Podiumangst

Ik heb me altijd onzeker gevoeld. Was ik wel lief genoeg, deed ik de dingen wel goed, vonden mensen me wel aardig? Ik vroeg me dit vaak af, deed enorm mijn best om goed genoeg te zijn. Toch was er één plek waar ik vrij was: op het podium, als ik zong.

Optreden

Vanaf kleins af aan zong ik veel en graag. Open podia, karaokewedstrijden, concoursen of gewoon de badkamer, de bolderkar of de begrafenis van een overleden huisdier; overal gaf ik een optreden. Als ik dat deed voelde ik me volledig in control, maar tegelijkertijd liet ik alles los. Ik was er wel, maar ook weer niet. Ik bevond me in de hemel, maar in die hemel was ik volledig present. Mijn lichaam werd licht, mijn hoofd produceerde geluksstofjes als een gek.

Het podium was de enige plek waar ik me onaantastbaar waande. Dat was van mij, daar was ik de baas. Daar wist ik exact wat ik deed, daar zou het nooit mis gaan. Op alle andere vlakken van mijn leven had ik dat gevoel niet, vandaar dat het zingen zo extreem belangrijk voor me werd. Ik was doodsbang het te verliezen, werd al panisch van een simpele verkoudheid. Het was mijn safe space, mijn veilige haven, mijn baken om me aan vast te klampen. Daarom was het conservatorium als vervolgopleiding ook een logische stap.

Ook daar werd ik voornamelijk bejubeld. Men voorspelde een grootste carrière en was het eens met mij: dat podium was mijn thuis. Eigenlijk ging optreden en zingen van nature, was het nooit echt een keuze. Alsof je op een rivier zit en gewoon maar met de stroom meegaat. Tot er een enorm rotsblok in het water bleek te liggen.

De dag dat het misging

Er was een optreden, er zouden heel veel mensen komen. Ik voelde me al de hele dag vaag onbehaaglijk, moe, ik had er eigenlijk niet zoveel zin in. Toch vertrouwde ik erop dat de ‘magie haar werk wel zou doen’. Mijn intuïtie zou zoals altijd wel weer de kop opsteken en me erdoorheen slepen. Ik had qua optreden wel voor hetere vuren gestaan.

Dus daar stond ik, op het podium, licht ongemakkelijk maar wel vol vertrouwen. Tot het ineens voelde alsof er een beschermlaag werd weggetrokken. Plotseling zag ik alle mensen zitten. Ik zag hun gezichten, hun ogen die op mij gericht waren. Ik voelde hun verwachting. Hoe ze dachten dat ik dat allemaal wel eventjes zou doen. En ineens besefte ik hoe kwetsbaar ik was. Dat iedereen naar me keek, dat iedereen dacht mij te gaan zien. Terwijl ik vanbinnen eigenlijk kapot was en weinig meer te geven had. Mezelf al heel lang niet meer écht liet zien. Ik projecteerde slechts een schim van wie ik allang niet meer was.

Mijn adem schoot omhoog, ik had het gevoel dat ik flauw zou vallen, ik moest drie keer per zin ademhalen. Zodra ik even pauze had, vloog ik de coulissen in. Daar belde ik iemand op die nooit opneemt, maar die tevens de enige was die mij zou kunnen helpen. Wonder boven wonder nam hij nu wel op, sprak hij geruststellende woorden.

Met lood in mijn schoenen maakte ik het concert af. Ik telde de stukken die ik zong, verlangend naar het einde van het concert. Op mijn tandvlees zette ik door, maar ik wilde eigenlijk niets liever dan wegrennen en mezelf verstoppen.

Achteraf kwamen de mensen op me af. Ze vonden het wederom prachtig, hadden niks gemerkt van mijn paniek. Ze prezen me de hemel in, precies zoals ik gewend was. Maar het deed me niets meer. Ik wilde alleen maar dat ze me niet zagen.

