Ruzie-angst

“Zie je wel, zo zorg jij er dus voor dat mensen tegen je gaan liegen!”

Zijn woorden slaan in als een bom. Ik moet weg. Weg van hem. En wel zo snel als ik kan. Hij is al precies zoals de rest. Hij houdt niet van mij, zie je wel, hij liegt. Hij liegt ook!

“Dan ben je toch lekker niet eerlijk tegen me, ben ik wel gewend.” Snauw ik terug.

Ik vlucht naar boven. Duik mijn bed in. Ik wil rust. ‘Het doet me niks. Ik laat me niet raken. Het doet me niks, ik ga gewoon slapen, zijn verlies.’ zeg ik tegen mijzelf. Maar de tranen stromen over mijn wangen en mijn kussen is ineens zeiknat. Het raakt me wel. Heel erg zelfs.

Ik zat al de hele dag niet lekker in mijn vel, maar deed mijn best om hem er niet mee tot last te zijn. Ik ben dan wat stiller. Ik ben lichtgeraakt. Ik kan weinig hebben. Maar ik zorg ervoor dat hij er geen last van heeft. Dus ik trek mij terug in mijzelf. Ik vind mijzelf dan helemaal geen leuk mens, maar ik vind alles beter dan ruzie. Tegen de avond ben ik er zo moe van dat ik even niks meer kan hebben. En dat vind hij dan weer lastig.

“Je daagt me gewoon uit, je zit ruzie te zoeken.” Zei hij.

“Tuurlijk, super tof. Vind ik leuk, lekker ruzie zoeken.” Antwoordde ik sarcastisch.

Spanningen binnen mijn relatie triggeren me. Het geeft me een vreselijk gevoel als de situatie dreigt te escaleren. Ik ben doodsbang voor ruzie. Ruzie is in mijn brein gekoppeld aan boosheid en boosheid is gekoppeld aan bedrog en verlating. Ik ben boos van binnen, heel boos. Niet op hem, maar wel op iedereen vóór hem.

Christiaan, Jens, Freek, Mike en Daan.* Allemaal gingen ze vreemd. Ze lagen gewoon te neuken met andere vrouwen als ik aan het werk was. Ze zoenden met meiden op de voetbalclub, terwijl ik ons huis schoonmaakte. Er werd tot diep in de nacht gebeld of geappt met andere meisjes, terwijl ik lag te slapen. Een vreemde vrouw sliep in mijn bed als ik nachtdienst had. Meerdere. Vaker dan ik durf te denken. En telkens weer kwam ik er achter. Alle vijf de keren. Dus ik maakte het uit. Keer op keer. Iedere keer dat ik er aan terug denk moet ik bijna kotsen van boosheid.

“Laat me nou maar even met rust” zei ik nog. Maar ik was blijkbaar niet duidelijk genoeg.

Op dat moment wist ik ineens zeker dat hij ook bij me weg zou gaan. Want niemand vind mij leuk als ik lastig ben. Dan gaan mensen dus weg. Omdat ik uitdaag. En ruzie zoek. Ik ben een naar mens. Hij is vast al met die andere vrouw aan het appen. Vijf minuten geleden zaten we nog verliefd op de bank. En nu gaat hij weg. Ik ben er van overtuigd. Hij liegt tegen me. Alweer. Het is niet de vraag of het zo is, maar wanneer ik er achter kom.

“Je sluit je voor me af. Vroeger als mijn ex zo deed vond ik dat altijd heel vervelend”.

Aha daar heb je het al. De ex. Een andere vrouw.

“Altijd weer die ex van jou, wanneer houdt dat nu eens op, met die kut ex.’

“Zie je wel, zo zorg jij er dus voor dat mensen tegen je gaan liegen. Jij neemt alles veel te persoonlijk. Ik zal wel niks meer zeggen over mijn verleden, ik los het zelf wel op.

Dit was het hele gesprek. Ongeveer tien hele zinnen. En mijn wereld staat op z’n kop. Ongelofelijk. Mijn liefdesleven hangt ineens aan een zijden draadje. Een half uur lang lig ik in mijn bed, ik en mijn razende gedachten. De meest negatieve scenario’s komen voorbij. Het gesprek gonst na in mijn hoofd. Ik word heen en weer geslingerd tussen angst gedachten en extreme boosheid. Het komt als golven. Ik heb geen controle. Ik ben overgeleverd aan mijn emoties. Ik vind mijzelf echt heel zielig. Want ik doe zo enorm mijn best om het goed te doen, en steeds weer krijg ik de schuld. Of straf. Of een mes in mijn rug. Ik voel hoe mijn hart open scheurt, ik voel alles wat er gebeurd is. Ik kan niets doen. Ik ben als een lappen pop in de golf die mij kapot smijt tegen de rotsen. Ik overweeg om zelf zijn spullen te pakken zodat het snel klaar is. Want als hij dan toch weg gaat, dan maar beter direct.

En dan staat hij ineens bij me. Hij komt op het bed zitten. Vraagt me of ik nog wil praten. Ik huil heel erg. Hij knuffelt me. De angst komt nog even terug. Het voelt zo fijn als hij bij me is. Hij mag niet weggaan. De tranen stromen, harder dan ooit. Ik moet er van hyperventileren. Hij is bij me en zegt dat het niet erg is. Hij is er voor me. Ik mag bang zijn en boos zijn en verdrietig zijn.

“Sssst, lieverd niks aan de hand, ik heb er geen moment aan gedacht om weg te gaan.”

Ik wist één moment geleden nog zeker dat dit het einde zou zijn. Maar hij is er. Hij blijft. Tot ik weer kalm ben. En dan praten we over onze pijn en onze triggers, tot diep ik de nacht. Tot dat de storm is gaan liggen. Dit is geen einde, dit is het begin. Het begin van vertrouwen.

* De namen in deze blog zijn gefingeerd.

4 Comments

  1. Pfoeh, prachtige blog. En enorm herkenbaar. Als er ruzie is, of ik denk dat de ander weggaat dan voelt dat echt alsof de grond onder mijn voeten vandaan wordt geslagen en ik een grote slok ijswater op heb. Helemaal verstijfd in doodsangst. Rot is dat altijd. Mooi geschreven. <3
    Rivka onlangs geplaatst…Kerst, we moeten pratenMy Profile

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.