Rouw ik wel zoals het moet?

Rouw je daar nou nog steeds om?”

Ik schrok. Zo’n tien seconden geleden was ik nog gezellig aan het eten met een vriendin, maar nu had ik het gevoel dat ik mezelf moest verdedigen. Het is namelijk al bijna twee jaar geleden dat mijn moeder overleed, maar ik rouw er nog om. Niet elke dag, niet altijd meer met de fysieke pijn die je dan voelt, maar rouwen doe ik nog. Dus antwoordde ik zoals ik altijd doe: “Ja, nou ja, soms wel, het ene moment meer dan het andere moment.” Met “maar ik denk dat dat hoort” er snel achteraan. Een antwoord zoals ik denk dat de buitenwereld het verwacht. Niet te ingewikkeld en binnen de kaders van normaal. Zodat je er niet te diep op in hoeft te gaan en snel door kan gaan naar een ander onderwerp. Ik maakte het kleiner dan het is, want binnen in mij gaan de straffende en veeleisende ouders alweer te keer dat ik om aandacht vraag, dat ik het niet goed doe en dat ik weer de sukkel ben die hier nog steeds om rouwt.

De straffende ouder en de veeleisende ouder hadden weer hun voeding gehad. De hele week bleven ze erover doorgaan. “Zie je wel, dit doe je niet goed. Je vraagt om aandacht. Je moet rouwen zoals een normaal mens, je doet het verkeerd.” Een kleine greep van de dingen die ze zeiden. Ik ga erover twijfelen, doe ik het echt niet goed? Hoort rouwen dan niet zo? Ik weet dat de onthechte beschermer mijn gevoelens vaak blokkeert, maar soms, heel soms voel ik het gemis wel echt. Dan laat ik een heel klein stukje van mijn kwetsbare kind toe, maar dat mag ik dan weer niet aan iemand laten zien. En terwijl de straffende en veeleisende ouder het nu onacceptabel vinden hoe ik rouw, zorgen zij er juist voor dat mijn kwetsbare kind niet achter die metershoge muur vandaan durft te komen. Daar zit ze veilig en kunnen die opmerkingen haar maar half raken.

Ik wil soms echt dat er een handleiding is voor rouw, hoe het moet, zodat ik kan controleren of ik het goed doe. Dat ik er wat van kan zeggen als iemand zo’n vraag stelt, zonder het idee te krijgen dat ik mezelf moet verdedigen of het idee krijg dat ik het niet goed doe. Zonder dat die straffende en veeleisende ouder dit zien als een punt waarop ze me kunnen pakken. Maar die handleiding is er niet, omdat iedereen het heel cliché op zijn eigen manier doet. Het is maar goed ook dat het er niet is, anders hadden mijn straffende en veeleisende ouders dat ook weer tegen me kunnen gebruiken.

Maar nu kan ik als gezonde volwassene tegen mezelf zeggen: Mijn moeder is pas twee jaar dood en het is oké dat ik daar nou nog steeds over rouw.

Lees ook:

  • Meisje met opa

    Daar zit hij dan. Mijn lieve, grote, sterke opa. Althans, dat is wat hij was. Er is nu niet veel meer van hem over. De kanker heeft hem opgevreten en uitgemergeld. Met wat er van hem over is, zit hij…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer