Pijn is pijn – lichamelijk verklaarbaar of niet

Een dokter die mijn zere heup betastte, waardoor ik al weken mank liep, vroeg me: “Huil je nou van angst of van de pijn?” Dat terwijl ik me al zo voor mijn tranen schaamde, want ik zou nooit mijn kwetsbaarheid laten zien aan iemand die ik niet ken. Van angst huilen deed ik dus zeker niet; ze deed me gewoon immens veel pijn door mijn heup aan te raken. Zuchtend gaf ze me maar een zware pijnstiller mee ‘want ze kon niks lichamelijks vinden’. Ik voelde me alsof ik haar hoogstpersoonlijk in haar ambt had aangetast. Hoe kon ik zoveel pijn hebben, terwijl zij geen oorzaak kon achterhalen? Het maakte haar overduidelijk gefrustreerd; misschien dat ze het daarom afschoof op angst. Want angst zit maar tussen de oren, niet iets waar zij zich verder druk over hoeft te maken.

“Er is niets aan de hand”

Het tegenovergestelde van dit verhaal was de dokter die me begon uit te leggen wat somatisch onverklaarbare klachten waren. Alsof ik gek was en het me gerust zou moeten stellen dat er geen lichamelijk letsel gevonden kon worden. Ergens vond ik het natuurlijk ook fijn dat mijn polsen niet echt ontstoken waren, maar feit bleef dat ik er amper wat mee kon. Dus liep ik naar buiten, met evenveel klachten als ik naar binnen ging, zonder oplossing. De weken erna kon ik nog steeds amper mijn werk uitvoeren omdat ik niet kon typen. Dat er ‘eigenlijk niets aan de hand was’, deed daar niets aan af.

Er zijn momenten geweest waarop ik intens heb gehoopt op de ergste uitslagen, puur zodat ik eindelijk wist waarom ik me zo ziek voelde en waarmee ik aan de slag kon. “Ik heb goed nieuws voor je, er is niks gevonden in de bloedtest/ röntgenfoto/ echo,” voelt voor mij inmiddels bijna niet meer als daadwerkelijk goed nieuws. Eerder als een teleurstelling dat er weer niks concreets is gevonden.

Een veelgemaakte fout is dat er niks mis zou zijn wanneer er lichamelijk niets te vinden is. Maar hoe kan je dat zeggen over iemand die niet kan functioneren door onverklaarbare pijn of vermoeidheid? Het feit dat de psyche de bron is, betekent nog niet dat de pijn verzonnen of overdreven is. Deze wordt daadwerkelijk zintuiglijk waargenomen en is soms zelfs intenser dan somatische klachten.

We weten niet hoe het precies werkt

Op heel veel gebieden zijn artsen enorm intelligent. De meest ingewikkelde ziektes kunnen getraceerd worden, behandeld en genezen. De enige voorwaarde voor deze goede behandeling lijkt echter het kunnen opsporen van een lichamelijke oorzaak. Zodra lichamelijk lijden psychisch blijkt, is het alsof dokters qua kennis terug bij af zijn. Het enige devies lijkt te zijn om maar te wachten tot het overgaat, een bezoekje te brengen aan de psycholoog of er een extra paracetamol tegenaan te gooien.

Het zou zoveel eerlijker zijn als artsen, maar ook de mens in het algemeen, zou toegeven dat onze kennis op het gebied van somatisch onverklaarbare klachten nog ernstig tekortschiet. We zouden moeten stellen dat het gewoon ontzettend vervelend is dat mensen hier niet voldoende geholpen mee kunnen worden en niet de hulp krijgen die ze verdienen. Simpelweg omdat deze nog niet afdoende bestaat. “We weten nog niet precies hoe dit werkt en hoe we het kunnen genezen,” is zoveel eerlijker dan het probleem bij de patiënt neerleggen en zeggen dat het ‘tussen de oren zit’ of ‘dat iemand maar wat minder moet stressen’.

Schoenmaker, blijf bij je leest

De beste ervaringen die ik heb gehad met artsen, zijn die waarin ik kon vertellen dat ik hun oordeel wilde over mijn lichamelijk welzijn. Ik vertelde ze dat ik erg veel pijn had en dat ik simpelweg niet in staat ben om te bepalen of het lichamelijk dan wel psychisch is, aangezien het verschil daartussen niet merkbaar is. Artsen die vervolgens geen preek gaven, zijn mijn helden. Zo had ik een tandarts die me zei: “Ik snap dat je niet kunt beoordelen wat het is, dat lijkt me heel ingewikkeld, ik ga wel even voor je kijken of ik iets kan zien.” Vervolgens bestudeerde hij mijn gebit, vond niks en vertelde mij zijn oordeel over hoe het er, lichamelijk, uitzag. Hij bemoeide zich verder niet met mijn psyche, en terecht; het is niet zijn vakgebied.

Het is fijn als schoenmakers bij hun leest blijven en mij niet zouden vertellen hoe ik het psychisch allemaal wel of niet zou moeten oplossen. Het is vervelend als mensen zich een psychiater wanen en vinden ‘dat ik me aanstel’ of ‘dat ik me juist wat minder druk zou moeten maken’. Als ik met mijn psyche aan de slag wil, bezoek ik wel een echte psychiater en niet de buurvrouw, een studiegenoot, de kapper of de tandarts.

Neem mij serieus

Een klacht die niet lichamelijk is, lijkt geen reden tot zorgen. Terwijl ik, als mens met onverklaarbare lichamelijke klachten, het zo enorm fijn zou vinden als de ernst hiervan onderkend zou worden. Als mijn onverklaarbare vermoeidheid even zwaar zou wegen als de diagnose Pfeiffer. Als men mij met onverklaarbare buikpijn even serieus zou nemen als bij een blindedarmontsteking. En toe zou geven dat de kennis misschien nog ontoereikend is, maar dat het mijn problemen niet minder groot maakt. Want ook al zijn ze niet aantoonbaar; ze bestaan echt. En ik heb er ontzettend veel last van.

 

Bekijk de laatste blogs over somatoforme klachten

 

6 Comments

  1. Zó vervelend als ze doen alsof er niets is. Er is zeker wel iets! Of dat een lichamelijke of psychische oorzaak doet er weinig toe, want we voelen het nou eenmaal.

    Mijn arts was echt zó lief. Toen ik zat te huilen van de pijn en frustratie na een echo + foto’s van mijn schouder, zei hij… “Ik vind het zó vervelend voor je. Ik zie en ik weet dat je pijn hebt. Dat ik geen lichamelijke oorzaak kan vinden, doet daar niets aan af. Wij dokters zijn nog niet zo ver dat we dit kunnen oplossen. Wie weet heb je wel iets, wat wij nog niet kennen.” Ik voelde me daardoor enorm serieus genomen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.