Pillen

In mijn vorige blog schreef ik over (zelf)stigma en taboes doorbreken. Vandaag schrijf ik voor het eerst over, onder andere, de heftigste periode die ik meegemaakt heb. 

Als ik ergens een haat-liefde-verhouding mee heb, is het wel met pillen. Ik beschouw medicijngebruik als een soort noodzakelijk kwaad. Zowel voor fysieke als mentale ongemakken zijn er nu eenmaal situaties waarbij je er niet onderuit kunt. Nu ben ik nogal koppig. Ik ben een chronisch pijnpatiënt die zelden pijnstillers neemt. Ik heb mezelf aangeleerd een bepaald level aan pijn nagenoeg te kunnen negeren. Schiet ik daar bovenuit, dan overweeg ik om iets in te nemen. Dat is niet altijd zo geweest.

Van veel, naar te veel, naar veel te veel

Ruim een decennium geleden had ik zoveel fysieke klachten, dat ik om de haverklap bij de huisarts zat. Voor duidelijk aanwijsbare oorzaken van de pijn, kreeg ik van alles voorgeschreven. Zware pijnstillers, ontstekingsremmers, bij een specialist zelfs injecties. Toen ik aanhoudende pijnklachten kreeg van een vermoedelijk teruggekeerde peesontsteking, bleken zowel een injectie als zware pijnstillers geen soelaas te bieden. Weer bij een specialist terechtgekomen, schrok deze van het type pijnstillers dat ik inmiddels gebruikte. Na een rondje specialisten weer bij dezelfde teruggekomen, kreeg ik uiteindelijk de diagnose fibromyalgie. Extreem kort samengevat komt het neer op chronische spier- en gewrichtspijn en chronische vermoeidheid. Om met de pijn om te gaan gebruikte ik in overleg met de huisarts vrij verkrijgbare pijnstillers en rookte ik voor het slapen gaan een joint.

Neerwaartse spiraal

Ik werd boos, recalcitrant, opstandig van mijn situatie en belandde in een vicieuze cirkel. Mijn mentale gesteldheid verslechterde mijn fysieke gesteldheid, waardoor ik mij nog rotter ging voelen. Ik werd minder mobiel en ging mijzelf steeds meer afsluiten van de buitenwereld. Over mijn fysieke toestand sprak ik nog wel. Die was inmiddels ook zichtbaar, ik liep met een stok. Mijn medicijngebruik besprak ik nauwelijks nog, en naast mijn dagelijkse jointje begon ik meer te drinken. Mijn mentale conditie wist ik ondanks alles vrij aardig verborgen te houden. Na een flinke opleving van een paar maanden, achteraf gezien een hypomanie, viel ik in een diep gat. Van een paar uur slaap per nacht, sliep ik ineens meer dan 12 uur per etmaal. Ik kwam alleen de deur nog uit voor boodschappen. Ik hield precies genoeg contact dat mijn omgeving zich geen ernstige zorgen ging maken.

In een hoek gedreven

Intussen was ik in de heftigste depressie beland die ik ooit meegemaakt heb. In de uren dat ik wakker was wentelde ik mezelf in melancholische muziek. Ik dronk alleen nog koffie en wijn en als ik een keer per dag at, was het veel. Op heldere momenten nodigde ik mensen uit om langs te komen, om me vervolgens op het moment supreme niet op mijn bezoek te kunnen concentreren. Ik vervreemde mezelf van mijn omgeving. Als iemand zorgen naar me uitsprak, deed ik het af als een klein dipje. Ik gleed intussen steeds verder af. Toen ik door gedrag waar ik absoluut niet trots op ben, het contact met mijn romantische interesse ook verloor, liep mijn emmer over. Ik had mezelf compleet klem gezet en ik zag geen uitweg meer. En die pijnstillers… die had ik nog steeds in huis. In een opwelling schreef ik een afscheidsbrief en nam een enorme hoeveelheid pillen. Mijn grootste geluk is dat het een opwelling was, ik had niet onderzocht of nagedacht over hoeveelheden. Ik kan het navertellen en heb wonderwel geen enkele fysieke schade opgelopen.

De nasleep

Na de eerste schok en het aanvankelijke verdriet, heb ik heel langzaam wat mensen in vertrouwen genomen. Ik heb contact met een arts gezocht om schade uit te sluiten. Na een dag of wat heb ik al mijn moed bij elkaar geraapt en mijn ouders ingelicht. Ik zou weer thuis komen wonen en dat had nog heel wat voeten in de aarde. Mijn kamer was een vervuilde bende die ik zelf niet meer opgeruimd en schoongemaakt kreeg en ik had wat schulden gemaakt. Ook was het wennen om weer mijn intrek in mijn ouderlijk huis te nemen. En ik was bang. Voor mezelf, en wat ik kon doen. Wat ik zou doen als ik toegang had tot medicijnen.

Van niets, naar een beetje, naar genoeg

Nadat ik gesetteld was heb ik aan de bel getrokken bij de huisarts. Ik had hulp nodig, dat was duidelijk. De instelling waar ik naar werd doorverwezen had een wachttijd van 3 maanden. Dat vonden zij, naar aanleiding van samengevatte aanmelding te lang en stuurden me door naar een ander. Daar was ik binnen een maand aan de beurt. Na de intake procedure werd al snel duidelijk dat een gesprekje per week niet voldoende zou zijn. De fantastische psychologe waar ik terecht was gekomen, zou met mij een dossier opbouwen om naar een psychiatrische afdeling of -ziekenhuis door te sturen. Ondanks mijn enorme terughoudendheid, heb ik zelf om antidepressiva gevraagd om die periode te overbruggen.

Chronisch medicijngebruik

De antidepressiva zag ik echt als overbrugging, ik wilde er dan ook het liefst zo snel mogelijk weer vanaf. Toen ik de diagnose bipolaire II stoornis kreeg, werd ik ingesteld op een antipsychoticum/stemming-stabilisator. Zodra de spiegel hiervan goed was, mocht ik mijn antidepressivum afbouwen. Inmiddels zijn we zo’n 9 jaar verder en val ik in de categorie chronisch medicijngebruik. Naast het antipsychoticum slik ik zonodig een pilletje om mijn slaapritme te reguleren. Een week geleden ben ik ook begonnen met de opbouw van een antidepressivum. Want hoe hard ik ook werk, de chemie in mijn hoofd gaat haar eigen gang.

9 jaar is lang genoeg om koppig te zijn. Zo min mogelijk medicijnen betekent niets anders dan niet onnodig medicijnen gebruiken. Als ik een extra pilletje nodig heb om beter te functioneren, zou ik mezelf tekort doen als ik dit weiger.

Pijnstillers

Voor pijnstillers ben ik ook niet meer bang. Dat heeft even geduurd. Ik vertrouw mezelf weer volledig als het op medicijngebruik aankomt. Ik ben al jaren niet meer suïcidaal geweest. Een flink aantal jaar geleden kwam ik mijn in een opwelling geschreven brief tegen. Ik heb m nog een keer gelezen. Toen heb ik mijn moeder uitgenodigd om m samen met mij te verbranden.

Pillen werden ooit bijna mijn ondergang. Nu zijn ze mijn redding.

 

5 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.