meisje op bed

Roepen om een moeder

“Mamaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!!” krijst mijn hoofd. Ik lig in bed, ik heb de griep. Ik voel me lamlendig en verlang naar mijn moeder. Iets wat veel volwassen mensen stiekem nog wel hebben als ze ziek zijn, denk ik.

“Mamaaaaaaaaaaaa” dus. Het doet pijn om aan haar te denken. We hebben al jaren geen contact meer. Vaak denk ik ‘het is beter zo’. Maar op dit soort momenten mis ik haar.

“Je moet aan jezelf geven wat je van je moeder nodig zou hebben gehad” zeggen ze toch altijd? Ik probeer het. Met mijn wazige, zieke hoofd probeer ik mezelf geruststellend toe te spreken. “Het is oké, ga maar lekker liggen, ziek maar lekker uit.” Het effect is matig.

Ik herinner me hoe ik heel vroeger was gevallen en hoe ze me toen op schoot nam. Hoe veilig dat voelde. Maar ik herinner me ook later, toen ze er niet meer voor me kon zijn. Hoe ik die warme armen weer verwachtte, of er misschien vooral op hoopte. Hoe ze niet kwamen.

Ik voel me met terugwerkende kracht zo koud en alleen. Ik beeld me in wat ik voor mezelf gedaan zou hebben gedaan in die situatie van vroeger. Iets totaal anders dan er gebeurde, dat staat vast. Ik word boos. Ik word verdrietig. Ik begrijp niet zo goed hoe haar intuïtie het zo kon laten afweten. Hoe het mogelijk was dat ze niet meer voor me kon zorgen.

Al deze gedachten en gevoelens razen door me heen. Het doet onvoorstelbaar veel pijn en is vele malen erger dan de griepsymptomen. Ik prevel zachtjes voor me uit. “Mama mama mama.” Ik antwoord mezelf zachtjes: “Ze komt niet meer terug, Sam. Je moet het zelf doen.” Ik voel me zo koud vanbinnen.

Het is moeilijk om aan mezelf uit te leggen dat er niemand meer gaat komen om me te troosten. Natuurlijk kunnen andere mensen me ook kopjes thee komen brengen of een aai over mijn bol. Maar die unieke warmte die een moeder kan geven, die zal ik nooit meer krijgen.

“Geef het aan jezelf, Sam, dat is veel duurzamer”, fluister ik mezelf toe. Ik krijg het niet aan mijn verstand gepeuterd. Iets in mij wil niet aanvaarden dat dít het is. Dat deze leegte, dit zwart, deze eenzaamheid voor altijd een stukje van mij zal zijn.

Ik weet namelijk niet of je écht kan leren leven met je ouders niet meer zien. De wetenschap omarmen dat we allemaal ons best hebben gedaan, maar dat het niet lukt, voelt als een vrije val naar een onbekende bestemming. Ik voel wel dat het tijd is om te vallen. Ik wil niet op mijn tachtigste nog steeds liggen jammeren om mijn moeder. Maar wat wil ik dan wel?

Ik wil leren leven met het verdriet. Ik wil mezelf leren troosten. Want als ik roep op mijn moeder, krijg ik tegenwoordig alleen nog maar antwoord van mezelf. “Het is oké, Sam, je bent veilig”, zeg ik mij voor de zoveelste keer. Op een dag zal ik begrijpen dat de relatie met mezelf het meest duurzaam is.