Op de trap van een GGZ-instelling

“Wat eet je op een dag?” vraagt de diëtiste streng. Ze kijkt me doordringend aan. Ik word bang, bang van haar en van dat eten wat ik moet noemen. Heb ik vandaag gegeten? Het is nu twaalf uur ’s middags en nee, natuurlijk heb ik dan nog niks gegeten. Gisteren dan? Ik stamel iets over een gekookt eitje, een rijstwafel en ijsbergsla. Ik aarzel, want het klinkt zoveel teveel. Een halve avocado. Dat ook nog.
“Hoe gaat het met drinken?”. Ik drink wel thee. Ik ben blij dat ik nu een goed antwoord kan geven. Wel drie mokken op een dag.
Ze schrijft met grote letters op haar schrijfblok. Ik durf niet op te kijken. Ik weet dat ze bekend staat om haar no-nonsens aanpak. Dat schijnt goed te bevallen bij mensen met een eetstoornis.
En dan begint ze: “Je hebt een tekort aan eiwitten, je hebt een tekort aan koolhydraten, je hebt een tekort aan vetten, je hebt een tekort aan vitamines, je hebt een tekort aan vocht…”
Haar stem gaat door. En iedere opmerking voelt als een mokerslag. “Je hebt een tekort aan…” Bam op mijn hoofd. “je hebt een tekort aan…” Bam in mijn buik.
Ik doe dus alles helemaal fout.
Ze gaat maar door terwijl ik volledig in paniek raak. Het doet zo’n pijn, zo’n verschrikkelijke pijn. Trillend geef ik haar een hand. Ik kan niets meer zeggen. Ik kijk haar niet meer aan.
“Je doet alles fout” hoor ik in mijn hoofd terwijl ik de deur sluit. Ik doe nog drie stappen en stort dan ter plekke in. Alsof iemand me volledig in elkaar geslagen heeft. “Fout! Fout! Fout!”
Mijn lijf voelt beurs en het had me niet verbaasd als er een plasje bloed zou ontstaan op de plek waar ik neergestort was. Ik barst in huilen uit. Angst tot in mijn tenen. Ik worstel me nog naar het trappenhuis, want ik moet hier weg. Maar ver kom ik niet. Ik val neer bij de onderste traptrede en kan alleen maar huilen.
Ik hoor steeds wel mensen op de trap. In mijn hoofd roep ik heel hard: “Help! Help me dan alsjeblieft” maar ik word niet gezien of gehoord. Ik blijf maar huilen, het houdt niet op.
Alles fout. Helemaal fout. Ik ben fout. En die fout kan ik alleen herstellen door nu onder een bus te lopen. Maar ik heb de kracht niet om op te staan. Huilen, huilen, huilen.
Mensen lachen samen op de trap. En ik kan niet meer. Nooit meer.
Oh, help me dan. Ik wil niet meer. Nooit meer. Huilen. Brullen. Is er dan niemand die me helpen kan? Het wemelt hier toch van de psychologen en psychiaters? Maar ze lopen allemaal gewoon door. Om mij heen. De tranen raken niet op. Snikken, huilen. Verdriet en angst worden steeds heviger.
Tot er een jonge vrouw bij me knielt en een arm om mijn schouders legt. “Wat kan ik voor je doen?” Hortend en stotend vertel ik dat ik niet meer wil. Dat ik net bij de diëtiste vandaan kom. En ze begrijpt me meteen helemaal. “Dat kan zo hard binnenkomen hè?” We praten over het monster anorexia nervosa, over dat zij er nu van bevrijd is. En met een aanstekelijk optimisme vertelt ze me wat ik moet gaan doen. “Je gaat nu naar huis en je belooft mij dat je veilig thuiskomt.” En ik kan niet anders dan gehoorzamen. Ik wankel naar buiten.
Het is drie uur.
Drie uur??!

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.