Podiumangst

Na dit voorval durfde ik in één klap niet meer op te treden. Iets wat bijna niet te doen was, aangezien ik op het conservatorium zat. Tijdens de weinige uitvoeringen die ik nog gaf, klopte mijn hart in mijn keel, was ik kortademig en zag ik er van tevoren intens tegenop. Uiteindelijk werd de podiumangst zo erg dat ik echt niet meer durfde. Ik had het idee dat ik dood zou gaan als ik op het podium stond, met al die starende ogen op me. Ik voelde me naakt en kleiner dan ooit.

Mijn veilige haven was veranderd in het hol van de leeuw. Zo voelde het althans. Nu besef ik dat er weinig kwetsbaarder is dan optreden, maar dat ik dat alleen nog niet helemaal doorhad. Ik liet wel zien wie ik echt was of dacht te zijn, maar kende mezelf nog niet door en door, had van heel veel dingen nog geen weet. Toen ik eindelijk doorkreeg hoe het psychisch met me gesteld was, wilde ik vooral wegkruipen. Niet alleen van het podium af, maar ook mijn dagelijks leven uit. Ik wilde in een stil hoekje op krachten komen. Ik voelde me ongepantserd, mijn huid leek van me afgestroopt te zijn. Het werd tijd om mezelf te leren kennen en opnieuw op te bouwen.

Leven zonder zingen

Inmiddels ben ik een aantal jaren verder. Jaren van therapie, pieken en dalen, tegen duizend muren oplopen, vallen en weer opstaan. Het was een ruige reis, die nog niet voorbij is, maar waarin ik al zo ongelooflijk veel heb geleerd. Ik kreeg mezelf langzaam terug, sloopte hier en daar inwendig een muurtje, legde een fundering, opende nieuwe deuren. Creëerde opnieuw bezigheden, sociale contacten. Het enige wat ik nog niet terug heb gekregen, is het zingen. Als ik daaraan denk, voel ik namelijk nog steeds de behoefte om me te verstoppen. Zelfs onder de douche zingen heeft een drempel gekregen.

Soms luister ik naar opnames van vroeger. Ik word er kalm van en een tikje weemoedig. En vind het soms wonderlijk om te beseffen dat ik in mijn leven misschien wel honderd keer op een podium heb gestaan, maar dat nu absoluut niet meer zou durven. Het voelt haast als een ander meisje, een ander leven.

Wie ben ik?

Als je ergens in uitblinkt is het makkelijk om daar continu de aandacht op te vestigen. In mijn geval bestond mijn hele leven uit zingen. Het was een favoriet gespreksonderwerp, al mijn vrienden zaten in de muziek. Toen ik er minder mee bezig was doordat ik zo bang was geworden, merkte ik pas hoe moeilijk het was om me eraan te ontworstelen. Hoe weinig ik van mezelf wist als ik niet zong, hoe weinig anderen van mij wisten als ik niet zong. Rivka die niet zingt, wat kan zij dan, wie is zij dan?

Bang dat ik niet meer kan zingen, of het nooit meer ga doen ben ik niet. Het voelt alsof ik een stiekeme schat in mij meedraag, waar veel mensen die me nu leren kennen geen weet van hebben. Ze weten niet wat ik kan en dat voelt raar, maar ook goed. Want ze beoordelen me nu meer als mens, op wie ik ben, en minder op wat ik doe.

Ik hoop dat ik het zingen op een dag hervind. Ik mis het, want ik had er voornamelijk ontzettend veel plezier in. Toch ben ik gek genoeg ook een soort van dankbaar dat ik mezelf eindelijk ook op andere vlakken heb kunnen ontplooien. Want voor het eerst in mijn leven besef ik dat ik óók goed genoeg ben als ik niet zing. Dat ik óók goed genoeg ben als ik nooit meer zou zingen. Dat er meer veilige plaatsen zijn dan alleen op het podium.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.