevoel draaglijk kan maken. Het voelt alsof ik nog niet klaar ben om de diepgewortelde gevoelens van verlies en rouw te accepteren. Ik voel diepe pijn steeds weer wanneer je beseft dat anderen deze warme relaties wel hebben terwijl er bij jou altijd een muur van glas tussen zal zitten.