Terug naar de GGZ

De kogel is door de kerk: ik ga hulp zoeken. De afspraak bij mijn huisarts om te praten over een doorverwijzing is gemaakt. Zeggen dat ik daar weinig zin in heb, is een optimistische formulering. Ik knaag nog liever mijn eigen hand af dan dat ik aan mijn huisarts ga toegeven dat ik hulp nodig heb. Maar ik moet wel. Het alternatief – nog meer jaren aan mijn twaalf jaar eetstoornistijd toevoegen – vind ik nóg minder aantrekkelijk.

Dus ik ga hulp zoeken. De eerste hobbel is genomen: ik ga naar de huisarts. Dan wordt het tijd voor de volgende: de wachtlijst. En als ik érgens chagrijnig van word, is het wel van wachtlijsten. Daar heb ik een piepklein traumaatje van.

Dat zit zo. De vorige keer dat ik hulp zocht, kwam ik op mijn tandvlees aan bij de huisarts. Of ze me alsje-, alsje-, ALSJEBLIEFT door kon verwijzen naar GGZ-instantie X. Ze verwees me door naar de eetstoornisafdeling van de instantie en verwachtte dat ik met een week of zes wel wat gehoord zou hebben. Toen dat niet gebeurde, belde ik wekelijks en takelde ondertussen steeds verder af. Een paar weken later kwam ik maar weer naar de huisarts, zo suïcidaal als de takken en enorm toe aan een hoog flatgebouw. Ze verwees me door naar de stemmingsafdeling van instantie X. Misschien konden ze me daar helpen met mijn emotionele warboel, terwijl ik ondertussen wachtte tot de eetstoornisafdeling tijd voor me had.

Dat heeft acht maanden geduurd. Acht. Maanden. In die tijd had ik twee afspraken voor intakes, die door hen steeds afgezegd werden wegens ziekte. Kan niemand wat aan doen natuurlijk, maar het zuigt. Met de moed der wanhoop was mijn behandelaar op de stemmingsafdeling alvast begonnen met wat in dat eetstuk te porren. Dat ging enigszins redelijk, maar we waren allebei erg blij toen ik eindelijk op intake kon bij de eetstoornisafdeling. Je gaat van een vis tenslotte niet leren fietsen.

Ik had nog geen drie gesprekken gehad op de eetstoornisafdeling, of ik donderde de diepe put van de depressie in. Leven was nauwelijks nog te doen, en eten dus ook niet. Dat leidde tot een opname en medicatie. Het was de beste keuze van mijn leven, want daardoor ben ik waar ik nu ben. Maar in die enorme storm van Grote Veranderingen En Verbeteringen is er iets misgegaan op eetgebied. Het ging beter met eten, want het ging met álles beter. Dus rondden mijn eetstoornistherapeut en ik de behandeling af. En een paar maanden later, toen het stof in mijn leven weer was gaan liggen, bleek er eigenlijk weinig veranderd. Ja, ik vond mezelf nu een leuk en waardevol mens. Maar ik ging er geen hap meer door eten.

Dus nu weer in therapie. Bij een andere instantie, ik ga me aanmelden bij gespecialiseerde instantie Y. En wat voelde het als falen dat ik na 638 jaar aan therapie wéér terug naar de GGZ moet. Maar daar heb ik me overheen gezet. Als ze nu diabetes bij me ontdekken, zeg ik tenslotte ook niet: nee, ik hoef niet naar een specialist want ik brak vorig jaar mijn been en toen wás ik al in een ziekenhuis. Als het moet, dan moet het.

Ongeveer 50 procent van de mensen met een eetstoornis herstelt volledig. Als het een loterij was, had ik met zulke kansen allang een lot gekocht. Het wordt tijd om op mezelf te gaan wedden.

 

4 Comments

  1. You can do this! En ja, terug moeten/ willen/ gaan is niet fijn, maar het is blijkbaar nodig. Die wachtlijsten zijn belachelijk, heb er helaas ook zelf ervaring mee. Vreselijk! Ga ervoor, maar volgens mij doe je dat al.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.