Terug van weggeweest


Met enige tegenzin, ben ik uit mijn bubbel gekropen. Een bubbel die ‘opname’ heette, waar het veilig was en waar andere regels en wetten gelden dan buiten de bubbel, ‘het gewone, normale leven’.
In mijn bubbel was het goed. Tegelijkertijd was het lijden zeer groot, de afgrond diep, het paadje heel donker. Maar altijd was er een helpende hand, een luisterend oor, iemand die heel dichtbij kwam en me meevoerde. Zo bleef het altijd veilig voelen, ook op de heftigste dieptepunten.

Sondevoeding, wat een drama. Maar wat waardevol. De sonde bleef doordruppelen, ook als ik me niet goed voelde, ook als ik bang was, ook als ik verdrietig was. Daardoor moest ik wel praten, gebruik maken van alle lieve hulp die mij aangeboden werd. De verpleegkundigen die steeds maar weer veel tijd voor mij hadden. De psycholoog die meerdere keren per week langskwam. Kilo’s gezondheid werd ik rijker.

Weer zelf eten en drinken. Wat moet ik veel van het geduld gevergd hebben van de verpleging. Meer dan anderhalf uur doen over een glaasje sap, volledig in paniek omdat het echt te eng was. Maar slokje voor slokje en hapje voor hapje durfde ik steeds meer.
De sondevoeding kon worden afgebouwd. Tot ik het weer min of meer zelf kon. Van het medisch centrum door naar de kliniek. Opeens moeten functioneren in een groep. Maar het lukte me, weer omdat iedereen lief en aardig voor me was. Als de spanning teveel opliep, was daar binnen tien seconden aandacht voor. Groepsgenootjes en sociotherapeuten bleken allemaal een antenne voor spanning te hebben. Elkaar helpen en bijstaan. Het niet meer alleen hoeven doen. Samen kunnen we alles.
Zoveel meer krachtiger kon ik de kliniek verlaten.

En wat valt dat nu tegen. Het gewone, normale leven waar iedereen het gezellig heeft, waar iedereen van lekker eten houdt, waar gewoon doorgegaan wordt. Wat ben ik dan kwetsbaar. En als de spanning nu oploopt, loopt de spanning op. Vriendinnen hebben geen tijd, bellen volgende week wel terug, zij zitten in hun eigen mallemolen.
Ik mis de aandacht, het nabespreken van het eten, het mogen laten zien dat het moeilijk is.
Het is goed en fijn om weer thuis te kunnen zijn. Maar het is een hele klus om het goed te laten verlopen. Bij de huisarts vanmorgen bleek ik in vier dagen thuis toch behoorlijk te zijn afgevallen. Dat mag niet. Nooit meer. Ik moet het weer oppakken. Iedere dag opnieuw. Hoe vermoeiend mijn strijd ook is. Het moet. Het zal. En ik weet dat ik het kan.

4 Comments

  1. Welkom terug, visje! Ik vind het zo onwijs dapper dat je die opname hebt gedaan! Diep respect daarvoor. Ik wens je heel veel kracht en liefs toe voor nu in de ‘wereld buiten’.

  2. Greet

    Lotgenoten zijn zeer belangrijk. Mensen die je angst en overwinningen snappen. Of je nu moeite hebt met eten, of net een hartaanval hebt gehad, of een niet-hippe ziekte hebt.
    Sommige mensen beseffen niet dat zij ooit ook in een positie komen dat ze een beroep op anderen moeten doen…jammer.

    Is er online een lotgenotengroep, bv op facebook ofzo?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.