Regels

Mijn hele bestaan is opgebouwd uit regels. Sommige logisch, zoals dat je in de supermarkt eerst betaalt voordat je naar huis gaat, anderen totaal zinloos. Regeltjes, regeltjes en nog meer regeltjes.

Ik moet bijvoorbeeld lief zijn, mag niet gemeen zijn tegen anderen. Ik mag me niet opdringen aan anderen. Als andere mensen praten, hou ik mijn mond. Ik mag niet laten merken dat anderen iets doen wat ik niet fijn vind. Ik moet netjes zijn in contact met anderen en niet te veel aandacht vragen. En emoties, vooral negatieve – angst, verdriet, boosheid – mogen nooit, maar dan ook nooit getoond worden.

Wat betreft eten heb ik weer een hele set extra regels. Alleen biologisch vlees, drie ons groente en drie stuks fruit per dag. Ik mag eigenlijk geen geraffineerde suiker. Chocola is slecht. Koekjes zijn slecht. Als ik met anderen eet, mag ik nooit meer eten dan de ander, het liefste zelfs minder. Ik mag niet te snel eten, zorgen dat ik mijn snelheid aan de ander aanpas. Ben ik alleen, dan moet ik minstens een kwartier over een maaltijd doen. Moet ik nog doorgaan?

Regeltjes dus. Allemaal regeltjes. Constant regeltjes die ik eigenlijk allemaal moet opvolgen. Dat is echter volledig onmogelijk, er zijn namelijk ook regels die tegenstrijdig zijn. Dat gaat dus niet en op sommige dagen kan ik dan ook volledig verstrikt raken in mijn eigen web van regels. Ik word boos op mezelf, scheld mezelf uit, als ik mezelf echt heel erg slecht vind, sla ik mezelf in mijn gezicht of bijt op mijn hand. Pijn voelen, lichamelijke pijn.

De regels zijn er overigens niet voor niets. Ze zijn er om mezelf soort van overeind te houden en allemaal valse overtuigingen die ik over mezelf heb onder de duim te houden. Ik ben namelijk dik en lelijk. Ik ben stom, gemeen, raar, anders, het niet waard om van te houden, eigenlijk zelfs het niet waard om te leven.

Daar valt niet mee te leven, maar ergens in mijn achterhoofd blijven al die dingen doorspoken. Ze zijn er constant en ik verwacht ook niet dat ze ooit helemaal weggaan. Maar ik hoop wel dat ik ze zo ver naar de achtergrond kan krijgen dat al die regeltjes niet meer zo nodig zijn. Dat ik niet, als ik ze overtreed, mezelf nog stommer vind. Dat er niet constant een streng stemmetje mee blijft draaien bij letterlijk alles wat ik doe.

Zelfs nu draait dat stemmetje mee, als ik deze blog zit te schrijven. “Wie zit er nou op dit geneuzel te wachten. Wat wil je hier nu helemaal mee bereiken? Aandacht? Dat verdien je eigenlijk helemaal niet.” Ga zo maar door.

Er zijn inmiddels heel wat dagen dat ik de refels makkelijker kan negeren, maar ook regelmatig dat het bijna niet te negeren is. Het wisselt. Als er dingen gebeuren die me raken, wordt het heftiger, als ik moe ben wordt het heftiger. Maar ben ik goed uitgerust, doe ik niet te veel, zorg ik goed voor mezelf, dan kan ik het aardig negeren en gewoon dingen doen die leuk zijn.

Rustig aan doen dus, therapie volgen, sporten, gezond eten en voldoende slapen. Geen stress. En proberen zo veel mogelijk te schrijven en erover proberen te praten. De regeltjes uitdagen, het stemmetje uitdagen en door letterlijk het tegenovergestelde te doen, ze buiten spel te zetten.

Pfff, wat een werk, ik zou er bijna moe van worden.

Lees ook:

  • pexels photo 190574

    "Nee, ik werk niet. Nee, ik heb niet gestudeerd. Ja, ik heb het vwo afgerond. Nee, ik werk en studeer niet omdat er een destructief motortje in mijn hoofd zit. Altijd. Schreeuwend. "MEER, BETER, MEER, BETER, NOG MEER, NOG MEER,…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer