meisje alleen op bank

Openheid: een beetje van de maatschappij en een beetje van mij

De overheid legt de lat hoog wat betreft openheid over psychische problemen. Maar zijn wij als samenleving wel klaar voor volledige openheid? Ik betwijfel het. 

“Openheid zorgt voor meer begrip”

‘Openheid geven over psychische problemen’, de rode neuzendag in België, ‘Hey het is oké’in Nederland, reclamespotjes op radio en tv. Filmpjes, interviews of verhalen op het internet en andere mediakanalen…
De boodschap is duidelijk: openheid over psychische problemen zorgt voor meer begrip. Daarnaast moet naar de huisarts of naar een psycholoog gaan geen verschil meer maken in de maatschappij. En toch… Ik doe er niet aan mee. Al jaren niet. Maar waarom dan? Dat heeft toch echt te maken met hoe onze maatschappij hierop is ingericht. 

Mensen reageren vanuit onkunde en onmacht

Hoewel ik het eens ben met de visie van openheid, heb ik dikwijls gemerkt dat mensen schrikken en vanuit onkunde en onmacht reageren. En je begrijpt: daarna zit ik met de gebakken peren en mag ik het recht gaan breien, goed gaan praten of me zelfs gaan verdedigen.

Zo was er meer dan tien jaar geleden een stagebegeleider die, nadat ik vertelde dat ik destijds zes of zeven jaar geleden een opname in de kinder- en jeugdpsychiatrie had gehad, achter mijn rug om naar de manager ging. Hierna had ik een gesprek met haar. Gelukkig was deze manager vrij ‘makkelijk’ en legde ze het terug bij de stagebegeleider; dit zei immers meer over háár dan over mij. En hé, het was toen al zes, zeven jaar geleden, die opname.

Andere situatie. Het CBR dat me 180 euro aftroggelde omdat ik eerlijk aangaf medicijnen te slikken. Vervolgens kreeg ik een brief van het CBR dat ik ‘toch wel echt gekeurd moest worden’. Tijdens de keuring was ik nog geen vijf minuten binnen en werd er drie keer lief naar me gelachen, maar ik moest wel meteen 180 euro betalen om vervolgens een ‘voorlopig rijbewijs’ te krijgen van één jaar. De jaren daarna zorgde ik er wel voor dat dit me niet nog een keer zou gebeuren.

Werkplekken of scholen en instanties waar ik eerlijk en open was, startten altijd met dat ze blij waren met mijn openheid, maar er was vaak een ‘voorwaarde of extra acties’ die extra geld kostten. Ook leek er weinig kennis te zijn; de een vond me ‘gek’ of ziek en een ander behandelde me juist ‘met handschoentjes aan’. Zo had ik een docent die me voor ieder wissewasje uit de les haalde en uitlegde waar de les over ging en vertelde over mogelijke triggers. Heel lief, maar wanneer ik niet om had kunnen gaan met agressie bijvoorbeeld, tsja, dan had ik mijn opleiding op mijn buik kunnen schrijven.

Er was ook eens een apothekersassistente die me geen medicatie wilde meegeven zonder eerst een preek te geven over zorgvuldigheid/medicatietrouw/inname en nog een boel andere zaken. Natuurlijk doet ze haar werk, maar dit was allemaal het gevolg van die opname die ik ooit heb gehad. Na jaren iedere keer luisteren en stoïcijns ja zeggen en haar stiekem verwensen ben ik vorig jaar heel duidelijk naar haar geweest, waardoor het nu wel wat beter gaat. 

En last but not least: mijn ouders/opvoeders hebben de diagnose en bijbehorende zaken in de doofpot gestopt. Onder het mom van ‘als we het er niet over hebben is het er ook niet’. Ze zeiden zelfs letterlijk tegen betrokken hulpverlening dat er niets aan de hand was en zij immers hun kind toch wel zouden kennen.  

Zo heb ik tientallen voorbeelden. Allemaal vanuit een goede bedoeling en ook vanuit diverse invalshoeken/mensen/relaties. Maar toch voelde het voor mezelf als me moeten verdedigen of extra in actie moeten komen.

Ik doe er bewust niet aan mee

Bovenstaande in combinatie met schaamte, schuld en angst heeft me aan het denken gezet.
Uiteindelijk heb ik een aantal jaren geleden besloten dat voor mij géén openheid geven ervoor zorgde dat ik ‘als gelijke’ gezien werd en dat ik hierdoor ook (bijna) niet meer opviel. 

Inmiddels is dit al jaren mijn mechanisme. Het vergt vooral veel inspanning. Want doordat vrijwel niemand iets van mijn diagnose en bijbehorende situatie weet, zorgt dat soms voor wrijving; zo wordt er niet altijd begrepen door mijn omgeving waarom ik drukke aangelegenheden vaak vermijd. Waarom sommige dingen mij enorm veel energie kosten. Waarom ik überhaupt het leven zo inricht als ik doe. Waarom ik zó moe ben. Het maakt dat ik me altijd in bochten wring in relatie tot anderen. Het maakt het kwetsbaar omdat het aan nog geen ‘hand vol mensen hangt’. Maar het maakt het voor mij ook minder opvallend en normaler.

Er is werk aan de winkel

Ik sta volledig achter de boodschap die de overheid uitdraagt én doe er zelf bewust – voor nu – niet aan mee. De boodschap uitdragen is namelijk één, maar deze als maatschappij dan ook volledig gaan en kunnen dragen, dáár zit mijns inziens de worsteling.

Er is nog een boel werk aan de winkel; voor de overheid, de maatschappij maar zéker ook voor mij. Want een beetje meer openheid zou soms al een heleboel schelen. En als ik weet dat het door mijn omgeving gedragen wordt, zou ik de eerste zijn die meedoet.