Schrijven over angst

Schrijven over angst

Een ieder is weleens bang. Bang voor een nieuwe schooldag, een sollicitatiegesprek, een eerste date en ga zo maar door. Angst is goed; het zorgt dat je alert bent in situaties. Maar bij mij beheert angst (vaak) een groot gedeelte van mijn leven. Ik vind het lastig om erover te praten, want ik heb jaren mijn mond stilgehouden. Ik heb mijn angsten ook nooit serieus genomen of als het grootste probleem gezien, maar inmiddels weet ik wel beter.

Het begon eigenlijk al toen ik heel klein was. Ik durfde vroeger nooit naar zwemles. Dat was voor mij echt de grootste angst in mijn leven. Dagen van tevoren huilen als ik wist dat ik weer moest. Ik durfde niet naar school en was extreem bang, maar dan ook extreem bang, voor spreekbeurten en boekenbeurten. Ook hoopte ik dat docenten mij nooit de beurt in de klas zouden geven. Ik durfde nooit mijn huiswerk niet of onvolledig te maken.

Eenmaal op de middelbare school kreeg ik last van paniekaanvallen. Ik heb dit nooit doorgehad tot jaren later. Ik vroeg me af wat ik had en wat er mis met mij was. Ik was ontzettend bang voor de middelbare school. De vakantie voor de middelbare was ik ziek en continu bang dat ik moest overgeven. Ik had hartkloppingen en moest mezelf meerdere keren per dag rustig zien te krijgen door in en uit te ademen en te tellen. Ik dacht gewoon dat ik gek was. Ik wist dat er iets niet klopte, maar ik durfde er met niemand over te praten en nog altijd heb ik dit niet echt gedaan.

Toen ik me eenmaal een beetje op mijn plek begon te voelen op de middelbare school ging het wel. Voorheen had ik meerdere keren per dag zo’n aanval. Tijdens school. Ik zie mezelf nog zo zitten in de klas. Bang om flauw te vallen of over te geven. Hartkloppingen om bang van te worden en paniekgedachtes in mijn hoofd. Ik dacht dat het faalangst was, maar waarvoor. Ik durfde niet de klas in. Het was afzien, iedere dag weer.

Nog altijd kan ik niet omgaan met nieuwe situaties. Ik durf op mijn werk niet meer om bepaalde tijden te werken omdat ik weet dat ik dan dingen moet doen waar ik in zou kunnen falen. Ik durf niks te doen waar verantwoordelijkheid bij hoort. Maar helaas hoort bij iedere dag verantwoordelijkheid. Ik durf niet naar school, want daar zal ik mezelf weer moeten bewijzen. Ik zal weer falen. Ik zal stomme dingen doen of zeggen; en ik weet het mag, want we moeten leren van de fouten, maar ik zal die fouten eeuwig verwijten tegenover mezelf. Ik zal mezelf haten voor wat ik heb gezegd of gedaan.

Het gaat goed de laatste tijd, maar dat is simpelweg omdat ik geen verantwoording heb. Ik ben alleen thuis. Ik hoef niemand te zien. Ik moet alleen zorgen dat mijn katten eten en drinken krijg en dat ik voor mezelf zorg. Ik denk vaak dat ik de hele wereld weer aankan, maar dan besef ik dat de echte wereld straks pas weer begint. School, werken, vriendschappen en al die dingen zullen weer komen. Ik kan het niet. Ik kan die verantwoording niet aan. Ik ben een slappeling.

Zoveel angst de hele dag door. Bang voor plaatsen waar het ooit mis is gegaan. Bang om naar buiten te gaan. Bang om aan sociale activiteiten deel te nemen. Ik ben gewoon continu bang. Zo bang dat ik niet eens hulp durf te zoeken voor het bang zijn en het verdrietig voelen. En voor de buitenwereld een grote mond. Vaak krijg ik te horen dat sommigen iets van mijn karakter zouden willen; want ik ben altijd zo open, eerlijk en heb mijn mening vaak wel klaar, maar achter die grote mond zit zoveel angst.

En een ieder doet iets om die angst te verdoven…