Over de rots heenkijken

Het is zo verdomd zwaar en soms ondraaglijk om maanden of jaren lang te moeten vechten voor het beter worden van een ernstige psychische stoornis. Als je na heel lang en heel hard werken – met kleine en grote overwinningen achter je – kijkt naar waar je nu staat en je merkt dat je je nog hetzelfde voelt als toen je aan het begin van alles stond… hoe hou je dan nog hoop?

Een week geleden had ik mijn vader aan de telefoon. Huilend zei ik dat ik niet zag hoé het dan beter aan het worden was. Toen zei hij iets dat me raakte. Hij gebruikte een metafoor om mij duidelijk te maken dat ik wel degelijk goed bezig was. Dat ik wel degelijk op weg was naar herstel – ook als ik me nog steeds even slecht voelde als helemaal aan het begin:

Op je ‘levensweg’ kom je af en toe stenen tegen die je moet verplaatsen om verder te kunnen. Eén steen verplaatsen en je kunt weer doorlopen. Bij een psychische ziekte kom je opeens een enorme stapel stenen tegen die de hele weg blokkeren. Met één steen verplaatsen kom je niet verder. Sterker nog, het hele uitzicht op de weg wordt geblokkeerd. Je toekomstperspectief is verdwenen. 

Gedurende je proces van herstel verandert er wel iets. Bij iedereen kunnen dat andere dingen zijn. Bij mij was dat bijvoorbeeld dat ik na een aantal maanden waarin ik niets meer aan zelfzorg deed ik weer begon met aankleden, douchen en eten (ook zonder trek). Gedurende het jaar nam mijn schuldgevoel af, gingen mijn ouders mij beter begrijpen, werd ik beter in het delen van mijn gevoel en leerde ik om eerder hulp te vragen. Na anderhalf jaar lukte het me een paar weken geleden weer voor het eerst om echt iets voor mezelf te durven doen zoals een kopje thee maken. 

Er is dus heel veel veranderd. En ondanks al die “dingen die beter gaan” voel ik me nog slecht. Niet gewoon slecht. Extreem slecht. En ondanks al die positieve veranderingen geloof ik nog steeds niet dat ik me ooit weer normaal ga voelen. Maar dat is niet omdat wat ik doe geen zin heeft. Dat is omdat ondanks al die stenen die ik heb weggehaald er nog een hele stapel voor mij ligt. Deze beneemt mijn zicht op de weg daarachter.

Tijdens mijn herstel haal ik stukje bij beetje de stenen weg. Ondanks dat ik zo hard bezig ben komt mijn gevoel nog steeds niet mee. Het is dus niet gek dat ik me na een tijdje afvraag wat voor zin het allemaal heeft. Maar de stappen die ik maak, de stenen die ik weghaal, zijn de voorwaarden om ooit weer over de weg te kunnen lopen. 

En misschien duurt het nog wel even voordat mijn berg met stenen laag genoeg is geworden om er voor het eerst weer overheen te kunnen kijken. Daarna duurt het vast nog weer een hele tijd voordat alle stenen weg zijn en ik eindelijk weer verder kan lopen. Maar ik ben dus bezig. Ik ben heel hard bezig. En elke stap die ik zet, elke dag die ik verder kom, alles wat ik tegenkom en leer over mezelf en mijn depressie is een stap voorwaarts. Ook als mijn gevoel er pas mijlenver achteraan komt.

Lees ook:

  • mensen hand in hand

    'Huh? Wat raar, ik dacht dat ze al terug was.' Met die woorden loopt de verpleegkundige weer weg uit mijn kamer. Langzaam laat ik mijn ingehouden adem los en kan ik een beetje ontspannen. Opgekruld, weggekropen in de kast. Weg…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer