Onherkenbaar

Deze blog gaat in op zelfbeschadiging en misbruik. Zorg voor jezelf en lees deze blog niet wanneer je denkt dat dit niet goed voor je is. Neem contact op met Sensoor als je behoefte hebt aan een gesprek.

Het is diep in de nacht en ik zit op de grond tegen mijn bed aan. Hoe laat het precies is weet ik niet. Wat ik voel weet ik ook niet. Het enige wat ik weet is dat alles teveel is en ik onherkenbaar moet worden. Mijn gedachten racen heen en weer en elke keer als ik probeer te spreken, voel ik hoe mijn keel dichtgeknepen wordt. Ik moet weg, alles moet weg. De intrusies komen als knipperlichten binnen en worden steeds heftiger, van foto’s naar filmpjes. Ineens ruik ik iets en ben ik weg. Het volgende wat merk is dat het ochtend is, en ik niet meer in mijn kamer ben. Ik ben weer een nacht weggeweest.

Uren kwijt

Als ik een dissociatie heb gehad, is het ergste voor mij er weer uit komen. Soms mis ik gelukkig maar een paar uur. Als ik pech heb, kan ik mij een hele dag of nacht niet herinneren. Het is alsof je wakker wordt nadat er een tornado door je huis is gegaan. Ik herinner mij niets, en ben vaak in een andere ruimte dan wat ik mij voor het laatst kon herinneren. Daarnaast is er nog het destructieve gedrag. Mijn ervaring leert dat hoe langer ik weg ben, hoe donkerder alles wordt en ik mijzelf zonder het te herinneren beschadig. Ik schaam mij daar enorm voor. Ontwaken en zien wat je jezelf hebt aangedaan is ongelofelijk naar. Ik raak in paniek nog voordat de dag start. Langzaam krabbel ik op door de ochtend, en probeer ik te achterhalen wat ik heb gedaan.

Schaamte voor het geheugenverlies

Lang begreep ik niet eens waarom ik mijzelf dit aandeed terwijl ik weg was. Ik beschadigde vroeger om de pijn een beeld te geven of om spanning te verlichten. Voor een lange tijd hield ik dit verborgen voor mijn behandelaren. Het was wel bekend dat ik mijzelf beschadigde, maar niet dat ik mij er niks van kon herinneren. Ik durfde het niet te delen, ik schaamde mij ervoor die momenten kwijt was. Op een gegeven moment had ik veel te vroeg in de ochtend een afspraak, nadat ik die nacht ervoor weer was weggeraakt. Met mijn ongewassen, opstandige en pluizige haar en mijn t-shirt binnenstebuiten kwam ik binnen stuiteren op haar kantoor.

“Het moet onherkenbaar worden”

Ik was nog steeds wat verward, gegeven mijn t-shirtsituatie, en misschien was dat ook wat ik nodig had. Het was zo vroeg dat ik mijn muren nog niet weer opnieuw op had kunnen bouwen en mijn emoties hun vrije wil kregen. Het was al wel bekend dat de herbelevingen voor mij bijna onbespreekbaar waren, en nog steeds zijn. Bij elke suggestie om erover te praten klap ik dicht of loop ik weg. Alles behalve daaraan denken. Uit het niets vroeg mijn verpleegkundige mij waarom ik bleef staren naar mijn been. In eerste instantie wilde ik er niets over zeggen, ik had namelijk geen goed antwoord. Daarna vroeg ze wat ik dacht. “Het moet onherkenbaar worden. Ik kan dat ding niet meer aanzien.”Ik schrok van de kilte in mijn eigen stem en mijn verpleegkundige ook. Het zat allemaal nog zo hoog dat ik in staat was te benoemen wat er was. Haat. Intense haat en walging naar mijzelf.

Het uitspreken van mijn pijn

Het voelde achteraf alsof ik mijn grote geheim op had gegeven en dat ik het beter voor mijzelf had moeten houden. Ik stuurde diezelfde avond nog een paniekerige mail naar mijn verpleegkundige met tienduizend excuses en dat we het onderwerp beter konden laten vallen. Natuurlijk was het eerste waar we over spraken de week erop, mijn zelfbeschadiging. Ik wilde wegrennen, ontwijken. Weer kwam ze op de vraag waarom ik het ‘verlangen’ had om delen van mijzelf onherkenbaar te maken. Uiteindelijk moest die vraag nog 3 maanden lang wekelijks gesteld worden voordat het uit durfde te spreken: “Daar raakte hij mij voor het eerst aan.”
Schaamte, angst, verdriet, paniek. Ik voelde mijn keel dicht slibben terwijl ik het zei en moest rennen naar de wc nadat de woorden uit me waren gekomen. Alle spanning kwam eruit, letterlijk.

Stapjes vooruit

Het zijn de eerste kleine stapjes. Nog steeds kom ik niet verder dan zeggen dat ik ben aangeraakt. Het is nog steeds lastig om te praten over mijn zelfbeschadiging en de gedachten en gevoelens die daar achter zitten. De angst en de schaamte voelt nog steeds als de oceaan. Of ik ben aan het pootje baden en het gaat wel, of de golven slaan mij tegen de grond. Toch, stapjes zijn stapjes. Toegeven in woorden dat ik ben aangeraakt, is hopelijk het begin van leren spreken, accepteren en verwerken van wat er is gebeurd, zodat ik kan helen en mijzelf weer leer herkennen.

6 Comments

  1. Madelief

    Wat ontzettend intens beschreven! Knap dat je het hier onder woorden kon brengen. Stapje voor stapje (en her en der een stap terug) gaat het je brengen wat je nodig bent, daar ben ik van overtuigd.
    Sterkte!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.