Tram van binnen

Vijf minuten naar de tram

Ze was 21 jaar en woonde nog bij haar ouders. Na haar baantje in de nacht nam ze de tram naar huis. Twee jongens vielen haar in de donkere straat van achter aan. Ze renden weg met haar tas. Moeder

Angst of onrust: mag ik slapen?

Angst of onrust: Mag ik slapen?

Slapen jullie al? sla·pen (sliep, heeft geslapen) 1 de slaap ondergaan 2 niet waakzaam zijn; = suffen 3 tijdelijk buiten werking zijn: slapende (bank)rekening waarmee lange tijd niets is gebeurd 4 (van ledematen) tijdelijk krachteloos zijn en een tintelend gevoel