Onvoorwaardelijk bestaansrecht

Morgen laat ik mijn tweede tatoeage zetten. Op m’n 21e heb ik m’n eerste laten zetten, iets wat ik al vanaf mijn 16e wilde. Eigenlijk begon het meteen te kriebelen om er meer te nemen, maar het leek me beter om eerst af te wachten hoe m’n eerste zou bevallen. Ik wilde er verstandig mee omgaan: wat zouden anderen ervan denken, wat zou de invloed zijn op mijn baankansen, wat nou als ik spijt zou krijgen als ik ouder ben, enzovoorts. In therapie hebben we het er vaak over hoe ik – in therapietaal – meer in contact kan komen met mijn puberkant. Met andere woorden: hoe zou ik wat impulsiever kunnen zijn, hoe zou ik m’n controlebehoefte en verantwoordelijkheidsgevoel wat kunnen laten varen? Voor de grap stelde m’n therapeut voor om een tatoeage te nemen. 

Nou is het niet een heel impulsieve beslissing geweest – na z’n opmerking heb ik er nog een jaar over nagedacht, maar hij zette me wel aan het denken. Waarom zou ik het niet doen? Het hoeft allemaal niet zo serieus te zijn. Als ik het mooi vind en het kan betalen, is er niet zoveel aan de hand. Een aantal maanden geleden heb ik de knoop doorgehakt en morgen zit hij er op: beloved, op mijn ribben. Ik kwam op het idee door een nummer van Mumford and Sons, één van m’n favoriete bands. Tijdens een concert van hen werd ik ineens geraakt door de zin: Before you leave, you must know you are beloved

Beloved betekent geliefd, bemind, dierbaar. In een eerdere blog schreef ik dat ik liefde ingewikkeld vind. Al jong heb ik het idee ontwikkeld dat er iets mis is met me, dat ik mensen tot last ben en twijfel ik aan mijn bestaansrecht. Mijn bestaansrecht voelt voorwaardelijk; hoe ik ben is niet goed genoeg en eigenlijk kan ik er beter niet zijn. Mijn geboorte is niet meer terug te draaien, dus moet ik mijn bestaan en de liefde van anderen dan maar verdienen. Ik heb mezelf aangeleerd mijn persoonlijkheid te onderdrukken, mezelf aan te passen, mijn behoeftes te negeren en te focussen op verantwoordelijkheden, zelfstandigheid en prestaties. Fouten maken kan ik me niet veroorloven. Alles om te zorgen dat het beeld dat iemand anders van mij heeft positief te houden, om te voorkomen dat ik afgewezen of verlaten zal worden. Alles in de hoop dat ik de liefde die ik krijg van mensen niet zal verliezen. 

Een nadeel van onveilig hechting is dat de zelfhechting ook niet goed ontwikkelt. Je zou kunnen zeggen dat er verschillende elementen zijn in de relaties die je hebt met anderen, die je kan indelen in een oplopende schaal: contact, begrip, acceptatie, steun en affectie. Er kunnen ook negatieve aspecten voorkomen in een relatie, zoals conflict, onbegrip, afwijzing, verlating of eenzaamheid. Een relatie wordt nogal vervelend en frustrerend als deze onderdelen overheersen. Zowel de positieve als de negatieve elementen zitten ook in zelfhechting. Het gaat dan om zelfbewustzijn, zelfinzicht, zelfacceptatie, zelfzorg en zelfliefde en de negatieve varianten hiervan. Ik kan met name nog werken aan de laatse drie punten; ik ben veel beter in de negatieve kanten in de relatie met mezelf. Ik wijs mezelf af als ik me aanpas en me niet mezelf laat zijn. Ik laat mezelf in de steek als ik mijn behoeftes negeer en mijn grenzen niet aangeef. Het voelt nog onwennig om na te gaan wat ik voel en wat ik nodig heb, want het is het tegenovergestelde van de houding die ik nu tegenover mezelf heb – laat staan dat ik van mezelf kan houden. 

Eigenlijk ben ik op zoek naar onvoorwaardelijke liefde, maar stel ik tegelijkertijd voorwaarden aan mezelf om te mogen bestaan. Het idee dat ik alleen bestaansrecht heb als ik in een bepaald format pas, is een pijnlijke kernovertuiging die veel van mijn psychische problemen veroorzaakt. Nog belangrijker, deze kernovertuiging klopt niet en heeft nooit geklopt. Het lastige is dat het tegendeel hierdoor ook niet bewezen kan worden. Het is heel moeilijk om compleet wereldbeeld aan te passen, het is veel makkelijker om bewijs te vinden voor mijn kernovertuiging. Als ik zorg of liefde van iemand krijg, verzin ik redenen waarom de situatie niet klopt en buig het zo om dat het uiteindelijk mijn kernovertuiging onderbouwt.

Ik kan dus wel een geheugensteuntje gebruiken. Als ik m’n hele leven vast zit aan de relatie met mezelf, kan die maar beter niet zo vervelend zijn als nu. Hoe vaker ik compassie en empathie voor mezelf heb en anderen toesta dit aan mij te geven, hoe meer ik ga geloven dat ik het waard ben; en door deze tatoeage kan ik er niet meer omheen. Tegelijkertijd vind ik dat confronterend, want het is dus makkelijker om mijn kernovertuiging te geloven, maar ik hoop dat het gaat helpen.

Objectief gezien is mijn kernovertuiging namelijk onjuist: iedereen heeft basisrechten, die je verkrijgt op basis van je geboorte. Vanaf dat ik geboren ben is er ruimte voor me. Ik mag er zijn, ik ben genoeg en ik heb dingen te bieden. Ik mag dingen willen, ik mag om dingen vragen –  zonder bang te zijn dat mensen me hierom zullen verlaten. M’n tatoeage is als herinnering hieraan op de momenten dat ik me teveel voel, tot last voel, het idee heb dat ik er niet toe doe. Hij is er voor elke keer dat ik vergeet dat er van me gehouden wordt, dat ik streng voor mezelf ben, dat ik zo boos op mezelf ben dat ik mezelf wil straffen, en dat ik denk dat mensen beter af zijn zonder mij. De boodschap dat ik geliefd ben zal ik vanaf nu, voor altijd, ingeprint in m’n huid bij me dragen.

Lees ook:

  • troosten

    Daar ben je weer. Het knijpende gevoel. Ik blijf slikken om je weg te krijgen, maar je blijft duwen. Je laat tranen over mijn wang stromen en geeft mij geen ruimte. Je trekt naar mijn maag en vult het daar.…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer