balancerende stenen

Therapie als APK

Toen ik een aantal jaar geleden, na eerst lang zelf aangemodderd te hebben, toch maar eens besloot om in therapie te gaan, schaamde ik mij altijd een beetje. Want hoewel half Nederland tegenwoordig bij een psycholoog loopt, heerst er nog steeds wel een beetje een taboe over het ‘lopen bij een hulpverlener’. Zijn we toch met zijn allen een beetje bang dat we gezien worden als iemand die ‘zwak’ of ‘een beetje gek’ is.

Inmiddels ben ik de schaamte wel voorbij en ben ik alleen maar blij dat ik in therapie zit. Ooit zei iemand tegen mij: ‘je kunt het ook zien als een APK. Soms heb je het gewoon even nodig om opgelapt te worden.’ En dat is hoe ik het tegenwoordig ook zie. Zwakheid is het zeker niet. Want als je ‘even aan jezelf kunt werken’, getuigt dat juist van het feit dat je sterk genoeg bent om (emotionele) rommel op te ruimen. Het is een kracht dat je juist vooruit wilt in je leven. Blijkbaar ben jij in staat om bewust te zijn en worden van gevoelens en signalen die je lichaam geeft én daarnaar te handelen. Je geest ‘schoon’ te maken en je rugzak met bagage draagbaar te houden. Dat is toch even een andere kijk op ‘in therapie zijn’, hè?

Twee weken geleden had ik weer een sessie, waarbij ik ineens wel weer even dat taboe voelde. Dat heb ik toch zo nu en dan nog wel. Ik zat als een half dood vogeltje tegenover mijn therapeut en voelde al dat mijn tranen zouden vloeien, bij elk woord dat zij maar zou zeggen. Allerlei gedachten waarmee ik mijzelf onderuit haalde kwamen voorbij en ik voelde mij allerminst sterk.

‘Wat heb je nodig?’, was de vraag van mijn therapeut. En het enige antwoord wat ik kon bedenken was: ‘rust’. Want oh, wat sliep ik weer slecht en wat deed dat weer veel met mijn emoties overdag. Een tijd geleden was ik gestopt met de slaapmedicatie die ik zo nu en dan op een zo-nodig-recept voorgeschreven kreeg. We waren tot de conclusie gekomen dat die niet meer nodig was. En nu zat ik daar, in die kamer, met het advies om deze dan toch in elk geval maar weer te gaan slikken. ‘Maar ik zou zonder doen, we zouden die niet meer gebruiken’, protesteerde ik half huilend. ‘Maar soms is het nodig om even een cirkel te doorbreken, gun jezelf even een goede nachtrust’, antwoordde ze.

We spreken verder over de emoties die zo hoog zitten, de angst dat ik anderen daar te veel mee belast, dat de rek er dan uit gaat. En uiteindelijk loop ik de kamer uit met een recept ‘nachtrust’ en de woorden: ‘mail of bel zoveel als nodig is, hier kun je oefenen’. En ‘ik ben trots op je, dat mag je zelf ook zijn’.

En zo sta ik weer buiten, opgelucht, de wielen zijn weer even even voldoende ‘opgelapt’ om er tot de volgende keer weer tegen aan te kunnen. En wie weet is het dan de brandstof wel die aan verversing toe is.

boekentip bij deze blog