Overprikkeld in de lente

Om mij heen gonst de lucht van de prikkels, mensen zijn uitgelaten en actief, de lucht voelt zweterig, benauwd en  warm, de natuur leeft weer, het is lente. Ik loop buiten, ik heb het warm, logisch ook want ik loop in mijn dikke winterjas waar ik voor de zekerheid nog een truitje met lange mouwen onder aan gedaan heb. Gewoon omdat dat fijner voelt. Ik wil mijn jas wel open doen maar als ik mijn rits open trek voel ik al gelijk de frisse lucht op de huid van mijn hals. Ik schrik, ik krimp in elkaar en rits mijn jas direct weer dicht.

Ik besluit mijn capuchon af te doen, de wind door mijn haren kan ik wel aan. Nog voor ik mijn capuchon heb afgezet komen de ‘buitengeluiden’ als een voorbij stormende trein op mij af. Gekwetter van de vogeltjes, mensen praten, lachen, roepen naar elkaar, scooters met brullende motortjes, elektrische fietsen gonzen, mensen zijn druk aan het klussen in hun tuintjes, auto’s waar muziek uit de open ramen schalt… De lucht gonst van de activiteiten, het overvalt me, mijn hoofd loopt vol, ik kan dit niet aan. Gelukkig heb ik mijn oordoppen altijd bij me en kan ik de geluiden op die manier wat dempen.

De kleuren van de natuur zijn druk, het is groener dan normaal, het is lichter dan anders, de wereld is te druk voor mij, ze doet letterlijk pijn aan mijn ogen. Dat zeg ik vaak tegen mensen die mij vragen wat autisme met me doet en hoe overprikkeling voelt, maar niemand lijkt dat te snappen. Zij ervaren deze drukte, de temperatuursverschillen, de kleuren, de geuren blijkbaar heel anders. Ze hebben geen idee hoeveel herrie de wereld in mijn hoofd maakt.

Voor ik naar buiten ging had ik al meerdere malen op buienradar gekeken om uit te vinden wat ik aan zou trekken. Ik lees, ik beargumenteer en weerleg met mijzelf begrippen als ‘grondtemperatuur’, ‘gevoelstemperatuur’ (er staat nooit bij wie die gevoelstemperatuur bepaalt… ), de ‘temperatuur’ zelf, de wind, de luchtvochtigheid. Het zijn veel feiten en waardes gebaseerd op, ja, op wat nu eigenlijk?

Ik heb problemen met de overschakeling van warm naar koud en andersom, de seizoenswisselingen zijn een drama voor mij. Natuurlijk vindt iedereen (behalve mijn zonen die ervaren dezelfde problemen) weer dat ik moeilijk doe. En misschien hebben ze daar wel gelijk in. Ik heb geen idee hoe andere mensen weten wat ze aan moeten trekken als ze hun huis verlaten.

Trek ik een winterjas aan, doe ik een zomerjas aan, wel of geen sjaaltje, heb ik een dik of dun shirt nodig, dichte of open schoenen… Keuzes, keuzes en nog meer keuzes, ik kom er niet uit.  Buiten dat ik niet weet wat ik aan moet trekken komt het ‘probleem’ dat ik de prikkels die ik van buitenaf binnen krijg, door mijn veranderde kledij, niet goed kan verdragen.

Liefst wil ik dat het altijd winter is, dat ik altijd mijn veilige kraag omhoog kan trekken om mij te verstoppen voor de kou en de wind. Ik wil mijn handen in mijn altijd net iets te lange mouwen kunnen verstoppen. Ik wil mijn schouders op kunnen trekken zodat mijn sjaal de loze ruimte tussen mijn hals en de buitenwereld afdekt. Ik wil een muurtje om mij heen die me beschermt tegen alle prikkels van buitenaf…

Lees ook:

  • Niemand laat zijn eigen kind alleen, ik ook niet

    “Mam” zegt mijn zoon terwijl ik in de keuken bezig ben de borden vol te scheppen, “Wat moet ik nu nog eigenlijk doen met mijn leven?” Ik blijf met mijn rug naar hem toestaan en rommel wat met bestek, pannen…

  • Overprikkeling voor dummies

    Als je dit leest zijn er waarschijnlijk een aantal vragen die op-ploppen in je hoofd. Wat bedoel ik met overprikkeling? Gaat het over het voorkomen ervan? Of over het ermee om gaan? Ik wil graag overbrengen wat overprikkeling nu écht…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer