“Social Talk”… Ik leer het nooit.

Al drie jaar woont er een “nieuwe” buurvrouw naast ons. Ik weet niet hoe ze heet, ik ontloop haar systematisch.  Mijn nieuwe buurvrouw is een sociaal mens, ze staat van de vroege ochtend tot de late avond in haar keuken, het liefst met het raam open zodat ze met iedereen die voorbij loopt een kletspraatje kan aanknopen. Ik ontloop haar systematisch, ik ben niet zo’n kletser, ik ben niet zo’n sociaal dier en dan druk ik me nog voorzichtig uit.

In mijn hoofd heb ik veel antwoorden klaar voor de dag dat mijn buurvrouw mij groet en ik niet met een kort vluchtig knikje weg kan komen. In mijn hoofd heb ik een uitermate gezellig en sociaal verhaal klaar zodat ik kan doen alsof ik een “normaal” mens ben en het heel normaal is voor mij om een gesprek te voeren.

In mijn hoofd heb ik heel veel korte antwoorden klaar om gesprekken af te kappen zonder onbeleefd of onaardig over te komen. Ik ben eigenlijk op alle situaties voorbereid die denkbaar zijn. In mijn hoofd dan wel te verstaan… In werkelijkheid ontloop ik die buurvrouw al drie jaar en ik moet zeggen dat ik daar al aardig bedreven in geworden ben. Ik herken aan geluiden of haar raam open staat en ik wacht rustig een uurtje met weggaan tot ze haar raam gesloten heeft alvorens ik op pad ga.

Ik verzin sowieso mijn leven lang al vreemde dingen om mensen te ontlopen. Ik wandel rustig 5 kilometer om zodat ik niet hetzelfde pad als een bekende hoef te wandelen of ik stap vier haltes te vroeg uit de bus of tram zodat ik niet naast een kennis hoef te zitten in de het openbaar vervoer. Ik wacht rustig een half uur totdat die éne buurvrouw klaar is met ramen zemen zodat ik niet langs haar hoef te lopen of ik ga naar een supermarkt drie wijken verder weg zodat ik zeker weet dat ik niemand tegen kom die wil kletsen met mij. Ik vind het zelf geen probleem, mijn naaste familie vind het wel zonderling gedrag, maar ze zeggen er allang niks meer van.

Vandaag liep ik met mijn zoon naar de tramhalte. Het regende, we liepen snel door. We  wilden, volkomen tegen onze gewoonte in, gaan schuilen onder het afdakje van de tramhalte. Dat doen we nooit, we staan nog liever in de stromende regen dan dat we ons tussen de mensen begeven. Maar om de één of andere reden gingen we vandaag onder het afdakje staan. Er zat maar één mevrouw, het was rustig, dus we namen de gok.

Terwijl we in het hoekje van het tramhuisje gaan staan kijk ik vluchtig opzij naar de dame die daar zit te wachten. Eén vluchtige blik. De dame zit in haar tas te rommelen en terwijl ik wegkijk, kijkt de dame op uit haar handtas. Ik kijk terug, midden in het gezicht van mijn buurvrouw. Op de één of andere manier sla ik op dat moment helemaal dicht. Ik had allemaal gesprekken bedacht maar die waren wel bedacht vanuit het idee dat ik ze voeren moest terwijl ik langs haar keukenraam wilde lopen, waar zij de halve dag uithangt. Ik had allemaal korte vluchtgesprekken, maar die waren wel bedacht vanuit het idee dat ik haar wilde ontwijken bij het halen van mijn post of als ik haar tegen zou komen op de trap. Geen van die verhalen of gesprekken kon ik voeren bij een tramhalte.

Ik kijk haar aan, ik staar te lang, dat voel ik zelf ook wel. Maar ik kan mijn blik niet meer afwenden, omdat mijn hersenen volkomen in paniek op volle toeren aan het nadenken zijn wat ik moet zeggen. Een simpel “goedemorgen” of een gewoon “hallo” komt niet in me op. Ik zie de lippen van mijn buurvrouw bewegen, zij zegt duidelijk wel iets tegen mij maar ik heb geen idee wat en ik reageer dus ook helemaal niet op haar woorden. Ik weet compleet niet wat ik met de situatie aan moet. Ik kan de buurvrouw ook niet echt plaatsen bij de tramhalte. Ik ken haar als “de buurvrouw” en daar hoor ik haar dan ook tegen te kunnen komen. Mijn hersenen draaien overuren, ze draaien door.

Om de situatie nog wat pijnlijker te maken, besluiten mijn hersenen dat ik mezelf maar beter kan omdraaien en het elektronische informatiebord moet bestuderen. Ik draai de buurvrouw dus letterlijk mijn rug toe. Waarom lukt het toch niet om gewoon “hoi” of “hallo” te zeggen of om desnoods een knikje te geven dat ik haar gezien heb? Waarom moet ik zo vreemd reageren?

Gelukkig zegt mijn zoon, die ook compleet geen sociale skills heeft en de buurvrouw niet eens herkend heeft, op dat moment dat de tram er aan komt. Ergens vind ik de kracht om met een rare grimas op mijn gezicht “zo dat is snel…” te mompelen naar mijn buurvrouw. Daarna draai ik me weer om en loop met mijn zoon naar de allerachterste instapmogelijkheid van de tram, de buurvrouw op alle mogelijke manieren vermijdend.

Nu blijft het natuurlijk door mijn hoofd spoken, het houdt me keer op keer bezig. Dat akelige ongemakkelijke gevoel dat ik mezelf weer eens voor joker heb gezet. Die “awkward feeling” die ik al zo vaak heb gevoeld. Bijna al mijn “sociale” momentjes, vanaf mijn vroegste jeugdherinneringen, gaan gepaard met dat ongemakkelijke gevoel. Ik lig er ’s nachts van wakker, voel mijn buik samentrekken als ik aan die momenten denk, krijg spontaan zweetaanvallen en paniek als ik het op mijn netvlies zie branden.

Ik leer het nooit, hoe hard ik ook mijn best doe: ik zal nooit spontaan een gesprek kunnen voeren.

One Comment

  1. Heel mooi geschreven.. ik voel bijna de ongemakkelijkheid van de situatie.. wanneer het slecht met me gaat , schiet ik op zo’n moment in een soort automatische piloot, op zo’n moment fijn, want dan lijkt het in ieder geval ‘normaal’.
    Maar wat snap ik je behoefte aan het kunnen doen van ‘small talk’..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.