Roepende apen

Een van de eerste dingen die je leert wanneer het over ACT (Acceptance and Commitment Therapie, je spreekt het uit als ‘act‘, als in ‘action‘) gaat, is dat je brein een verhalenverteller is. Je kan je hoofd en je innerlijke stem(men) vergelijken met apen die de hele dag door maar van alles naar je roepen. 

Het duurde bij mij een tijdje voordat ik de belangrijkste verhalen in mijn hoofd duidelijk had. Het zijn er namelijk nogal wat, die steeds opnieuw weer terugkomen en soms enorm op elkaar kunnen lijken. Waar ik eerst dacht dat ze vooral sloegen op mijn ziek zijn en op mijn lichamelijke klachten, heeft therapie mij doen inzien dat deze zinnetjes er voor veel meer dingen zijn. Ze waren er toen ik gepest werd, toen ik traumatische ervaringen verwerkte, toen ik vol faalangst naar mijn schoolwerk keek… Vaak kan ik me nog precies herinneren wie het zaadje voor een verhaal in mijn hoofd heeft gepland. Hieronder neem ik je graag mee in deze verhalen in mijn hoofd: mijn wirwar van roepende apen.

De grootste en belangrijkste verhaallijn begint altijd met “Stel je niet aan!”. Ik denk dat veel mensen deze verhaallijn wel zullen herkennen. Ik weet mij in ieder geval nog levendig voor de geest te halen dat ik eerder door mijn enkel was gegaan en vervolgens mijn gymlerares hoorde roepen dat ik mij niet zo moest aanstellen: ik moest gewoon van de bok af springen. Of dat ik toch wat harder moest rennen – dat kon ik anders immers ook!

Een zin die mijn sportcoaches vaak gebruikten was “Je kan het toch niet.” Of, “Dat lukt je niet.”. Er zit een uitdaging in die stem, een vraag om het tegendeel te bewijzen, maar omdat ik ze al zo vaak heb gehoord, zo vaak heb geprobeerd en vervolgens faalde… zet het mij helemaal niet meer aan om dat ene tandje bij te zetten, maar doet deze verhaallijn mij verstillen.

Wat ik me vervolgens afvraag, en wat veel mensen zich hardop met mij hebben afgevraagd is “Kan je het écht niet?” Wanneer ik aangaf dat ik pijn had, iets niet kon, werd dit altijd nog extra geverifieerd. Alsof mijn woord niet voldoende was. Of, zoals een klasgenoot zei toen ik voor de zoveelste keer een onvoldoende haalde “Je moet gewoon beter je best doen. Iedereen kan een 9 halen, het gaat er om hoeveel werk je er in stopt.” Die klasgenoot had natuurlijk geen gelijk – dat werd wel bewezen met al het werk dat ik samen met mijn docent stopte in het leren van de onregelmatige Engelse werkwoorden… waar ik ook de vierde week nog een onvoldoende voor haalde. Soms mag je op jezelf vertrouwen dat je iets (nu) niet kan. Een marathon rennen is immers ook niet voor iedereen weggelegd; maar toch… Ik kan nu 8 minuten pijnvrij lopen, misschien dat het mij met voldoende doorzettingsvermogen toch kan lukken?

