Ook dit ben ik

Dag klein meisje. Ik dacht dat ik je nooit meer terug zou zien en vond dat eerder iets positiefs dan iets verdrietigs. Ik dacht, wij hebben afscheid van elkaar genomen. Ik ben over je heen gegroeid, heb je misschien zelfs wel achtergelaten. Het was goed zo, ik ging alleen verder. Dacht ik.

En toen had ik een slechte dag. Geen aanwijsbare oorzaak, geen reden waarom ik de hele dag de tranen voelde branden, maar ik voelde ze. Maar ik zat de hele dag op stage en ik vond het te treurig om terug te gaan naar de tijd dat ik huilbuien had op het toilet, om vervolgens weer met een uitgestreken smoel aan mijn bureau te gaan zitten. Dat was mijn eer te na. Dus ik slikte de tranen in. En in. En in.

‘s Avonds had ik mijn eerste rijles (en die ging hartstikke goed, dankjewel!) en daarna kwam alle spanning los. Dus ik kreeg een gezellige huilbui in de auto. Daarna vroeg ik zes keer of ik het écht heus serieus oprecht goed gedaan had voor een eerste les. Ja, echt waar, Marloes, je hebt het hartstikke goed gedaan. Of hij dat ook zou zeggen als ik een gewone rijstudent was, en niet zijn dochter, vroeg ik aan mijn vader-instructeur. En toen dacht ik: hee, daar ben je weer, kleintje.

Ik ben tegenwoordig hartstikke zelfverzekerd en als ik eens bevestiging vraag, is dat omdat ik graag andermans mening even wil. Maar nu had ik zoveel behoefte om meermaals bevestigd te horen dat het allemaal niet zo slecht was als ik dacht. En tegelijk had ik niet de durf om te geloven in het antwoord dat ik kreeg. Jij stampte met je kleine voet en riep dat je toch écht een mislukt schepseltje was.

In eerste instantie was ik boos. Verdomme, we hadden afscheid genomen. Jij hoort niet meer bij mij. Maar er kwam een moment dat ik me realiseerde dat dat niet klopte. De persoon die ik vandaag ben, is mede mogelijk gemaakt door alle personen die ik ooit was of ben geweest. En ze zijn er allemaal nog. Ze vormen nu alleen een wat gebalanceerder geheel. Maar soms komt er weer even iemand ongerust kijken, iets roepen, even haar voetje tussen de deur zetten. Zoals jij.

En boos op je zijn helpt ons allebei niet. Ik wil zacht zijn, mijn armen uitsteken en je vertellen dat je er mag zijn, dat er niets is om zo overstuur van te raken. Het is nog steeds goed. En dat jij weer even je neus komt laten zien, wil niet zeggen dat alles nu verloren is. Morgen ben je weer gaan slapen, gerustgesteld in slaap gesust. Je kent nu het protocol, hoeft niet meer gillend door mijn hersenpan te hollen en op alle alarmbellen te slaan. Maar soms doe je dat even toch. En dat is okee.

Dit is een volgende stap in mezelf accepteren en in al mijn volledigheid omarmen. Het is niet alle dagen zonneschijn, wat ik wel dacht (of hoopte) toen ik net mijn zelfvertrouwen had gevonden. Sommige dagen zijn gewoon kut qua emotie, dat wist ik al. Maar sommige dagen zijn ook kut qua zelfvertrouwen. En dan is het mijn taak om jou, dat kleine meisje, in mijn armen te nemen en gerust te stellen. Want ook dit is wie ik ben. Ik ben meerdere mensen en ze mogen er allemaal zijn. Alleen niet meer als baas, maar als medereiziger.

4 Comments

  1. jef

    Het is dan ook onvoorspelbaar als iemand of jijzelf een voet tussen de deur zet. Helpt het niet als je weet dat die deur en die voet(en) er is (zijn)? In deze beeldspraak kan je het kleine meisje (jezelf) binnenlaten, welkom heten en wat eten en warmte geven. Misschien zegt het al gauw: dank je, ik ben weer weg… Een hindernis kan een leerpunt zijn. Want je bent blijkbaar al voorbij het keerpunt (lettertje verschil, zie ik nu), voorbij de hopeloosheid en voorbij het ontbreken van inzicht over en in jezelf. Zoals op de wereld ergens een “Kaap De Goede Hoop” gelegen is als richtpunt voor scheepvaarders in vroegere tijden, zo heb je voor jezelf die “kaap” bereikt. De reis kan verder…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.