Sporten is mijn heroïne

“Eigenlijk moet ik vaker naar de sportschool,” zegt mijn collega terwijl ze haar broodje kroket naar binnen werkt. “En ook gezonder eten,” voegt zij er met volle mond aan toe. Jaloers kijk ik hoe zij geniet van haar lunch, terwijl ik kauw op mijn saaie salade. “En straks MOET ik mijzelf ook nog twee uur afbeulen in de sportschool”, denk ik en ik slaak een diepe zucht. Al twintig jaar vecht ik tegen mijn eetstoornis. Helaas is het net een virus, het muteert steeds tot een nog heftigere en moeilijker te behandelen versie.

Het lastige is dat mijn ziekte aanvankelijk gezond lijkt. Lekker sporten, niet snoepen, slank en gespierd worden. Helaas kan ik niets hiervan met mate: ik sla altijd door. Vol zelfvertrouwen schrijf ik mij iedere keer weer in bij de sportschool en houd mijzelf voor dat ik heus maar drie keer per week kan sporten. Al snel wordt dit – zoals altijd –  vier keer, vijf keer tot elke dag en op een slechte dag zelfs tweemaal. Mijn voorgenomen yoga-klasjes vervang ik al snel door calorie-killers als bodypump en spinnen. Een dagje niet sporten is inherent aan een paniekaanval. Ondertussen krijg ik van de sportschooldocenten het ene na het andere compliment: “Wat een discipline”. Wat een ziekte, denk ik dan.

Sporten gaat voor alles. Liever gewichten tillen dan een avondje uit met vrienden. De film? Nee! Ik moet spinnen. En heb ik een keer wat anders direct na mijn werk? Dan ben ik om 7 uur ’s ochtends op de loopband te vinden. Doodvermoeiend.

Vandaag ben ik super trots; ik heb mijn sportschoolabonnement met trillende vingertjes stop gezet. Even cold turkey afkicken. Ik verlang naar iets als Sportverslaafden Anonymous, zodat ik mijn sponsor kan bellen als ik snak naar hardlopen of wielrennen. Want, op de bank met Netflix is zonder steun amper vol te houden. Zenuwachtig ijsbeer ik door de kamer, drink de ene thee naar de ander en krab wat aan mijn voorhoofd. Was ik maar mijn collega, ietwat mollig, maar rustig, met haar kat, chips en een filmpje op de bank.

Lees ook:

  • Wanneer sporten een obsessie wordt

    Ik deed van jongs af aan al veel aan sport. Sporten was een essentieel onderdeel van de opvoeding bij ons thuis. Toen ik 5 en half jaar oud was, begon ik als klein meisje al te voetballen. Voor die tijd…