Omdat zo veel (onrealistische) dingen me gewoon niet lukken, denk ik ook wel eens “Je bent gewoon stom.” Of, nou, de namen in mijn hoofd klinken wat minder vriendelijk, maar hierin zit nog een extra kern van waarheid: wanneer deze verhaallijn op de voorgrond staat, krijg ik namelijk daadwerkelijk moeite met spreken. Het heeft alles te maken met mijn eigenwaarde en de ruimte die ik inneem. Ik weet van mijzelf dat ik erg gevoelig ben voor gedachtes die mijn zelfbeeld omlaag brengen, maar ik had nooit verwacht dat de eigenwaarde die ik in mijn tienerjaren dankzij therapie heb kunnen opbouwen, zo gemakkelijk weer onderuit gebracht zou kunnen worden door het systeem waar je als chronisch zieke in terecht komt. Ik heb zo vaak gehoord dat ik niet ziek genoeg ben, of juist te ziek voor specifieke hulp, maar ik heb ook gehoord dat specifieke onderzoeken te duur zouden zijn en ze daarom niet worden uitgevoerd – zelfs al zouden ze mijn kwaliteit van leven verbeteren. Door al deze ervaringen, vind ik zelfs het volgen van therapie lastig. Mijn psycholoog zou immers in de tijd dat ze mij spreekt, ook iemand anders kunnen spreken. Iemand die wél van waarde is voor onze maatschappij. Waarom ben ik dan zo egoïstisch om toch tegenover mijn psycholoog te gaan zitten en vervolgens niets uit te kunnen brengen? Juist.

Als ik zo stil val, maar ook op andere momenten, komt de verhaallijn “Doe toch gewoon normaal.” langs. Ook deze zullen velen van jullie herkennen, want hij kent vele vormen. Ik heb hem vaak gehoord als ik ergens strompelde van de pijn, of iets zei in een gesprek wat al drie onderwerpen verder was gegaan. Nu hoor ik hem vaak als ik specifieke manieren van coping toepas. Wanneer ik mij onveilig voel, ga ik automatisch wiegen. Wanneer ik veel spanning ervaar, is er altijd wel een lichaamsdeel wat (bewust of onbewust) gaat trillen. Mensen weten er echter altijd een onaangename opmerking over te maken.

Wanneer ik slecht in mijn vel zit, neemt de gedachte “Het is je eigen schuld” tegenwoordig vaak de overhand. Dit is vaak een overkoepelend verhaal waarin alle eerdere verhalen langs kunnen komen. Ik realiseer me dankzij therapie steeds beter waar deze gedachte vandaan komt: toen ik vroeger gepest werd, kreeg ik te horen dat ik mijn gedrag moest aanpassen en dat het pesten mijn schuld was. Dat ik geregeld val en geblesseerd raak, dat is vanzelfsprekend ook mijn eigen schuld. Dat ik ziek ben, zelfs dat is mijn eigen schuld; toen de arts in gebrekkig Engels de verkeerde antibiotica uitschreef, had ik dubbel moeten checken of ik daar niet allergisch voor was.

Dat ik nu bij mijn psycholoog loop en op dit moment eigenlijk niet kan werken aan acceptatie, maar vooral bezig ben met verwerken, ook dat is mijn eigen schuld. Maar hier begint ook het laatste verhaal. Want is het wel erg dat het mijn schuld is dat ik nu bezig ben om mijn verleden te verwerken? Is het wel zo erg dat ik haar tijd inneem, in de hoop dat mijn leven dan wat aangenamer wordt? Het laatste verhaal zie ik soms voor mij als een knuffelaap die lieve dingen zegt (of, specifiek: als Faun de boomkwiet uit De Elfenkoningin van Shannara). Het is een klein beestje dat aan je been komt hangen en je niet meer los wilt laten, zelfs niet als alle andere verhalen schreeuwen om het hardst. Dit verhaal is nog klein, maar heeft soms de stem van mijn vroegere faalangstleraar, van mijn oud-psycholoog of van een van mijn hulpverleners nu. Het is een aapje dat zijn aanwezigheid niet opdringt, maar er gewoon rustig is. Het aapje is nog jong, maar krijgt dankzij mijn nieuwe therapie wel de mogelijkheden om op te groeien. En soms hoor ik hem zeggen, zonder stress of drukte en volledig gemeend: “Het is allemaal oké.”

Lees ook:

  • Ik ontrafel de chaos

    Ik schuif het schrijven van deze blog al een tijdje voor mij uit. Er zijn een paar redenen waarom ik het moeilijk vind. Ik weet niet precies hoe ik het zo moet schrijven dat het een duidelijk verhaal wordt. En ik…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer